Aziatische hockeylanden in bijrol

India en Pakistan blijven de zorgenkindjes van het mondiale tophockey. Bij de Champions Trophy in Lahore was opnieuw slechts een bijrol weggelegd voor het Aziatische subcontinent.

Duidelijker kon hij het niet zeggen. ,,Wat jullie nodig hebben is een performance director, iemand die zich bezighoudt met de jeugd en dus met de basis van het Pakistaanse hockey'', doceerde bondscoach Roelant Oltmans zondag na afloop van zijn laatste wedstrijd in dienst van de Pakistaanse hockeybond.

Schouderophalend hoorde het legertje Pakistaanse journalisten hem aan. De met veel bombarie binnengehaalde Nederlander had The Green Machine in dertien maanden geen stap verder gebracht, en was zojuist ten koste van India als derde geëindigd bij het toernooi om de Champions Trophy in eigen land. Welk recht van spreken had mister Oltmans?

Maar Oltmans hield stug vol, oog in oog met de hem vijandig gezinde pers. Het Pakistaanse hockey staat op een kruispunt, betoogde hij, nadat in Lahore eens temeer pijnlijk duidelijk was geworden dat de kloof met de toplanden eerder groter dan kleiner is geworden. Niet alleen in technisch-tactisch opzicht schiet Pakistan tekort, ook op het fysieke en mentale vlak hebben de Aziatische baltovenaars bijscholing nodig.

Korte-termijnoplossingen zoals het inhuren van een buitenlandse bondscoach bieden geen soelaas, hield Oltmans zijn gehoor voor. Als iemand het kan weten, dan is hij het wel. ,,Je kan in dertien maanden geen structuur veranderen, zeker niet in een cultuur waar `ja' maar al te vaak `nee' blijkt te zijn.''

Zelf hullen de machthebbers binnen de Pakistaanse hockeybond (PHF) zich in stilzwijgen zodra de toekomst ter sprake komt. ,,You wait and see'', is het enige dat de voorzitter, de gepensioneerde brigadier Mussarrat Ullah Khan, en de zijnen kwijt willen. Andere betrokkenen, onder wie de van oudsher invloedrijke oud-internationals, durven hun vingers al helemaal niet te branden aan de heikele vraag hoe het verder moet met de sport.

Maar actie is volgens Oltmans geboden, en snel ook. De eens oppermachtige hockeynatie (viervoudig wereldkampioen) telt nog slechts drie- tot vijfduizend spelers. Hockey dreigt, bij gebrek ook aan internationale successen, weg te kwijnen in de schaduw van Pakistans tweede staatsreligie, het almachtige cricket.

Tot overmaat van ramp kondigden twee steunpilaren, aanvoerder Waseem Ahmed en strafcornerschutter Sohail Abbas, zondag aan met onmiddellijke ingang de toch al modale nationale ploeg de rug toe te keren. Beiden vervolgen hun loopbaan in Nederland bij overgangsklasser Rotterdam. Ver weg van het politieke gekrakeel in de slangenkuil, die de PHF in de ogen van Oltmans is.

Volgens Ric Charlesworth, voormalig bondscoach van Australië (vrouwen) en in Lahore actief als tv-commentator, schiet het Aziatische hockey zichzelf voortdurend in de voet ,,met korte-termijnoplossingen voor lange-termijnproblemen''. Hulp van hogerhand is dringend nodig, weet Charlesworth. ,,Het opportunisme regeert hier, dus laat de internationale hockeyfederatie (FIH, red.) alsjeblieft wakker worden en al hun geld en energie in India en Pakistan steken.''

Maurits Hendriks, bondscoach van toernooiwinnaar Spanje, deelt die mening. ,,Het mag en het kan niet zo zijn dat we nu met z'n allen achteroverleunen, en over vijf jaar tot de conclusie komen dat het hockey op het subcontinent dood en begraven is. Dan komt onherroepelijk de olympische status van onze sport in gevaar.'' En, op cynische toon: ,,De FIH is erg druk met het verkopen van `het product hockey', maar men zou zich ook om de inhoud moeten bekommeren.''

Hendriks' aanbeveling? Een door de FIH aan te stellen technisch consultant. ,,Een neutrale partij, die denkt en handelt vanuit het algemene belang, iemand die eerst de problemen op het subcontinent in kaart brengt, en vervolgens met beide landen aan de slag gaat om de sport weer van een stevig fundament te voorzien. Nu laat men alles aan het toeval over. Het is al schrijnend genoeg dat de FIH überhaupt geen technische man of vrouw in dienst heeft.''

Het Pakistaanse hockey zou volgens Hendriks een voorbeeld moeten nemen aan het cricket. Naast het hockeystadion in Lahore ligt, letterlijk in de schaduw van het Gadaffi Cricket Stadium, Pakistans Cricket Academy, waar talent wordt gescout en opgeleid. Zelfs de rijke en al even cricketmaffe Australiërs keken eerder dit jaar hun ogen uit toen zij het opleidingscentrum bezochten.

Achter de schermen is volgens de FIH wel degelijk sprake van enige vooruitgang. Stelden het trotse India en Pakistan zich nog niet zo lang geleden op het standpunt dat niemand hen wat kon leren over hockey, sinds drie jaar sturen beide landen deelnemers naar de internationale coachopleiding. Oltmans, cynisch: ,,Als ze die cursus hebben afgerond, zijn ze alleen geïnteresseerd, in de baan van bondscoach van de nationale A-ploeg. Ze willen in de spotlights staan, met de jeugd werken is hen te min.''