Prins Witpaard

Vorige week hebben we moeten vaststellen dat de uitdrukking de prins op het witte paard in vrijwel alle hedendaagse woordenboeken ontbreekt. Wat mij betreft kan dat niet zo blijven. In de eerste plaats om een taalkundige reden: de uitdrukking wordt daarvoor veel te vaak gebruikt.

Maar er is ook een sociologische reden. Ik denk dat je veilig kunt stellen dat veel vrouwen in hun hart op zoek zijn naar een prins op een wit paard. Dat dit niet realistisch is weten zij ook wel, maar dat doet niks af aan het verlangen. Ondertussen blijkt, bij langdurig gebruik, geen enkele man in werkelijkheid zo'n prins te zijn. Ik bedoel maar: zowel in positieve als in negatieve zin is de witbepaarde prins een ijkpunt geworden en ook daarom mag hij niet langer in de naslagwerken ontbreken.

Waar komt deze prins nu vandaan? Eerst moeten we vaststellen dat zijn paard al langer door de Nederlandse taal doolt. In 1870 noteerde P.J. Harrebomée in zijn bekende spreekwoordenboek de uitdrukking witte paarden staat het wateren niet goed (zonder verklaring, maar het beeld zal duidelijk zijn). In een latere verzameling is aangetroffen witte paarden hebben veel stro nodig voor `luxe leven kost geld'.

Wit paard plus ruiter vinden we al in de Bijbel, in Openbaring 6:2: ,,Ik zag dit: een wit paard met een ruiter, die een boog droeg. Hij kreeg een zegekrans en trok op als een overwinnaar, de overwinning tegemoet.'' Een mooi beeld van een doortastende man, maar ja, geen prins, dus het is niet waarschijnlijk dat het populaire droombeeld van romantische vrouwen teruggaat op deze bijbelpassage.

Waar komt prins Witpaard dan wél vandaan? En hoe komt het dat deze beeldspraak internationaal is? Immers, in het Engelse taalgebied spreekt men van een Prince on a White Horse, in het Frans van (onder meer) un prince charmant sur un cheval blanc en in het Duits van Prinz auf dem weissen Pferd. Het is duidelijk dat het om een sprookjesmotief gaat – na allerlei verwikkelingen trouwt het (arme) meisje met een prins die op een wit paard komt aangereden – maar welk sprookje ook alweer, en in welke vertolking?

Ik heb de vraag voorgelegd aan Theo Meder, een aan het Meertens Instituut verbonden autoriteit op het gebied van volksverhalen. Hij vermoedt dat de uitdrukking populair is geworden door Snow White and the seven dwarfs, een avondvullende Disney-tekenfilm uit 1937. ,,De uitverkoren prins'', aldus Meder, ,,heeft er geen echte naam, maar is Prince Charming. Hij rijdt op een wit paard, en we zien hem niet alleen aan het eind van de film, maar ook in het begin, als hij Snow White hoort zingen: `Some day my prince will come'.''

Wat pleit voor Meders theorie is dat de uitdrukking prins op het witte paard vooralsnog niet vóór 1937 is aangetroffen. Op schrift dateert de oudste Nederlandse vindplaats voorlopig uit 1976. Anja Meulenbelt gebruikte `De prins op het witte paard' toen als hoofdstuktitel in De schaamte voorbij. Een lezer schreef echter prins te paard, in dezelfde betekenis, al sinds de jaren zestig te kennen. Loesje gebruikte de prins op het witte paard in 1984 op een poster, en later nog een paar keer, zoals in ,,Zit je je leven lang te wachten op de prins op het witte paard, blijkt het een prinses te zijn''.

Dit laatste brengt ons op de varianten. Daar zijn er nogal wat van, want zo'n romantisch beeld vraagt natuurlijk om ridiculisering. Een kleine greep: `De prinses op het witte paard' (boven een artikel over homoseksualiteit uit 1981), `De kikker op het witte paard' (boven een artikel over `gender' uit 1998) en De hufter op het witte paard (een boektitel uit 2002). Je kunt je trouwens afvragen wat erger is: een hufter op een wit paard of het najagen van Disney-romantiek.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl