Pensioen duurder in de metaalsector

Het Pensioenfonds Metaal en Techniek, waarbij ruim 340.000 werknemers zijn aangesloten, verhoogt volgend jaar de premie voor zijn vroegpensioen met 12 procent. De premie stijgt van 7,5 naar 8,4 procent van het brutosalaris. De premie voor het ouderdomspensioen blijft 17 procent van het pensioengevend salaris, dat is het salaris verminderd met het deel dat door de AOW betaald moet worden.

Het Metaal en Techniek fonds is naar eigen zeggen het grootste pensioenfonds in de marktsector met 22 miljard euro belegd vermogen per eind september. Het is het vierde grote fonds dat volgend jaar opnieuw zijn premies moet verhogen om zijn financiële positie te versterken. Eerder kozen het ambtenaren en lerarenfonds ABP, het zorg- en welzijnswerkersfonds PGGM en het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro voor een premieverhoging.

Door de verhoging van de vroegpensioenpremie is deze premie, net als de pensioenpremie, kostendekkend, zegt het fonds. Als percentage van het salaris zijn de premies samen 15,9 procent.

Het Metaal en Techniek pensioenfonds beperkt de prijscompensatie voor werknemers (1,87 procent) en gepensioneerden (0,48 procent) tot driekwart van het in de reglementen vastgelegde percentage. Het fonds streeft naar een verhouding tussen belegd vermogen en pensioentoezeggingen van 120 procent. Eind september was de stand 111 procent.

Het fonds constateert dat zijn financiële positie door meevallende beleggingsresultaten wel sneller is verbeterd dan medio 2003 was verwacht bij de formulering van het herstelplan ten behoeve van de toezichthoudende Pensioen- en verzekeringskamer (PVK).

Het Bedrijfstakpensioenfonds Metaal en Techniek werkt voor werknemers die actief zijn in uiteenlopende bedrijven als de metaalbewerking en de diamantindustrie. Behalve 340.000 actieve werknemers verzekert het fonds ook 591.000 voormalige werknemers en 128.000 gepensioneerden.