Nederlandse Muziekdagen geven zeer gevarieerd beeld

Voor de Nederlandse Muziekdagen in het Utrechtse Vredenburg was dit jaar geen programmeur gevraagd. De organisatoren stelden zelf een programma samen, dat daardoor geen hechte of gezochte samenhang vertoonde, maar een zeer gevarieerd beeld gaf van de muziek die op dit moment in Nederland wordt gecomponeerd. Op vele concerten, verspreid over drie dagen, klonk voornamelijk nieuw of zeer recent werk, en een enkele iets oudere compositie.

De belangrijkste historische terugblik was vrijdag een uitvoering van Ton de Leeuws Résonances (1985) door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Ed Spanjaard. In de transparante, ingetogen vertolking was het muzikale proces, een basisgegeven dat steeds andere orkestrale `resonanties' opwekt, duidelijk volgbaar. Hier klonken ook twee werken waarin de invloed van jazz was te horen. Guus Jansen toonde zich als solist in zijn Memory Protect Extended een wat introverte improvisator, waardoor de interactie met klarinettist David Kweksilber en het orkest niet helemaal van de grond kwam. Het geheel was echter zeer sterk, met magische strijkersklanken en schitterende uitbarstingen van Kweksilber.

Theo Loevendie trad ook op als solist in eigen werk. Hij vond in zijn improvisaties een boeiend midden tussen Oost en West. In een jamsessie na het concert mochten de drie solisten nog even los, met muzikale en niet zelden ook humoristische consequenties. Jansen toonde zich hier weer wél de luisterende ruggengraat en bovendien een zeer inventieve pianist.

Bij het Nederlands Blazersensemble klonken zeventien creaties van piepjonge componisten, die allemaal meespeelden in hun eigen werk. Naast enkele lieve `klassieke' werkjes klonk ook snoeiharde metal van de Groningse band Recoil en strak swingende funk van Marnix Dorrestein (13, Soest). Compositorisch maakte vooral Aafke Romeijn (17, Overasselt) indruk, met een duizelingwekkend rondzappende compositie vol leuke invallen. Zij behoort dan ook tot de vier gelukkigen wier werk het NBE op zijn nieuwjaarsconcert zal herhalen. Een ander is de negenjarige Casimir Geelhoed uit Oegstgeest, aan wiens vogelgekwetter Messiaen nog een puntje had kunnen zuigen.

Sopraan Barbara Hannigan en percussionist Arnold Marinissen begonnen zaterdagavond in de kleine zaal met een aantal humoristische maar uitstekend uitgevoerde composities. Ze eindigden met schoonheid en verstilling in premières van Claudio Baroni (een duet voor zingende zaag en sopraan) en Ron Ford (een nostalgisch liefdeslied begeleid door een fluwelen vibrafoon).

Richard Rijnvos dirigeerde in de grote zaal zijn imposante cyclus Block Beuys, gebaseerd op een project van beeldend kunstenaar Joseph Beuys. De muziek werkt op de luisteraar in als een architectonische ruimte. Zij is monumentaal aanwezig, meer dan dat zij zich in de tijd ontvouwt. Mensa Secunda, een multidisciplinair experiment van blokfluitist Jorge Isaac, bevatte veel flauwe tovenaarsrituelen en liet weinig aan de verbeelding over.

Zondag klonken drie composities die waren genomineerd voor de Henriëtte Bosmans Prijs. Het winnende werk, Marble Sparks van Edward Top, begint terwijl de orkestmusici nog zitten te stemmen. De dirigent komt op, geeft de maat aan en schept zo orde in de chaos. De compositie laveert vakkundig tussen improvisatorisch kleurspektakel en meer gecoördineerde verstilling.

Na de prijsuitreiking maakte pianist Ralph van Raat grote indruk in het pianoconcert van Robin de Raaff, een briljant werk, dat alle kwaliteiten bezit om een modern repertoirestuk te worden.

Nederlandse Muziekdagen. 10 t/m 12/12 Vredenburg, Utrecht.