Missing man zet de toon tijdens bijzetting

De uitvaartdienst en bijzetting van de op 1 december gestorven prins Bernhard, zaterdag in Delft, droegen een sterk militair karakter. Vooral de `missing man'-formatie maakte indruk.

De genodigden in de Nieuwe Kerk kunnen de rouwstoet niet alleen horen, maar ook voelen naderen. Het was prins Bernhard's wens dat de affuit met zijn stoffelijk overschot werd begeleid door marsmuziek. Als de stoet rond kwart over twaalf zaterdagmorgen de kerk nadert, houden de blazers stil en klinken nog slechts de trommels. Hun geroffel dreunt door via de granieten vloer van de kerk. De Markt voor de Nieuwe Kerk vult zich met de 800 militairen uit de rouwstoet.

Als het zesspan Groningse paarden met de affuit stilhoudt voor de kerk, verstommen ook de trommels. Huzaren tillen de kist op hun schouders en houden stil voor het eerbetoon van drie F-16's en een Spitfire waarin Bernhard zelf heeft gevlogen. De 1.900 genodigden kabinet, parlementsleden, oud-premiers, ministers van staat, diplomaten, veteranen, vrienden en relatief veel leden van de hofhouding en medisch personeel van Paleis Soestdijk – luisteren in stilte naar het aanzwellende gebrom van de motoren. Op televisieschermen kunnen ze zien hoe de Spitfire boven de kerk in missing man-formatie steil omhoog de wolken in draait. Na de bijzetting noemen velen het de meest indrukwekkende gebeurtenis van de dag.

De kist wordt de met wit-groene bloemstukken versierde kerk binnengedragen en voor het preekgestoelte geplaatst, de witte anjer die er tijdens de tocht had gelegen vervangen door kussens met de standaard van de prins en diens dierbaarste militaire onderscheidingen.

Terwijl het koor een Gloria aanheft, steken Bernhards kleinkinderen vier kaarsen rond de kist aan. De prinsen Willem-Alexander, Maurits en Pieter-Christiaan zijn in uniform, zoals Bernhard wenste van alle aanwezigen met een militaire rang. Ook veel van de buitenlandse koninklijke gasten hebben aan deze oproep gehoor gegeven. De vorstenhuizen van België, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Jordanië, Luxemburg, Liechtenstein en Marokko zijn vertegenwoordigd. Ook oud-president Habibie van Indonesië is aanwezig.

Bernhard heeft zijn einde lange tijd zien aankomen en zijn uitvaart vooraf sterk geregisseerd. Met voorganger dominee Carel ter Linden, die ook de uitvaart van prins Claus leidde, nam hij nog enkele dagen voor zijn dood de schriftlezingen door. Ook selecteerde hij zelf bijna alle muziek.

Prinses Christina zingt op zijn verzoek zijn lievelingslied, het Mexicaanse La Golondrina (De Zwaluw). En het laatste gezang zal een paaslied zijn, om ,,het laatste woord aan Christus te laten en niet aan de dood'', aldus Ter Linden. Bernhard had de dominee op het hart gedrukt dat zijn godsbeleving niet gebonden was aan één kerk. Zoals hij luthers was gedoopt en hervormd getrouwd, zou hij zich ook thuisvoelen in een katholieke kerk of een moskee. Volgens Ter Linden beschouwde Bernhard zijn sterfdag als een nieuwe geboortedag en gaan zijn dochters daarom niet donker gekleed. Net als bij de uitvaart van prinses Juliana dragen koningin Beatrix en de prinsessen Irene, Margriet en Christina voornamelijk wit.

Over het huwelijk met Juliana zegt Ter Linden met enige nadruk dat de twee ,,zichtbaar gelukkig met elkaar'' waren en Bernhard haar tot grote steun was in haar functie als staatshoofd. De prins had soms ,,zijn vleugelen te wijd uitgeslagen'', maar ,,ze hadden een zielsverbondenheid die niet allen altijd gezien hebben, maar die er zeker was''. Toch refereert hij ook kort aan de Greet-Hofmansaffaire in de jaren vijftig, als hij spreekt over de steun die Bernhard in ,,de donkerste dagen van zijn huwelijk'' kreeg van zijn moeder Armgard, met wie hij altijd een zeer nauwe band had.

Verder is er aandacht voor Bernhards verdiensten voor het verzet tegen de Duitse bezetting en de waardering van het Nederlandse volk toen Bernhard zich in 1940 ,,zonder aarzelen tegen zijn geboorteland richtte''. De Lockheed-affaire de ,,schaduwperiode midden jaren zeventig'' – komt kort aan de orde. In de laatste jaren van zijn leven werd zijn familie steeds belangrijker voor hem en groeide Bernhard uit tot een pater familias, aldus Ter Linden.

Dan is het moment van de bijzetting aangebroken. Vanaf het balkon speelt een trompettist de Taptoe der Infanterie, de solo die ook ten gehore wordt gebracht bij de dodenherdenking op 4 mei. Zichtbaar aangeslagen is de koninklijke familie als de militairen de kist weer op hun schouders tillen, dit maal om hem naar het familiegraf te dragen. Burgemeester Verkerk, sleutelbewaarder van de grafkelder, gaat vooruit. Bernhards dochters en Pieter van Vollenhoven sluiten aan. Zij blijven enige minuten achter de gesloten gordijnen bij de kist in het voorportaal. Later zal de kist naast die van prinses Juliana worden geplaatst.

Als de koninklijke familie en de buitenlandse koninklijke gasten tegen twee uur de kerk weer verlaten hebben, gaat een golf van ontspanning door het publiek. Gesprekken worden hervat, schuifelend op hun stoel wachten mensen tot ze het teken krijgen dat het hun beurt is om naar de bussen te gaan, Kamerleden haasten zich naar buiten voor een sigaret.