Gezondheidszorg heeft z'n eigen Betuwelijn

Hoe verbaasd kunnen Kamerleden zijn als zij geconfronteerd worden met de gevolgen van hun eigen handelen.

De invoering van een geheel nieuw bekostigingsstelsel in de gezondheidszorg, de DBC (Diagnose Behandel Combinatie), is van een overzichtelijke verandering van manier van werken in rap tempo verloederd tot een bureaucratisch wangedrocht van de eerste orde.

Ik beperk mij tot mijn eigen vak, de oogheelkunde.

Tot op heden declareerden wij verrichtingen, voor mijn vak bestaande uit een honderdtal codes, waarvan slechts dertig met enige regelmaat gebruikt werden. Redelijk overzichtelijk met uniforme codes.

Een DBC bestaat uit drie onderdelen: een `zorgtrajectcode', een `diagnosecode' en een `behandelcode'. De zorgcode bestaat uit vijf mogelijkheden, de diagnosecode uit 72, en de `behandel-as' bestaat uit tien mogelijkheden. Er zijn dus 3.600 combinaties mogelijk. Dit komt dus neer op 3.600 tarieven. Alle oogheelkundige praktijken in Nederland moeten voor die 3.600 tarieven afspraken maken met twintig verzekeraars. Daar komen 72.000 tarieven voor tweehonderd praktijken uit, wat neerkomt op 1.4 miljoen tarieven, die allemaal door het CTG, het College Tarieven Gezondheidszorg, goedgekeurd moeten worden. Momenteel duurt dat zes weken voor één tarief.

Tot nu toe was het normaal om een verrichtingcode op de factuur te zetten, maar dat kan niet meer in verband met de privacy wetgeving. Daarom moeten alle 1.4 miljoen tarieven bekend zijn bij een centraal clearinghouse dat de diagnosegegevens scheidt van de persoonsgegevens

Kon je nu maar gewoon een DBC code declareren, dan was het zo erg nog niet, maar nee, de oude verrichtingencodes moeten ook nog gecodeerd worden, zodat een DBC uiteindelijk gevuld wordt met een groep verrichtingen – het zorgprofiel. De DBC-code en de codes van de verrichtingen samen vormen de declaratiecode Begrijpt u het nog?

In de onderhandelingen met de verzekeraar gaat het uiteindelijk om de verrichtingen.

Omdat in het hele zorgtraject de verrichtingen uiteindelijk toch de prijs bepalen. Ook vormen de verrichtingen de enige mogelijkheid voor de verzekeraar om te beoordelen of hij waar krijgt voor zijn geld. We zijn dus na een hoop gepalaver gewoon terug bij af, het verrichtingenstelsel, maar nu met een enorme bureaucratische janboel eromheen.

Alle computers in alle ziekenhuizen en bij alle verzekeraars moeten hierop ingericht worden. Dat betekent een miljarden project.

Elke specialist wordt gedwongen om een deel van zijn schaarse tijd aan deze onzin te besteden, waardoor het huidige tekort aan oogartsen met een pennenstreek met 20 procent vergroot is.

Elk ziekenhuis heeft voor deze grap een tiental extra medewerkers moeten aantrekken.

Tenslotte heeft men op het laatste moment besloten om alle tarieven van de oogheelkunde in 4 tariefgroepen samen te bundelen. In plaats van het gedifferentieerde loon naar werken waar de specialisten op hoopten is nu een veel minder gedifferentieerde situatie ontstaan dan onder het verrichtingensysteem. Gevolg: het ziekterisico van de patiënt wordt bij de zorgaanbieder gelegd in plaats van de verzekeraar. De zorgaanbieder zal dus aan risico selectie gaan doen en zijn tijd trachten te vullen met risicoloze werkzaamheden, zodat de werkelijk zieke mensen tegen enorme wachtlijsten aankijken en hun heil mogelijk elders moeten zoeken.

De gevolgen van dit alles zijn:

1) Er worden miljarden niet uitgegeven aan de zorg voor zieke mensen.

2) Om toch binnen de grenzen van het budget te blijven wordt bezuinigd op patiëntenzorg, want niemand piekert er over om te bezuinigen op overtollige ambtenarij.

3) De wachtlijsten voor oogheelkunde zullen blijven groeien.

4) De kosten van de overhead in de gezondheidszorg zullen exploderen.

Ik verwacht over zeven jaar een parlementaire enquête.

O. Lopes Cardozo is oogarts.