Een idioot van een andere planeet

De zoon van hippies, die in de natuur opgroeide omdat zijn ouders de consumptiemaatschappij afwezen, is de beste alpineskiër van dit moment. Gisteren won hij opnieuw, in Val d'Isère. De Amerikaan Bode Miller (27) heeft zich inmiddels een beetje leren aanpassen.

Wie de ontberingen van de White Mountains in het noordelijk deel van de Amerikaanse staat New Hampshire kan doorstaan, beschouwt de geciviliseerde skioorden in de Alpen als vakantiekampen in de sneeuw. Bode Miller, de Amerikaan die dit seizoen het alpineskiën domineert, is grootgebracht in een houten hut in de wildernis en skiet zoals hij leeft: onstuimig en compromisloos.

Nadat Miller de finesse van de overwinning had ontdekt, dook zijn naam op in de top van wereldbekerklassementen. Dit jaar staat hij overall zelfs nummer één. De Amerikaan leidt met een straatlengte voorsprong op de Oostenrijker Hermann Maier. Ook dit weekeinde deed hij weer van zich spreken: zaterdag werd Miller in Val d'Isère vierde op de afdaling, gisteren was hij de beste op de reuzenslalom. In twee manches bleef Miller Lasse Kjus uit Noorwegen 0,29 seconde voor.

Met zijn vijfde overwinning in een wereldbekerwedstrijd dit seizoen is Miller definitief doorgebroken tot het selecte groepje van de topskiërs. Gelet op zijn kwaliteiten is dat niet verwonderlijk, want Miller geldt als een begenadigd skiër. Hij heeft wel één minpunt: zijn roekeloosheid.

Miller heeft zich in dat opzicht inmiddels zodanig verbeterd, dat hij kan winnen. Maar zijn aangepastheid is ook weer niet zo groot dat hij buitengewone concessies aan zijn opvattingen over skiën heeft moeten doen. De Amerikaan gaat nog even stormachtig naar beneden als altijd en heeft een stijl waarvan de stilisten gruwen. Wel heeft hij zijn lichaam beter onder controle, zodat het aantal valpartijen is afgenomen. Daarnaast dankt Miller zijn progressie aan het sterk verbeterde materiaal; vooral aan de introductie van de carve-ski, de lat met in het midden een versmalling, waarop hij met zijn onorthodoxe stijl goed uit de voeten kan.

Van carve-ski's en de luxe van het alpineskiwereldje had Miller tot vijftien jaar geleden overigens nauwelijks weet. Pas toen hij met een beurs werd toegelaten tot de Carrabasset Valley Academy, een prestigieuze skischool in Maine, ontdekte het natuurkind dat er buiten de bossen rond het nietige en afgelegen Franconia een gestructureerd leven bestond.

Miller moest zich conformeren aan het `gewone' leven toen hij in Maine werd ondergebracht bij een gastgezin. Dat viel de vrijbuiter zwaar. Evenals de schoolregels waaraan hij zich had te houden. Een dispuut met een docent liep in zijn laatste jaar zelfs zo hoog op, dat Miller de school voortijdig verliet en zich zonder diploma van de highschool in het skileven stortte. Die koppigheid typeert Miller, die zich evenmin graag conformeert aan bestaande structuren.

Verklaarbaar, gelet op zijn achtergrond. Miller groeide op als kind van hippie-ouders die de consumptiemaatschappij afwezen en in de jaren zeventig een gezin stichtten in een zelfgebouwde boshut in de White Mountains, waar de zomers kort en de winters lang zijn. Met zijn vader Woody, een gesjeesde medicijnenstudent, moeder Jo, een broer en twee zussen leefde hij midden in de natuur, zonder leidingwater, stroom en verwarming. De maximale luxe bestond uit kerosinelampen. Met een auto was de woning van de Millers niet te bereiken; de laatste mijl moest te voet worden afgelegd. De hardheid van dat bestaan heeft Miller gevormd tot de extravagante skiër die hij nu is.

In een hut die meestal was omgeven door pakken sneeuw sprak het voor zich dat er volop werd geskied. De kleine Bode was drie jaar toen hij voor het eerst op latten werd gezet en zich na enige instructies van moeder Jo probeerde voort te bewegen. Dat ging met de jaren steeds beter, zij het dat hij als autodidact een stijl ontwikkelde die veraf stond van de technieken die op de Europese skischolen werd onderwezen.

Miller zei ooit in een Engelse krant: ,,We hadden geen televisie en geen videospelletjes, zodat er weinig anders te doen was dan buitenspelen; ik had één grote speeltuin tot mijn beschikking. Tot mijn achtste ging ik niet naar school en 's winters skiede ik de hele dag, vanaf het moment dat de liften in gebruik werden genomen tot ze dichtgingen om vier uur 's middags. Het leven in de White Mountains was één groot avontuur.''

Maar skiën leerde Miller er, hoewel de kenners met afgrijzen zijn stijl aanschouwen. Hij zondigt tegen alle technische principes: hij zit extreem diep, zoals een klein kind dat leert om onder poortjes door te skiën; hij zwaait te veel met zijn armen en neemt de bochten als een snowboarder. Maar hij is razend snel, mede omdat hij geen angst kent. Wat een collega ooit verleidde tot de uitspraak: ,,Hij heeft werkelijk het zelfvertrouwen van een idioot.''

In de White Mountains maalde niemand om techniek; speed, daar ging het om. De jongeren vermaakten zich door met furieuze snelheden steeds maar weer de steile helling van Cannon Mountain af te dalen naar Lake Echo. Gekleed in spijkerbroek en op aftandse ski's hadden Miller en zijn vrienden geen boodschap aan een goede houding. Het was de kick om je als een baksteen naar beneden te storten. De Noorse veteraan Kjetil Andre Aamodt vindt Miller om die reden een verbazingwekkende skiër. Ooit zei hij: ,,Bode is van een andere planeet. Hij gooit zich met volle overgave naar beneden. Dat heb ik nog nooit iemand zien doen, zelfs Alberto Tomba was niet zo'n waaghals.''

Het kon niet anders of Millers entree als alpineskiër vereiste de nodige aanpassingen. Maar voordat de Amerikaan de scherpe kantjes had bijgeslepen, was hij bij wereldbekerwedstrijden menigmaal onderuit gegaan, met als dieptepunt het seizoen 2000/2001, waar hij in dertien van de 24 races op z'n kop in de sneeuw duikelde. Maar hoezeer Miller ook voor idioot werd versleten, helemaal gek is de Amerikaan niet. Hij leerde zich enigszins te beheersen, met als gevolg dat hij het seizoen erop vier wereldbekerwedstrijden won en bij de Spelen in Salt Lake City zilver won op de reuzenslalom en de combinatie.

In het alpineskicircuit is Miller nu een arrivé, die door zijn concurrenten wordt gerespecteerd, maar nog meer wordt gevreesd. Met recht, want Miller heeft dit seizoen dus inmiddels vijf races gewonnen zonder dat hij een echte specialist is. De Amerikaan wint in alle disciplines, zij het dat de slalom zijn voorkeur heeft. En altijd met dezelfde instelling, die hijzelf als volgt omschrijft: ,,Er is een dunne scheidslijn tussen winnen of vallen. Hopelijk zit ik aan de goed kant van die lijn.''

Hij is eveneens vermaard vanwege zijn flamboyante levensstijl. Miller is wars van purisme; als hij zin heeft, drinkt de Amerikaan een biertje, zelfs op de avond voor een wedstrijd. Recentelijk nog vierde hij zijn eerste seizoenszege op de afdaling met drie pints of beer en een malt whiskey, waarna hij de volgende ochtend zegevierde op de Super-G. Dat gedrag is Phil McNichol, hoofdcoach van het Amerikaanse skiteam, een doorn in het oog, maar in de wetenschap dat Miller zich niet laat sturen en zijn prestaties er niet onder lijden, zegt hij er niets van.

De coach heeft eveneens geaccepteerd dat Miller in hotels weigert te slapen. Niet uit principe, maar om praktische redenen. Miller vindt het maar niks, dat in- en uitpakken van koffers. In Europa gaat hij tegenwoordig de piste af met een tien meter lange camper die wordt bestuur door zijn oude schoolvriend Jack Serino. Het motohome wordt geparkeerd pal naast de pistes, tussen de televisietrucks met schotel-antennes.

Binnenin de camper veroorlooft Miller zich, in strijd met de principes van zijn opvoeding, de luxe van een mega stereo-installatie en een Playstation. Van geld is hij overigens ook niet vies. Hij tekende twee jaar geleden een contract bij het skimerk Rossignol voor één miljoen dollar. Dit jaar is hij overgestapt naar concurrent Atomic en aangenomen mag worden dat zijn verdiensten daarmee flink zijn gestegen, hoewel er bij de bekendmaking van de deal geen mededelingen over bedragen zijn gedaan.

Een neveneffect van Millers goede prestaties is zijn toenemende populariteit in de Europese skilanden. Hij klaagt erover dat hij zelfs bij het tanken van benzine door skifans wordt aangesproken. Aan die adoratie heeft de Amerikaan een broertje dood. ,,De status van ster kan me dus echt gestolen worden'', zei hij ooit. ,,Het is helemaal niet leuk als je op straat loopt en door iedereen wordt aangeklampt. Of door paparazzi wordt gevolgd. Om onbezorgd te kunnen leven, heb ik wel eens overwogen mijn ambities bij te stellen. Ik haat het beroemd te zijn; ik wil gewoon van het leven genieten.''