Aanslag in Bagdad, strijd in Falluja

Bij een zelfmoordaanslag bij de toegang tot de zwaar versterkte Groene zone in de Iraakse hoofdstad Bagdad zijn vanochtend 13 mensen gedood en 19 gewond. De aanslag werd uitgevoerd met een auto die in een file stond te wachten op toegang tot de Groene zone, waar de Iraakse interim-regering en de Amerikaanse ambassade zijn gevestigd. De explosie had plaats tijdens het ochtendspitsuur.

Acht Amerikaanse mariniers vonden gisteren de dood bij verschillende incidenten in de provincie Al-Anbar, die de opstandige steden Falluja en Ramadi omvat. Waar precies de mariniers werden gedood, werd niet meteen bekend. Er wordt nog steeds gevochten in en bij Falluja, dat de Amerikaanse strijdkrachten vorige maand in een groot offensief op rebellen heroverden. Gisteren voerden de Amerikanen weer luchtaanvallen uit op doelen in het oostelijk deel van Falluja. Ook werden felle botsingen met rebellen op de grond gemeld.

Een Amerikaanse militaire woordvoerder kon niet zeggen of er nog opstandelingen in Falluja zitten die aan de Amerikaanse troepen hebben weten te ontkomen, of dat rebellen ondanks het Amerikaanse cordon rond de stad op de een of andere manier naar de stad zijn teruggekeerd. In elk geval onderstreepten Amerikaanse officieren dat de stad nog niet veilig genoeg is voor de terugkeer van de meer dan 200.000 inwoners die voor het offensief zijn gevlucht.

Een Amerikaanse militair is eind vorige week tot drie jaar gevangenis veroordeeld wegens het doden van een ernstig gewonde 16-jarige Irakees. Sergant Johnny Horne (30) werd tevens tot soldaat gedegradeerd en oneervol uit het leger ontslagen. Horne had aangevoerd de Irakees uit zijn lijden te hebben willen verlossen. Hij is de eerste van vier militairen uit zijn compagnie die voor een krijgsraad moeten komen op beschuldiging van moord op Irakezen tijdens gevechten in augustus in de Bagdadse sloppenwijk Sadr City.

Een analist van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zei gisteren dat er 1.000 verdachte sterfgevallen waren van Iraakse burgers door toedoen van militaire eenheden tussen het begin van de oorlog in maart 2003 en de val van Bagdad, drie weken later. Daarna werd het door de verslechterende veiligheidsituatie onmogelijk dergelijke sterfgevallen te tellen, zei hij.