Zeezeilen met Brussels geld

Nederland telt eindeloos veel subsidieregelingen, fondsen en potjes ter ondersteuning van bijzondere projecten. Vandaag: een zeilreis naar Aalborg met geld van de Europese Unie.

Leonie Langenhuijsen maakte afgelopen zomer voor het tweede achtereenvolgende jaar een internationale zeilreis. Vorig jaar nam ze met vijftig Nederlandse, deels kansarme, jongeren deel aan een etappe van een zeilwedstrijd van Polen naar Finland. Voor die drie weken betaalde ze geen 1.260 euro – wat de commerciële prijs zou zijn geweest – maar slechts 375 euro, dankzij subsidie van de gemeente Amsterdam en uitzendbureau Randstad.

Dit jaar ging ze opnieuw zeilen, nu met zeventien jongeren uit België, Denemarken, Engeland en Nederland. Het programma duurde twee weken en de reis ging van Amsterdam via Antwerpen naar Aalborg, in het noorden van Denemarken. Langenhuijsen betaalde deze keer 200 euro, in plaats van de werkelijke prijs van 840 euro. De subsidie kwam dit keer van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW), dat via het programma Jeugd de contacten tussen Europese jongeren wil bevorderen. ,,Zonder die subsidie is zo'n reis onbetaalbaar voor jongeren'', vertelt Langenhuijsen (23).

De reis naar Aalborg was een initiatief van Monique Touw, eigenaar van het Amsterdamse zeilbedrijf At Sea Sail Training. Ze vaart regelmatig als kapitein op grote zeilschepen, zowel voor dagtochten als voor meerdaagse reizen. Toen ze merkte dat de huur van de schepen steeds hoger werd, besloot ze subsidie aan te vragen voor jongerenreizen. Touw: ,,Tien jaar geleden kostte een dag zeilen op een niet al te groot schip 50 gulden, nu is dat 60 euro. En op een groter schip 100 euro. Dat is voor jongeren niet op te brengen.''

De stijgende prijzen zijn te wijten aan de strengere regelgeving van onder andere de Europese Unie, volgens Touw. ,,Een boot moet meer reddingsvlotten hebben, meer bemanning, sprinklerinstallaties etcetera. Alleen zo'n installatie kost al 30.000 euro.''

Integratie tussen de deelnemende jongeren staat centraal tijdens de zeilreis. Samen stellen ze een maritiem programma op voor de eerste dagen van de reis, die dit jaar in Amsterdam werden doorgebracht. De groep bezocht onder meer de havens en het Scheepvaartmuseum. Elke deelnemende nationaliteit bereidt bovendien een culturele presentatie voor over het land van herkomst. Subsidieverstrekker NIZW levert de deelnemers mappen met oefeningen, zoals het uitwisselen van stellingen voor een debat en andere communicatieoefeningen. Verder zorgt Monique Touw dat de groep op zee goed samenwerkt. De jongeren moeten samen koken, schoonmaken, wachtlopen, sturen en zeilen hijsen. ,,Aan het einde van de reis neem ik echt afscheid van een homogene groep.''

NIZW besteedt 2,5 miljoen euro per jaar aan integratieprojecten voor Europese jongeren. Van dat bedrag wordt 50 tot 70 procent gefinancierd door de Europese Unie. Het geld gaat naar restauratieprojecten, internationale debatten, de uitwisseling van schoolklassen en andere projecten die internationale contacten bevorderen. Voor de circa 135 internationale groepsuitwisselingen per jaar, zoals de zeilreis, is 800.000 euro gereserveerd. ,,Het overige geld gaat naar internationaal vrijwilligerswerk'', vertelt Pink Hilverdink, communicatiemedewerker van het NIZW-programma Jeugd van de Europese Unie, dat tot 2006 loopt. ,,Maar ook naar jongerenactiviteiten op wijkniveau, want dat is ook goed voor de Europese samenleving.'' De aanvraag moet worden ingediend door partners in twee verschillende landen.

Volgend jaar wil Monique Touw samen met de Sail Training Association Netherlands graag weer een zeilreis organiseren met steun van NIZW en andere organisaties, maar dan voor 48 jongeren. Zonder steun zou de drieweekse reis 920 euro kosten, met de NIZW-subsidie 500 euro. Touw: ,,Ik zoek nog andere fondsen, zodat de uiteindelijke prijs uitkomt op 300 euro.''

Het traject heeft ze al in haar hoofd: van Newcastle naar Frederiksstad, in het zuiden van Noorwegen. ,,Op de terugweg doen we óf Denemarken óf Duitsland aan. We eindigen in Amsterdam.'' Op die reis gaan er behalve Nederlanders, Belgen, Denen en Britten ook Italianen, Ieren, Duitsers en Noren mee. Dat er geen Oost-Europeanen aan de reizen deelnemen, is volgens Touw deels een praktische kwestie. ,,Met een zeilschip kom je niet zo snel in Bulgarije.''

De bedoeling is dat de deelnemers blijvende contacten overhouden aan de zeiltocht. Wat Leonie Langenhuijsen betreft is dat gelukt. ,,Laatst had een van de Nederlandse deelnemers een feestje waarop ook twee van de Engelse deelnemers en een Belgisch meisje aanwezig waren. Ik heb heel wat leuke logeeradressen aan de reis overgehouden.''

Dit is een serie over bijzondere fondsen, subsidies en potjes. Volgende week: een ijssalon met steun van het UWV.