Woningcorporaties steeds rijker

De Nederlandse woningbouwcorporaties boeken steeds betere financiële resultaten doordat zij huizen verkopen en hun werk als woningbouwers op een laag pitje hebben gezet. Het totale vermogen van de corporaties, die meer dan twee miljoen woningen in hun bezit hebben, is vorig jaar met 10 procent gestegen tot 36,9 miljard euro.

Dat is de conclusie van de jaarlijkse rapportage van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, die namens het ministerie van VROM de sector moet controleren. Deze krant heeft inzage gehad in de rapportage, die op het ministerie circuleert. Voor het einde van het jaar stuurt het ministerie deze resultaten aan de Tweede Kamer. Pas dan willen het Centraal Fonds en het ministerie reageren.

Gegevens van de koepel van woningcorporaties, Aedes, bevestigen de conclusie dat woningcorporaties huizen afstoten en daarmee kapitaal vergaren. In 2002 verkochten en sloopten ze 34.010 huizen, terwijl minder wonigen werden bijgebouwd en aangekocht. In totaal verloren de corporaties bijna 5.000 huizen. De hoofdtaak van corporaties is het aanbieden van goedkope huurwoningen.

De sector ziet de verkoop van woningen als een noodzakelijk kwaad om voldoende inkomsten te krijgen voor de bouwplannen waarmee ze tegemoet willen komen aan de groeiende vraag naar woningen. ,,Verkoop van het tafelzilver'', noemt directeur Wim Duijster van een van Nederlands grootste corporaties Mitros in Utrecht het. ,,Een dramatische ontwikkeling.''

De financiën en de inzet van woningcorporaties zijn onderwerp van een politieke discussie. De vraag naar sociale huurwoningen is onverminderd hoog, de bouwproductie is laag, huurders vinden dat zij geen keuzevrijheid hebben en minister Dekker (VROM) wil het huurbeleid liberaliseren in de hoop de corporaties hiermee zo ver te krijgen dat ze meer gaan bouwen. De overheid heeft bijna tien jaar geleden de financiële banden met de corporaties doorgesneden en hen op eigen benen gezet. Het kabinet en de Tweede Kamer komen er nu achter dat zelfstandige woningcorporaties zich niet laten sturen. Politieke partijen willen meer woningbouw, maar kunnen de corporaties niet dwingen.

Minister Dekker vindt dat de rijkere corporaties armlastige corporaties moeten steunen. Veertien van de 552 corporaties verkeren in financiële problemen. Welke dat zijn, is geheim. Uit de rapportage van het Centraal Fonds blijkt dat deze corporaties vooral in middelgrote steden zitten en veel woningen hebben uit de jaren vijftig en zestig. Deze moeten de komende jaren worden gerenoveerd of gesloopt. Het gaat om veel woningen en hoge investeringen die niet door de huren gedekt worden.

Mitros: pagina 24

www.nrc.nl: dossier woningmarkt