Voor politicus in Israël is bewaker statusverhogend

Beveiliging van politici en politieke bijeenkomsten, het grondig fouilleren van bezoekers, het passeren van metaaldetectoren. Nieuw voor Nederland, maar al jaren routine in Israël.

De beveiliging van politici, diplomaten en militairen in Israël kan soms voor spannende taferelen zorgen. Tijdens de laatste `Herzliya-conferentie' – een jaarlijks beraad van toppolitici, militairen, diplomaten, geestelijken en opiniemakers – arriveerden de vips onder begeleiding van hun beveiligingsteams: stevige, breedgeschouderde jongens en kordate, afgetrainde vrouwen met zonnebrillen en oortelefoons.

Luitenant-generaal Moshe Ya'alon arriveerde als laatste. Zijn eigen elitecommando's installeerden in de hal van het hotel en bij de ingang van de zaal eigen veiligheidspoorten, terwijl de teams van de algemene veiligheidsdienst, Shin Bet, daar al metaaldetectoren hadden geplaatst. Hoewel iedereen al was gefouilleerd, stonden de soldaten van de generaal erop nog eens iedereen te inspecteren.

De meeste aanwezigen ondergingen bozig de arrogante behandeling van de paracommando's. Maar toen zij ook ministers en de voorzitter van de Knesset wilden fouilleren, steeg de spanning in de zaal: de al even potige bewakers van deze heren en één dame (minister Tzipi Livnat van Onderwijs) posteerden zich tussen de soldaten en hun `objecten'. Er werd geduwd, getrokken en gescholden. Alleen dankzij ingrijpen van de generaal zelf werd voorkomen dat de veiligheidsagenten van Shin Bet en de militairen onderling slaags raakten.

Het incident was voor sommige media aanleiding om op ironische wijze de groei van ,,regeringsmilitia'' (Maariv) te becommentariëren. Maar sinds de moord op de Israëlische premier Rabin in 1995 en op de Israëlische minister van Toerisme Rehavam Ze'evi in 2001 wordt met de bewaking van politici en andere belangrijke publieke figuren niet gespot. De prijs – in termen van geheime begrotingen en verminderde bewegingsvrijheid – wordt voor lief genomen.

De bewaking, de beveiliging, bitagon in het Hebreeuws, is een ingeburgerd verschijnsel. De media volgen de discussies over het opvoeren van de bewaking van politici in Europa dan ook met een meewarige ondertoon. ,,Metaaldetectoren, tassen openen, fouilleren: welkom in de echte wereld, Europa'', schreef Yedioth Anhronot, de grootste krant van het land onlangs. Politici zelf klagen nauwelijks. Wie bewaakt wordt, is belangrijk. Het democratisch gehalte van Israël lijkt gezien de talrijke grote en kleine manifestaties en bijeenkomsten met politieke sprekers niet verminderd te zijn.

De zwaarstbewaakte politicus is zonder twijfel premier Sharon: huizen die hij bezoekt worden doorzocht, straten afgezet met speciale kogelvrije barricades. Maar toch verschijnt hij op partijbijeenkomsten, openingen van spoorwegstations, herdenkingsbijeenkomsten en diplomatieke recepties. ,,Het kost alleen erg veel voorbereiding als je hem op bezoek krijgt'', aldus een Ierse diplomaat. De Likud-leider zegt het vreselijk te vinden dat hij als ,,jood tegen joden beschermd moet worden''. Hij is er in ieder geval niet minder populair en gezichtsbepalend om.

Sharon valt onder de verantwoordelijkheid van Shin Bet, de algemene veiligheidsdienst. Deze dienst zorgt ook voor de beveiliging van dertig andere functionarissen, onder wie de directeur van Shin Bet, de president van Israël, de voorzitter van de Knesset, de leider van de oppositie en de voorzitter van de Hoge Raad, een bepaalde categorie diplomaten, oud-premiers en degenen die zich in de aanloop van verkiezingen kandidaat stellen voor het premierschap. Dat is een grootschalige, logistiek ingewikkelde operatie.

De ministeries, althans de departementen die daar geld voor over hebben, beveiligen zelf de ministers. Voor grote ministeries is dat geen probleem, voor kleine departementen, zoals wetenschap, sport en religieuze zaken is dat wel een probleem en daarom moeten deze ministers het ook met minder veiligheidsagenten doen. De meeste leden van het parlement, de Knesset, worden niet speciaal bewaakt, met uitzondering van voormalige ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, en enkele oud-generaals.

Politieke partijen zorgen net als voetbalclubs en andere maatschappelijke organisaties voor eigen beveiliging, die niet altijd uitblinkt in kwaliteit. Gewone Knesset-leden krijgen alleen bescherming als daar volgens de inlichtingendiensten aanleiding toe is. ,,Als zij toch bewaking willen, terwijl Shin Bet dat niet nodig vindt, moeten zij dat zelf betalen'', aldus de Knesset-woordvoerder. Het parlementsgebouw in Jeruzalem is een fort, waar Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali volkomen veilig zouden zin.

Discussies over de bewegingsvrijheid van premier, ministers en sommige Knesset-leden zijn schaars, of het moet het debat in 2002 geweest zijn over de vraag of de toenmalige voorzitter van de Knesset, Avraham Burg, de Palestijnse wetgevende vergadering moest toespreken. Burg, die inmiddels de Knesset heeft verlaten, wilde graag naar Ramallah, maar Shin Bet verbood dat bezoek. Burg mocht redeneren als een rabbijn, Shin Bet had en heeft nog steeds het laatste woord.