Volk Mozambique zegt vertrouwen op in politiek

De kiezers in Mozambique hebben twaalf jaar na het einde van de burgeroorlog het vertrouwen in de politiek verloren.

Afonso Dhlakama was er deze keer vroeg bij. Bijna een week voor de officiële bekendmaking van de uitslag van de op 1 en 2 december gehouden verkiezingen, wil de leider van de grootste oppositiepartij Renamo ze al overdoen. ,,Een misdaad tegen het Mozambikaanse volk'', noemt hij de derde democratische verkiezingen sinds het einde van de burgeroorlog, twaalf jaar geleden. ,,Deze uitslag accepteren zou de dood betekenen van de Mozambikaanse democratie.''

Maar uitslagen zijn er nog niet, die komen pas op 17 december. Alleen de staatsradio voorspelt op basis van voorlopige uitslagen een overwinning voor de kandidaat van regeringspartij Frelimo, Armando Guebuza. De geschiedenis herhaalt zich. Ook in 1999 sprak Dhlakama over fraude, toen hij met vier procent verschil ten opzichte van Frelimo zijn verlies moest accepteren.

Bewijzen voor ,,grootscheepse fraude'' heeft Dhlakama ook nu niet laten zien. Internationale waarnemers spreken, net als vijf jaar geleden, over ,,eerlijke en vrije'' verkiezingen, met hier en daar wat ongeregeldheden. Maar zo is Afonso Dhlakama, die zijn hele politieke carrière al drijft op een golf van wantrouwen tegen de regerende elite in de hoofdstad.

Dat is vooral wantrouwen tegen het moderne Mozambique dat regeringspartij Frelimo voorstaat, een land van grote flatgebouwen, dure hotels en brede boulevards. Mozambique zoals de hoofdstad Maputo is. Renamo is de partij van het platteland en Afrikaanse tradities. Ook op de persconferentie gisteren bleek dat weer. Dhlakama vertrouwt de computers en hun moeilijke wachtwoorden niet, die momenteel de uitgebrachte stemmen tellen. Waarom computers, als je stemmen ook met de hand kunt tellen?

Dankzij deze sentimenten is Dhlakama zo verbazend ver gekomen in de naoorlogse politiek van Mozabique. Niemand verwachtte dat Renamo een kans zou maken, toen in 1994 de eerste vrije verkiezingen werden gehouden. Renamo, dat was de terreurbeweging, die met hulp van het blanke Rhodesië en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime maar een doel voor ogen stond: de vernietiging van alles en iedereen dat voor een onafhankelijk Mozambique van enig nut was. Artsen, onderwijzers, bruggen, ziekenhuizen.

Toch behaalde Renamo in 1994 38 procent van de stemmen, tegen 44 procent voor Frelimo. Renamo vormde een alternatief voor de arrogantie van de elite uit het zuiden en de stad. Frelimo moet niks van noordelingen hebben. Dat bleek in 1969 al, toen na de moord op Frelimo-oprichter Eduardo Mondlane, niet de vice-voorzitter uit Centraal-Mozambique werd benoemd tot leider, maar Samora Machel, de militair uit het zuiden. Onder het mom van de socialistische heilstaat ontnam Frelimo in de eerste jaren na onafhankelijkheid alle traditionele en kerkelijke leiders hun gezag. Het werd de bestaansreden van Renamo.

Twaalf jaar later lijkt het geloof in het alternatief van Renamo ook in Centraal-Mozambique gesleten. Ook in de steden waar Renamo sinds 1999 wel de scepter zwaait, zoals Beira, valt het licht nog dagelijks uit, worden de gaten in de wegen niet gevuld, komt het drinkwater nooit aan. Renamo kan moeilijk opboksen tegen de zichtbare successen van Frelimo. Een weg met verbluffend strak asfalt verbindt sinds kort de hoofdstad met de meest noordelijke provincies. Dankzij Frelimo.

Met name de kiezer op het platteland wist het deze verkiezingen gewoon niet meer, en dus kwam die kiezer niet opdagen. Nog nooit was de opkomst tijdens Mozambikaanse verkiezingen zo laag als nu: minder dan vijftig procent. Waarnemers wijten dat aan de regen en pleiten voor verkiezingen buiten het regenseizoen. Vertrekkend president Chissano denk dat de kiezer gewoon geld moet krijgen voor zijn stem, dan komt hij wel.

Maar twaalf jaar na de komst van de vrede vindt de kiezer dat de politiek van zowel Frelimo als Renamo bitter weinig heeft opgeleverd. Mozambique is nog steeds een van de vijf armste landen ter wereld. Van de jaarlijkse economische groei van acht procent, waar de internationale donoren zo juichend over zijn, profiteert alleen een onbereikbare elite. Daarom staat de winnaar van de verkiezingen een week voor de officiële uitslag al vast, met of zonder fraude. Hij heet desinteresse.