Van A tot Z

In De Dikke van Dale bereidt Joep Habets zich voor op het Groot dictee der Nederlandse taal.

Andermaal spoeden wij ons naar Sluis. Blauwbekkend door het weidse Zeeuwsch-Vlaamse land zien we aan de einder nergens przewalskipaarden galopperen, noch dromedarissen dan wel kangoeroes. Cultuurhistorisch gezien is Sluis nochtans als domicilie van J.H. van Dale, naamgever en ooit samensteller van het gerenommeerde woordenboek, de geëigende locatie voor de voorbereiding op het Groot dictee der Nederlandse taal. De Dikke Van Dale heet het hotel dat als postume hommage naar de taalkundige is vernoemd. Eertijds was het eclectische gebouw uit het begin van de twintigste eeuw een abdij, later is het gebruikt als seminarie en nu is het als hotel miraculeus behoed voor leegstand. Forse kloostermoppen in de façade verwijzen onloochenbaar naar de oude religieuze functie, de geel-witgestreepte markiezen geven het gebouw iets frivools, maar de pauselijke kleuren kunnen ook refereren aan een rijk rooms leven. Grondig en rigoureus was de verbouwing, die de kamers het comfort gaf dat men voor een bedrag vanaf € 155 mag verwachten. Het interieur is klassiek, met mahoniehouten meubels, blauw beklede stoelen en een enigszins nostalgische badkamer. In orde is ook de ontvangst en de service. Jammer dat de kamermeisjes 's ochtends steeds zo graag onze kamer binnen willen dat we ons bij dit aanwensel sikkeneurig moeten afvragen of het woord privacy wel in het woordenboek van het hotel staat.

Kwamen we hier niet consciëntieus trainen voor het dictee, dan waagden we onze kansen in het casino dat in het etablissement kwartier houdt. Lunchen of loungen biedt onschuldiger vertier.

Met restaurant Oranjebloem, dat cachet heeft, en bar-brasserie De Bieb zijn er verschillende restauratieve mogelijkheden, het eten zal er vast lekker zijn maar er zijn in Sluis nog andere aantrekkelijke opties. Natuurlijk is het hotel ook een perfecte uitvalsbasis voor een bezoek aan de pittoreske accommodaties in Vlaanderen waar eloquente koks exquise spijzen bereiden, weliswaar tegen soms exorbitante prijzen. Ongetwijfeld zouden wij daar sintjakobsschelpen savoureren, chateaubriand, crêpes, adellijk wild, sliptong, goulash, entrecote met bearnaisesaus, paté of een ander qua spelling verraderlijk gerecht met een beaujolais of een wijn uit de Bordeaux of gewoon een cappuccino.

Plezierzoekers en zakelijke gasten mengen zich 's ochtends met genoegen rond de welvoorziene ontbijttafel, al is de festiviteitenzaal met schuifwanden niet de interessantste ruimte die men zich kan voorstellen. Qua roerei steekt De Dikke Van Dale boven zijn concurrenten uit, want hoewel het roerei een van de pijlers van het hotelontbijt is, blijkt de kwaliteit elders meestentijds twijfelachtig.

Rustig verwijlen wij nog een tijdje in de lounge tussen de chique encyclopedieën en dictionaires van Larousse en Kramers. Sympathiek is de minuscule expositie gewijd aan Van Dale. Treurige berichten in een van de vitrines wijzen uit dat de woordenboeksamensteller al op vierenveertigjarige leeftijd is overleden. Uitzinnig dik zou de dikke Van Dale zijn als Van Dale 88 jaar was geworden!

Vlooiend in de encyclopedieën en de dictionaires worden we bevangen door twijfel. Wat staat ons gezien de nieuwe auteurs van het dictee, Mulder en Campert, maandagavond aan lastige woorden te wachten? Xeranthemum, yamswortel en zaïrekoorts zullen ze wellicht als te exotisch mijden. Eigenlijk kunnen we ons beter prepareren op Queneausiaanse constructies als ,,Er viel een schot, gelukkig bleek het een Schot te zijn'' of op Mulderiaans hyperbolisch taalgebruik. Zonder daarover zekerheid te krijgen zetten we een punt achter ons verblijf in De Dikke van Dale.

De Dikke van Dale,

St. Annastraat 46, Sluis, 0117-456010, www.hampshirehotels.nl