Spruyt: ik moest Wilders mijden

Directeur Bart Jan Spruyt van de conservatieve denktank Edmund Burkestichting heeft op aanraden van veiligheidsfunctionarissen afstand gehouden van het onafhankelijke Kamerlid Geert Wilders.

Spruyt zegt vandaag in een gesprek met deze krant dat hem op 8 november, zes dagen na de moord op cineast Theo van Gogh, in een gesprek op het ministerie van Binnenlandse Zaken, de suggestie is gedaan ,,voorlopig geen publieke uitspraken te doen ten gunste van Wilders''. Dat werd volgens Spruyt gezegd door een medewerker van de Nationaal Coördinator Bewaking en Beveiliging (NCBB). Voor Spruyt zou dat veiliger zijn omdat hij regelmatig wordt geassocieerd met Wilders.

Het beveiligde Kamerlid Wilders beklaagde zich deze week dat hij belemmerd wordt in de oprichting van een eigen partij. Zo zouden medestanders en mogelijke toekomstige aspirant-Kamerleden worden gewezen op de gevaren voor hun veiligheid. Spruyt is een van die mogelijke medestanders. Hij ,,sluit niet uit'' dat hij over twee jaar de Burkestichting verlaat om als kandidaat-Kamerlid op de lijst van Wilders te gaan staan. Dat is afhankelijk van hoe die beweging zich ontwikkelt, zegt hij. De Burkestichting is niet verbonden met de groep Wilders.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie worden mensen in gesprekken met de NCBB in algemene zin ,,gewezen op het feit dat zij zich bewust moeten zijn van een relatie tussen hun gedragingen, ook in de media, en de mogelijke dreigingen.'' Maar er wordt ,,geen advies verstrekt over de inhoud van hun activiteiten''.

Spruyt had op het moment van het gesprek tijdelijk particuliere beveiliging ingehuurd. Aanleiding was een eerdere inschatting van veiligheidsfunctionarissen dat hij een verhoogd risico liep. Hij koos na het gesprek met de NCBB-medewerker voor een ,,laag profiel in de media.'' Dat neemt hij zichzelf nu kwalijk. ,,Ik heb me gewoon zwaar laten intimideren, ik ben weggedoken.'' Spruyt is boos op minister Donner (Justitie) wegens diens waarschuwing dat bewaking niet moet worden gezien als statussymbool.

Interview: pagina 2