Schildklierhormoon

Naar aanleiding van het artikel `Schildkliermedicijnen bekorten misschien het leven van ouderen' (W&O, 4 dec) het volgende. Het verbaast mij te lezen dat er een richtlijn is die zegt óók de schildklierhormenen in het bloed te laten meten wanneer een patiënte van 39 jaar bij de huisarts komt met last van alle (en meer) in het artikel genoemde symptomen.

Omdat hij niet kon bedenken wat mij zou kunnen mankeren met mijn reeds een paar maanden aanhoudende klachten, heeft mijn huisarts besloten om mijn bloed dan maar op van alles en nog wat te laten controleren. Et voila, de diagnose bleek een niet meer werkende schildklier, met o.a. een extreem verhoogd TSH-gehalte en dito verlaagde T4 en T3-waarden.

Op de site van de belangengroep van mensen met schildkliergebrek (Hypo maar niet happy) valt te lezen dat het niet diagnostiseren van deze aandoening eerder regel dan uitzondering is. Om nog maar te zwijgen over het onvermogen van vele artsen om eventuele blijvende klachten serieus te nemen. Artsen die met het medicijn levothyroxine (FT4) de hormonen TSH, FT4 en T3 weer op normale waarden krijgen, denken vaak dat hun patiënt klachtenvrij is!

Dat er ook nog andere schildkliermedicijnen bestaan, zoals liothyroninenatrium (T3) en dat veel patiënten baat hebben bij een combinatietherapie van T4 en T3, wordt nog stelselmatig door behandelend artsen genegeerd. Naar mijn mening zouden patiënten gebaat zijn bij huisartsen en specialisten die de richtlijn voor functiestoornissen van de schildklier niet alleen kennen maar deze ook toepassen.