Rem op Chinese automarkt een Europees probleem

De groei is er uit op de Chinese automarkt. Bedroeg die het laatste decennium zo'n 25 procent per jaar, dit jaar blijft hij beperkt tot 8,8 procent. Volgend jaar, voorspelt het Amerikaanse beursweekblad Barron's, neemt de groei verder af tot 6 procent. Volgens het blad is de markt het slachtoffer van dalende prijzen en winstmarges, overcapaciteit, en felle concurrentie. Bovendien heeft de overheid de kredietverlening voor het aanschaffen van een auto enkele maanden geleden aan banden gelegd, omdat 50 procent van de kredietnemers niet in staat bleek te zijn de lening af te lossen.

De prijzenoorlog is een gevolg van Hyundai's pogingen het marktaandeel te vergroten door de prijzen met 30 procent te verlagen, zodat er voor de concurrenten niets anders opzat dan dit voorbeeld te volgen. Dit jaar zal de prijs nog eens 10 procent dalen, voorspelt het blad.

Dat alles neemt niet weg dat er op de lange termijn redenen voor optimisme zijn, zo houdt het blad de moed er in. Immers, gemeten naar inkomen per hoofd van de bevolking en het aantal auto's per persoon loopt China nog ver achter bij andere Aziatische economieën.

Daarbij schuwen de Chinezen geen middelen om die achterstand zo snel mogelijk in te lopen. De overheid doet daar aan mee door een oogje dicht te knijpen voor de onophoudelijke schending van het patentrecht.

Maar hoe het ook zij, het afnemen van de groei is slecht nieuws voor de vijf grootste niet-Chinese producenten, Volkswagen, General Motors, Honda, Hyundai en Suzuki. Want, meent het blad, ,,China is hun laatste hoop''.

Dat belooft weinig goeds voor de Duitse werknemers die hun baan bij General Motors-dochter Opel dreigen te verliezen. Want, schrijft het Duitse opinieweekblad Die Zeit, kennelijk is GM vastbesloten 10.000 arbeidsplaatsen te laten verdwijnen. Dus is de huidige afspraak over het omscholen van werknemers slechts een oplossing voor de korte termijn. Bovendien komt de rekening daarvoor grotendeels ten laste van de belastingbetaler. En dat, terwijl het volgens het blad toch vooral het management is van moederbedrijf General Motors dat verantwoordelijk is voor de actuele problemen. Want dat de relatief hoge loonkosten een probleem zijn geworden is volgens het blad te wijten aan een serie foute beslissingen in de jaren negentig. Wil Opel nog een kans van slagen hebben, dan moet het Amerikaanse management Opels thuishaven in Rüsselsheim in stand houden, evenals de Saab-vestiging Trollhättan. Kortom, de Amerikanen moeten eindelijk maar eens op de proppen komen met een strategie voor de Europese markt.

Strategie? General Motors, weet het Britse weekblad The Economist, zit financieel in de puree, en de activiteiten op de Europese markt zijn een puinhoop. Het Amerikaanse bedrijf ging in 2000 in zee met de Italiaanse autoproducent Fiat, omdat het bang was dat concurrent DaimlerChrysler dat anders zou doen. Dat betekende dat GM 20 procent van Fiat overnam, terwijl Fiat een aandeel van 6 procent nam in GM. De Amerikanen betreuren de alliantie nu, omdat de verliezen van Fiat blijven oplopen. Fiat op zijn beurt staat er op dat de Amerikanen hun verplichtingen nakomen en dat er een volledige fusie tot stand komt, omdat anders het voortzetten van de huidige verbintenis geen zin heeft. Volgens het blad mikt Fiat er op dat General Motors zijn verplichtingen wil afkopen voor bijvoorbeeld een miljard dollar. Maar daarmee is Fiat nog niet van de problemen af. Het heetste hangijzer is dat Fiats Europese marktaandeel in vijftien jaar gehalveerd is. Dat betekent dat de onderneming in 2003 1,9 miljard euro verlies leed, in 2002 3,9 miljard euro en in 2001 400 miljoen. Bovendien hebben de banken er ook geen zin meer in om de verliezen te blijven dekken.

De Amerikanen zullen zich volgens het blad niet laten vermurwen door de politieke en sociale consequenties, zoals ze dat ook niet doen bij het wegsnijden van 10.000 arbeidsplaatsen bij Opel in Duitsland. Want dat die verdwijnen is voor het blad een uitgemaakte zaak.

De Chinezen jatten wat ze jatten kunnen, en met een succes dat de concurrenten de stuipen op het lijf moet jagen. Want in de sector machinebouw bijvoorbeeld, schrijft het Duitse weekblad Wirtschaftswoche, komen de Chinese plagiaatproducten zo'n 20 procent kwaliteit tekort, maar ze zijn ook de helft goedkoper. De tendens in China is volgens het blad dat alles dat maar een beetje succes heeft goed is voor vervalsing en imitatie. En de Duitse ondernemers voelen het goed. Uit onderzoek van de verenigde Duitse Kamers van Koophandel blijkt dat 73 procent van de ondervraagde ondernemers meent dat de vervalsingen de laatste jaren toenemen.

Natuurlijk heeft bondskanselier Gerhard Schröder er bij zijn recente bezoek aan China op aangedrongen dat de overheid de wet- en regelgeving op het gebied van het geestelijk eigendom verbetert. Het probleem is alleen dat de rechtbanken niet onafhankelijk zijn en dat de Chinese overheid de diefstal van geestelijk eigendom sanctioneert, zo blijkt uit de ervaring van ThyssenKrupp bij de aanleg van een zweeftrein in Shanghai.