Rekenen rond Hillen

Wie in een eigen huis woont en daarvoor (bijna) niets aan kosten aftrekt van zijn belastbare inkomen in box 1, wordt daarvoor na 1 januari 2005 beloond met een aftrek (bijna) even groot als zijn eigenwoningforfait (EWF). Het maximaal haalbare belastingvoordeel bedraagt 4.420 euro per jaar. Dan moet het maximale EWF van 8.500 euro (2005) voor je woning van minimaal 1 miljoen euro (WOZ-waarde) voor minimaal 8.500 euro (qua belastbaar inkomen in box 1) wel in het 52 procent belastingtarief vallen.

In het algemeen bedraagt het jaarlijkse voordeel per 1.000 euro forfait voor belastingbetalers in het 42 procent tarief 420 euro, in het 40,65 procent tarief 406,50 en in het 33,70 procent tarief 337 euro. Voor 65-plussers zijn de voordelen in het 42 en 52 procent tarief gelijk, maar in de laagste twee tarieven niet meer dan 227,50 en 158 euro. Een alleenstaande met alleen AOW gaat er in koopkracht ruim 1 procent op vooruit en een (echt)paar iets minder.

Dit voordeel danken we (mede) aan het wetsvoorstel van voormalig CDA-Kamerlid Hans Hillen, die zijn naam ziet voortleven in een wet bedoeld om mensen te prikkelen meer eigen geld in hun huis te stoppen. Hillen is tegenwoordig voorzitter van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). In die hoedanigheid vindt hij dat de grijze golf te veel consumeert en zelf geld opzij moet leggen om zorg op hun oude dag te betalen. Of: de bespaarde belasting is niet voor de koopkracht, maar voor de (latere) zorg.

De wet stond in december 2003 al in de Staatscourant, maar zowel de Belastingtelefoon als de belastingdienst wilden dit jaar niet ingaan op vragen van mensen die zich tijdig wilden voorbereiden op de genoemde meevaller, bijvoorbeeld door extra af te lossen op hun hypotheek. Men deed alsof de wet niet bestond of de invoering onzeker was, wat niet kan voor een wet die in de Staatscourant staat. De fiscus is nu nog niet scheutig met informatie, anders dan bij de invoering van de Bijleenregeling. Het computerprogramma Voorlopige teruggaaf 2005 (downloaden via www.belastingdienst.nl) laat alles in het midden.

Door deze informatiestop zochten creatieve belastingbetalers sluiproutes om toch onder de wet te vallen. Die lopen bijna allemaal dood. Lezers die alsnog een maas in de wet menen te ontdekken, gelieve te bellen met de Belastingtelefoon voor particulieren (0800-0543) voor een weerwoord.

Een veel geopperde uitweg is het idee om de eigenwoningschuld in box 1 (hypotheek of lening bij wie dan ook) als schuld over te hevelen naar box 3 en geen rente meer af trekken in box 1. Ofwel: boxhoppen. Dat mag niet. Je omzeilt dit verbod wellicht door je lening (deels) af te lossen. Dat mag altijd voor de fiscus, maar de geldverstrekker moet het ook goedvinden. Na die aflossing sluit je een ongeveer even grote lening af en laat die in box 3 vallen. Het is (mij) niet bekend of dit mag. Een alternatief is het domweg niet meer aftrekken van de rente in box 1 om zo het nieuwe voordeel binnen te halen. Mag niet.

Een geniepig punt: onder de aftrekposten eigen woning vallen de eigenwoningrente, maar ook de erfpacht, het recht van opstal (recht om op de grond van een ander een gebouw te zetten) en het recht van beklemming (recht om landerijen eeuwig te gebruiken). Je lost met veel moeite je hypotheek af, maar als de erfpacht doorloopt, en die is groter dan het EWF, dan helpt aflossen niet.

Wat zijn de grote rekenlijnen achter dit relaas? Neem een schuld van 45.000 euro tegen 6 procent, 42 procent belasting, 45.000 euro aan spaargeld (boven de vrijstelling) tegen 3,5 procent in box 3 (minus de 1,2 procent heffing!) en 2.500 euro aan forfait in box 1. Je lost de hele schuld af. Daarmee bespaar je per jaar 1.566 euro aan schuldrente en mist 1.035 euro netto aan spaarrente, per saldo een voordeel van 531 euro. Plus nog 42 procent over het forfait is 1.050 euro. Samen 1.581 euro per jaar. Zo kan eenieder zijn eigen voordeel of nadeel uitrekenen.

Tot slot twee overwegingen. Wie zijn schuld (deels) aflost, vergroot zijn overwaarde, wat door de Bijleenregeling nadelig kan zijn bij de aankoopfinanciering van een ander huis. Zijn de lopende of resterende aftrekkosten lager dan het forfait, dan krijg je een aftrek ter grootte van het positieve verschil tussen forfait en kosten. Dus: pak uw rekenmachine!