Noodgedwongen werken als een hobbyist

Avital Selinger is formeel geen bondscoach meer. Toch blijft hij het nationale vrouwenvolleybalteam trainen. ,,Ik ben een hobbyist die nu aan liefdadigheid doet.''

Voor wie het goed voor heeft met de volleybalsport in Nederland, biedt Sporthallen Zuid in Amsterdam deze middag een mooi beeld. Op het ene veld trainen Avital Selinger en Teun Buijs zes speelsters van Jong Oranje, op het andere oefenen de jongens van het talententeam van Marco Brouwers. Aandachtig toeschouwer is Harry Brokking, terwijl ook Ron Zwerver binnenloopt. Brokking is oud-bondscoach van de mannen, de vier anderen zijn bij elkaar goed voor 1.456 interlands.

Met de kennis, zorg en aandacht voor jonge talenten zit het wel goed in Nederland. Op clubniveau zijn ook nog gelouterde oud-internationals als Peter Blangé en Olof van der Meulen als trainer actief. Maar organisatorisch geldt het tegenovergestelde. En dat is een eufemisme voor de chaos die er rond de nationale volleybalteams heerst.

Na het faillissement van Pro-Volley, de beheersstichting van de nationale ploegen, is voor de bondscoaches collectief ontslag aangevraagd en mogen de spelers van Jong Oranje, die een contract hadden met Pro-Volley, officieel niks doen. Toch draait alles gewoon door. De trainers riskeren inhouding van een uitkering, evenals de spelers van het talententeam, die in dienst van Capelle ook nog eens als ploeg uitkomen in de eredivisie.

Selinger heeft evenwel geen moment overwogen te stoppen en te wachten op een nieuwe contractaanbieding, die hem na de oprichting van een topsportsectie bij de volleybalbond die nu nog NeVoBo heet, maar per 1 januari verder gaat onder de naam Volleybal Nederland vrijwel zeker te wachten staat. Gegeven de omstandigheden is niets doen de slechtste optie. ,,Want dan komen veel jonge speelsters in de problemen. Inactiviteit betekent in topsport vormverlies, onherroepelijk een terugval in niveau en daling van je marktwaarde.''

En dus blijft Selinger training geven, ook al is hij formeel geen bondscoach meer. Sterker, hij loopt het risico te worden gekort op zijn toekomstige uitkering als hij blijft werken. Dat risico neemt de geboren Israëliër. En met hem Buijs, tot vorige week hoofd opleidingen bij de vrouwen, in deze sombere dagen Selingers assistent bij de trainingen. Selinger: ,,Officieel ben ik niet aan het werk, maar ben ik hobbyist Avital die veel van volleybal weet en zijn kennis gratis doorgeeft; op dit moment doe ik aan liefdadigheid.''

De speelsters die Selinger traint vormen die middag niet de fine fleur van het Nederlandse volleybal, waarmee hij in oktober zo verrassend het sterk bezette Europese kwalificatietoernooi voor de World Grand Prix in Turkije won. De zes aanwezige meiden dragen namen die nog niet tot de verbeelding spreken. Wie heeft er ooit gehoord van Flore Gravesteijn en Sanne Hoevenaars? Het zijn talentjes die zijn gescout bij respectievelijk de eerste-divisieclubs Nesselande uit Rotterdam en Saturnus uit Uden. Voor die speelsters zet Selinger zich in. Want over de A-internationals hoeft de ex-bondscoach niet in te zitten. Die blijven bij hun buitenlandse clubs op niveau, ontvangen salaris en kennen niet de zorg van een dreigende korting op hun uitkering.

Na afloop van de drieënhalf uur durende intensieve training spreekt Selinger in de kantine boven een kop thee zijn verbazing uit over de gang van zaken in Nederland. ,,Toen wij twintig jaar geleden met het nationale mannenteam het `Bankrasmodel' begonnen, waren er financiële problemen, maar dat verwacht je heden ten dage toch niet meer. Ik dacht zoiets niet nog een keer zou te hoeven meemaken. Dit zijn niet de omstandigheden waarvoor ik ben teruggekeerd naar Nederland. De mensen verwachten wel dat ik met het Nederlands vrouwenteam alles ga winnen en we de beste van de wereld zullen worden, maar dat is bij een ongewijzigde situatie onhaalbaar.''

Of Selinger spijt heeft dat hij hier bondscoach is geworden? Nee, in die termen denkt hij niet. Hij zegt het met een blik die geen ruimte voor twijfel laat. ,,Als ik wil, kan ik zo in Italië aan de slag, dat is het punt niet. Maar ik heb een verantwoordelijkheid genomen die ik ook bij tegenslagen niet uit de weg ga. We moeten even geduld hebben, dan komt alles weer goed, hoewel ik voor een nieuw contract wel m'n financiële eisen zal stellen. Ik heb vanaf november niet meer betaald gekregen en dat achterstallig salaris wil ik in elk geval uitgekeerd krijgen.''

De bondscoach in (tijdelijke) ruste voelt zich niet verantwoordelijk voor de grote geldzorgen. Integendeel, Selinger zegt zelfs zo'n 150.000 euro te hebben bespaard. Hij legt uit: ,,Ik heb vanaf mijn aantreden als bondscoach vrijwel alles alleen gedaan, zonder assistent-trainer en zonder krachttrainer. Ten tijde van het kwalificatietoernooi in Turkije heb ik oud-speelster Henriëtte Weersing twee maanden als manager ingehuurd, dat was de enige aanstelling. Bovendien hebben we afgelopen zomer geen wedstrijdprogramma kunnen draaien, omdat de gewenste tegenstanders of in voorbereiding op de Spelen waren of hun schema al hadden vastliggen. We hebben vrijwel alleen maar getraind. Maar die anderhalve ton was wel gebudgetteerd.''

In een poging de wanorde te verklaren, herinnert Selinger aan zijn vader Arie, die, met een korte onderbreking, van 1985 tot en met de Spelen van 1992 in Barcelona bondscoach van de mannen is geweest. ,,Daarna is de filosofie veranderd. Destijds had de nationale ploeg een band met het Nederlandse publiek. Er worden in het land geen clinics meer gehouden en prachtige, sterk bezette toernooien in Apeldoorn, Haarlem en Dedemsvaart zijn verdwenen. Dat is geen toeval. Joop Alberda en de bond hebben goed gevonden dat de internationals naar Italië vertrokken. Maar de band met de basis werd daarmee wel doorgesneden. De nationale ploeg werd een team van huurlingen. En die spelers stonden met een totaal andere beleving op het veld.''

Maar dat was volgens Selinger niet het enige probleem. Hij: ,,De opleiding was in tussentijd ook verwaarloosd. Tussen 1992 en 2000 is met dezelfde auto gereden; je kon het zien aan de steeds slechter wordende resultaten. Ik wist dat het zo zou gaan, net als mijn vader dat wist. Maar niemand die destijds wilde luisteren, ook omdat er politieke spelletjes zijn gespeeld. De Selingers konden opsodemieteren; uit jaloezie en omdat andere mensen wilden laten zien dat het anders kon. Nu, je ziet wat er van terecht is gekomen. We zijn weer even ver als begin jaren tachtig. Ik begrijp het niet. En erg jammer dat de mensen toen niet de positieve kant hebben willen zien. Het enige negatieve dat ik kan bedenken is, dat de Selingers te goed waren geworden en de rest niet de wil had om op gelijk niveau te komen. En daar zijn naar mijn oordeel indirect de faillissementen van TVN en Pro-Volley uit voortgekomen. Het was nooit mijn vaders bedoeling een aantal jaren te werken, een medaille te pakken en de zaak in elkaar laten storten. We wilden iets achterlaten, waar Nederland nog lang van had kunnen profiteren.''

Dit is het tweede deel in een drieluik over de problemen in het nationale volleybal. Het eerste deel is te lezen op www.nrc.nl.