Laat die jongens toch

Stel, je organiseert een demonstratie tegen Europa en er komt niemand opdagen.

Na massaal rumoer rondom topconferenties in Seattle, Genua en Amsterdam is het stil geworden. Waar zijn ze gebleven, de actievoerders van toen?

We krijgen, had David Vervoort van de linksradicale organisatie Eurodusnie gezegd, niet veel mensen warm voor acties tegen Europa. En dus zat hij vorige maand alleen in de trein, op weg naar een demonstratie in Groningen. Het had een grootscheeps protest moeten worden, tegen de integratiepolitiek van de Europese Unie, waarvan de ministers een tweedaagse top over het onderwerp hielden. Maar dat werd het niet. ,,Ach, de een is ziek, de ander moet werken, weer een ander kan niet. En dus zit ik alleen'', zei Vervoort ter hoogte van Amersfoort. Toen moest-ie nog meer dan een uur.

Ter hoogte van Zwolle stapten nog enkele demonstranten in: jongens in zwarte broeken, in zwarte truien met de capuchon over het hoofd getrokken en een ringetje door hun wenkbrauw; meisjes in wijde kleurige broeken, de dreadlocks met een kleurige band bij elkaar gebonden. Maar echt druk werd het niet in de trein.

Buiten, voor het station van Groningen, wachtte politie te paard de actievoerders op. Maar hun aanwezigheid bleek voorbarig. Keuvelend liepen de jongens en meisjes naar de Vismarkt waar de demonstratie zou worden gehouden. Nu ja, demonstratie; een kwartier voor aanvang zag het plein meer blauw van de politie dan zwart van de antiglobalisten.

,,Zie je die stille'', zei David en hij wees op een man die quasi-nonchalant tegen een muur langs de Vismarkt leunde. ,,En dat pand op de hoek, het staat te huur. Dat zit stikvol met agenten en stillen'', snoof hij. Zelf viel hij nauwelijks op: magere gestalte, oplettende ogen, een paar makkelijke schoenen en een paraplu om de voorspelde regen tegen te houden – niet om agenten mee te slaan.

Europa is te saai, had Vervoort eerder gezegd in de hoofdvestiging van Eurodusnie, gelegen in een gekraakte school achter het station van Leiden. Die organisatie werd in 1997 opgericht, als actiegroep tegen de Europese Unie, en richt zich tegenwoordig ook tegen het kapitalisme en de overconsumptie in de wereld. ,,Europa is moeilijk en saai. Weinig mensen lopen nog warm voor acties tegen Europa. Sterker, steeds meer mensen lijken zich neer te leggen bij het project Europa.''

Dat was eind september, niet lang na de door Eurodusnie georganiseerde demonstratie tegen de informele Europese defensietop in Noordwijk. Wekenlang hadden de actievoerders hun acties aangekondigd; overal hingen posters met de oproep naar Noordwijk af te reizen. Uiteindelijk kwamen slechts zo'n zeventig mensen op de actie af – een aantal van hen werd nog in de boeien geslagen. Een enkele badgast had nog geprotesteerd: ,,Ach, laat die jongens toch, ze doen geen vlieg kwaad.''

Het had een mooi moment kunnen zijn voor Nederlandse eurocritici, antiglobalisten en andersoortige actievoerders: het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie. Aan dat voorzitterschap, dat in juli begon, komt deze maand een einde. Aanstaande vrijdag, op 17 december, wordt de EU-top in Brussel gehouden. Dat is feitelijk de laatste belangrijke bijeenkomst onder Nederlands voorzitterschap.

Maar het zes maanden durende voorzitterschap heeft tot weinig acties geleid: enkele honderden actievoerders demonstreerden in Groningen tegen het integratiebeleid, een zeventigtal demonstranten in Noordwijk keerde zich tegen het defensiebeleid, Enschede voor Vrede postte voor een hotel waar 120 Europese parlementariërs waren ondergebracht om over de integratie van Europese legerkorpsen te praten, en een tiental jongeren van de landbouwuniversiteit Wageningen trok met tractor en platte wagen door het land om een petitie aan te bieden aan de Europese ministers van Landbouw, bijeen in de Keukenhof in Lisse.

Die actie, waarbij de jongeren onderweg boeren en burgers vroegen naar hun mening over het Europese landbouwbeleid, vormde het officieuze startschot van de acties. Maar het protest viel in het water: weinig activisten kwamen opdagen; boeren bleken uiteenlopende meningen te hebben; burgers hádden vaak niet eens een mening. ,,Misschien zijn wij wel de enigen die zich bekommeren om het Europese landbouwbeleid'', verzuchtte een van de activisten op de aanhanger, vanaf een baal stro.

Waarom bleven acties uit? ,,Europa is te abstract'', antwoordt ook Kees Hudig van het solidariteitsfonds XminY uit Amsterdam. Die organisatie richt zich op ,,progressieve initiatieven die zijn gericht op een radicale maatschappelijke verandering'': onder meer op het gebied van milieu en vrouwenrechten. ,,De materie is te ingewikkeld, te saai. In troosteloze gebouwen in Brussel knutselen troosteloze ambtenaren paragrafen in elkaar. Daarvoor krijgen we geen vijftigduizend man op de been.''

Apen

Niet lang geleden, toen de grote verdragen werden beklonken, lag dat anders. Op de top in Maastricht (1991), waar werd besloten een Europese munt in te voeren, kwamen duizenden betogers af, onder wie veel Waalse boeren en Kroatische oorlogsvluchtelingen. Of tijdens de top in Amsterdam (1997), waar werd vergaderd over de de toetreding van nieuwe lidstaten. Ook daar kwamen duizenden demonstranten op af – de politie verrichtte ruim vierhonderd arrestaties. En ten slotte tijdens de top in Nice (2000), waar werd gesproken over de hervorming van de EU. Opnieuw verschenen duizenden demonstranten die bovendien de openingsceremonie wisten te verstoren.

Kees Hudig: ,,Toen werden belangrijke beslissingen genomen, nu worden deze op de vierkante millimeter geperfectioneerd. We zijn voor een fait accompli gesteld.''

Eerlijk is eerlijk; het zijn niet alleen de tegenstanders die hun achterban niet weten te organiseren. Ook de voorstanders lopen niet warm. Dat bleek eens te meer in Amsterdam, waar voorzitter Nederland een bijeenkomst organiseerde over de vraag hoe de burger warm te krijgen voor Europa. Niemand had het antwoord op die vraag. Eurocommissaris Antonio Vitorino verzuchtte zelfs: ,,Ons probleem is dat er geen Europese publieke opinie bestaat en dat de Europese verkiezingen totaal geen spektakel kennen.''

Maar toch, van falen willen de eurofans niet weten – en dat geldt ook voor de eurocritici. ,,We hebben verloren noch gewonnen. De grote zwakte van actievoerders is dat zij pas wakker schrikken als het te laat is. Als de zaken al zijn uitonderhandeld'', meent Hudig van XminY.

Ook van een achterhoedegevecht willen ze niet weten. ,,We zijn ons ervan bewust dat we geen grote massa's achter onze visie hebben staan. Maar dat betekent niet dat we onze visie niet moeten uitdragen'', aldus Vervoort van Eurodusnie. Bovendien, zegt hij, zijn er nog altijd enkele acties waarvoor mensen wel zijn te porren. Als er apen uit een proefcentrum moeten worden bevrijd.

Ten slotte, van pessimisme willen ze al helemaal niet weten. Hans Alderkamp bijvoorbeeld, van de Groningse werkgroep Vluchtelingen Vrij. Op de middag van de demonstratie tegen het Europese integratiebeleid staat hij ook op de Vismarkt. Een kleine man, met lang haar, een gulle lach en een verschoten jekkie – een overlevende uit de jaren zeventig.

Hij overziet de groep mensen die zich opmaken voor hun tocht naar het congrescentrum. ,,We balanceren op de rand van de maatschappelijke werkelijkheid. Simpeler, we roeien tegen de stroom in. Maar ik ben ervan overtuigd dat het een kwestie van lange adem is.''

Gasmaskers

Hoe anders zag de toekomst er vijf jaar geleden uit. In het najaar van 1999 hield de wereldhandelsorganisatie WTO een bijeenkomst in de Amerikaanse stad Seattle. Maar terwijl de voorstanders van het kapitalisme hadden moeten zegevieren, eisten de tegenstander de overwinning op. Tienduizenden betogers, antiglobalisten genoemd, trokken in Seattle samen op tegen de almaar uitbreidende macht van het kapitalisme; ze wisten met een blokkade de openingsceremonie te verstoren.

Dat treffen, dat bekend werd onder de naam Battle of Seattle, betekende een doorbraak in het actiewezen – ook in Nederland. In de jaren tachtig had de Koude Oorlog nog voor polarisatie gezorgd; daarnaast kende Nederland een omvangrijke kraakbeweging. Bovendien, weet Vervoort, was het mes nog niet in de uitkeringen gezet. Een aantal linkse activisten had een werkloosheidsuitkering. ,,Ze hadden daardoor tijd zich in te zetten.'' Zelf werkte Vervoort in die jaren in een linkse boekhandel.

In de jaren negentig zorgde het einde van de Koude Oorlog voor verwarring onder de activisten. In de kraak-scene hadden militanten inmiddels de overhand gekregen, waardoor gematigden waren weggelopen. Nieuwe aanwas was er nauwelijks. Ook werden de regels in de sociale zekerheid aangescherpt.

In Seattle leek de tijd rijp voor een opstand – die keer tegen de WTO, maar de actie gold ook andere financiële instellingen, zoals IMF en Wereldbank, en economische handelsblokken als de Europese Unie. Bovendien was de opstand wijd verbreid – in Seattle vonden onder meer linksradicalen, kerkelijke groeperingen en vakbonden van over de hele wereld elkaar.

Kees Hudig herinert zich die tijden. Hij was zelf niet in Seattle, maar zijn gedachten waren er wel. ,,We zaten met een aantal mensen op Schiphol, met zogenaamde gasmaskers op tegen het traangas, en eisten gratis vliegtuigen om naar Seattle te vliegen.'' Het grappige was – en hij moet er zelf nog altijd om gniffelen – dat een handjevol jeugdige actievoerders oprecht teleurgesteld was toen ze de vliegtuigen niet kregen.

Er volgenden andere toppen, in Praag, in Quebec, in Nice, en in Gotenburg, die ook veel betogers trokken, maar het succes van Seattle viel moeilijk te evenaren. Het verrassingseffect was immers weg; in het Canadese Quebec stond een zes kilometer lang hek om het conferentieoord. Daar kwam geen demonstrant nog bij.

Bovendien nam het geweld toe. Groepen militante anarchisten rukten op. Hoewel veel betogers benadrukten dat deze groepen slechts een klein deel van een groter geheel uitmaakten, bepaalden ze toch het beeld. In Praag vlogen de straattegels door de lucht.

Intussen trad ook de politie steeds harder op. In het Italiaanse Genua schoot een agent een demonstrant dood. Daardoor zwol de discussie verder aan, niet in de laatste plaats onder de antiglobalisten, die zichzelf overigens liever anders-globalisten noemen. Was deze manier van actievoeren, waarbij een aantal radicalen de toon zette door buitensporig geweld, wel de manier om zich tegen het alomheersende kapitalisme en het vrijemarktdenken te verzetten?

Kees Hudig vindt die vraag moeilijk te beantwoorden. ,,Ik ben geen voorstander van blind geweld, maar we kunnen ook niet toestaan dat we bij ieder protest van straat worden geveegd.'' En David Vervoort zegt: ,,Het is frustrerend, al die negatieve aandacht. Aan de andere kant; loopt het niet uit de hand, dan krijgen we ook geen publiciteit.''

haat-mails

Volgens Paul van Seters, hoogleraar aan de universiteit van Tilburg en directeur van Globus, instituut voor globalisering en duurzame ontwikkeling, zorgden de gebeurtenissen in Genua voor een kentering binnen de beweging. ,,Vanaf Genua hebben de meer verantwoordelijke instanties, de non-gouvernementele organisaties (ngo's), zich verzet tegen het gewelddadige actievoeren. Ze wilden niet de levens van hun eigen mensen in gevaar brengen. Tot Genua heerste een ambivalente houding, zagen ze in dat het geweld ook de nodige publiciteit opleverde. Na Genua was die houding verdwenen.''

De terroristische aanslagen in New York en Washington, op 11 september 2001, gooiden verder roet in het eten. De antiglobalisten bevonden zich plots weer in de marge.

Sindsdien is de Nederlandse samenleving verhard. ,,Verrechtst'', noemen actievoerders dat, voor wie `links' en `rechts' nog altijd levende begrippen zijn. De aanslagen in Amerika, de moord op Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh hebben daaraan bijgedragen.

Die verrechtsing was overigens al langer aan de gang, meent Vervoort van Eurodusnie, maar ,,na de moord op Fortuyn mag je alles zeggen''. Bij het linkse collectief maakten ze dat aan den lijve mee. Daags na de moord op de omstreden politicus bestormde een knokploeg het kraakpand en sloeg alle ruiten eruit. Daarnaast werden medewerkers bedreigd en ontving de organisatie veel haat-mails. Ze willen er zelf niet meer over praten – ,,ach, veel mensen werden bedreigd in die tijd'' – maar er zit sindsdien wel een stevig traliewerk voor de ramen.

De verrechtsing speelt links parten; in een `rechtse' maatschappij valt de boodschap van solidariteit en tolerantie niet goed. Tegelijk zou de verrechtsing in het voordeel van links moeten werken; in zo'n maatschappij onstaan immers scherpe tegenstellingen, vooral tussen rijk en arm, en kunnen linkse activisten hun verhaal over solidariteit juist eerder kwijt.

Dat dat niet is gebeurd, wijten de activisten aan de ,,sfeer van lethargie'' bij links, ,,de inactiviteit'' en de ,,algemene moedeloosheid''.

Bovendien wijzen EU-tegenstanders op de geringe rol van de vakbonden in het Nederlandse debat, terwijl die elders in de wereld een belangrijke plaats binnen de antiglobaliseringsbeweging innemen. Nederland is sufgepolderd, zeggen ze – ieder conflict wordt bij voorbaat gesmoord. Of, in de woorden van Kees Hudig: ,,De vakbeweging heeft jarenlang niets gedaan. Het is een ANWB voor arbeiders waar je goedkoop verzekeringen kunt afsluiten.''

Hoogleraar Van Seters ziet ook een positieve ontwikkeling: de gematigden hebben de straat ingeruild voor de debattafel. Hij wijst op het European Social Forum in Londen dat onlangs vijftienduizend deelnemers trok. Op het Nederlands Sociaal Forum kwamen twee weken geleden meer dan vierduizend mensen af. Bovendien kunnen de ngo's, door hem ,,de spil van de anders-globalistenbeweging'' genoemd, op deze manier ,,zelf de agenda bepalen''. Door alle toppen af te gaan, het zogenoemde tophoppen, volgden ze toch vooral de agenda van de wereldleiders.

De angst voor geweld door militante autonomen, voor aanslagen op gebouwen en bijeenkomsten door islamitische terroristen, en voor de veiligheid van politici heeft ook z'n effect gehad op de gang van zaken binnen de Europese Unie – en dus onvermijdelijk ook op het anti-Europese actievoeren. Afsluitende EU-toppen worden niet langer in het land gehouden dat op dat moment het voorzitterschap bekleedt: te veel geld, te veel zorgen, te veel gedoe, te onveilig. Ze worden gehouden in Brussel; in grote anonieme gebouwen, met achteruitgangen voor de genodigden, onzichtbaar voor de ongenoden, de demonstranten. Knappe jongen die daar nog een petitie weet aan te bieden.

In Noordwijk bijvoorbeeld, waar EU-ministers de informele defensietop hielden, konden de activisten niet eens bij het hotel annex conferentieoord in de buurt komen; daar lag een kordon omheen à la het zes kilometer lange hek van Quebec. Dat was, zeggen ze, enkele jaren geleden wel anders. Toen scandeerden ze hun leuzen bijkans in de hal van het hotel.

Het verbaast David Vervoort dan ook dat de demonstranten in Groningen redelijk ver kunnen komen. Ze lopen door de stad, langs het station, over de snelweg, naar het congrescentrum. Ze houden hun spandoeken hoog, schreeuwen leuzen, blazen fier op hun fluitjes en slaan op hun trommels. De meegebrachte honden springen opgewonden door de berm, opgejuind door zoveel kabaal.

Zo'n driehonderd meter voor de ingang ontstaat dan toch rumoer; de politie wil de actievoerders alleen doorlaten als ze hun trommels inleveren. Na enig heen en weer gepraat laten ze uiteindelijk het slagwerk achter. Wat resteert zijn de fluitjes, die door de koude lucht snerpen. Een enkeling trapt met zijn verzwaarde schoenen tegen een lantaarnpaal – die klappen klinken dof. Maar voor de ramen van het congrescentrum blijft het rustig; daar vertonen zich slechts een paar administratieve medewerkers en stagiairs.

Na een uur druipen de activisten af, terug naar de stad. Daar gaan ze met elkaar eten, en daarna is er een voordracht en een discussie. Ook zal een band optreden.

,,Preken voor eigen parochie'', erkent een meisje met roodgeverfde haren en zwart opgemaakte ogen. ,,Maar als zelfs wij ons niet meer laten horen, wie dan nog wel?''