Krul, bloem, sprong

TERUG IN DE TIJD. Om te beginnen naar het krullende lint dat twee weken geleden ter sprake kwam. Winkeliers van het bloemisterij- of parfumerietype hebben er een handje van de feestelijkheden rond een feestelijk verpakt pakje af te sluiten met een haal van de schaar. Zij trekken de schaar langs het lint waarmee het pakje was dichtgeknoopt en daarna krult dat lint. Het is een soort pijpenkrul, maar blijvender.

Hoe ontstaat die krul, daar ging het om. Uit een soort volledigheidsstreven, en een beetje tegen beter weten in, waren drie verklaringen opgevoerd. Misschien raakt het lint door wrijving aan de schaar statisch geladen en krult het daarna door een niet te overzien spel van afstoting en aantrekking. Misschien warmt het lint door de wrijving tussen schaar en duim op en zet het uit aan de kant waar het het warmst werd, of net andersom: krimpt het daar. De krulling zou dan vergelijkbaar zijn met die van een bimetaaltje. Tenslotte werd als mogelijkheid geopperd dat het lint tijdens de haal met de schaal aan één kant blijvend oprekte, wat au fond hetzelfde teweeg brengt als de opwarming van een bimetaal.

Geen van de tientallen briefschrijvers zag de invloed van statische lading als een acceptabele verklaring. Ook voor warmte-effecten was weinig steun te vinden. Wel is er op dit punt gepreciseerd: als een lint een haal met de schaar krijgt dan kan het juist wel eens het warmst worden aan de kant van de duim waar de schaar tegenaan wordt gedrukt. Dan zou de richting van het krullen tenminste als thermische uitzetting te verklaren zijn. Wordt het lint juist 't warmst aan de kant van de schaar dan moet de krul het gevolg zijn van warmte-krimp. Maar zo heel vreemd is dat nu ook weer niet. Naast rubber (van het soort dat voor elastiekjes wordt gebruikt) blijken er wel degelijk meer materialen te zijn die krimpen als ze warm worden. Een elektronicus ontmoet geregeld krimpkous dat door de hitte van zijn soldeerbout wel 30 procent krimpen kan.

Het probleem met statische oplading en temperatuur-effecten is natuurlijk dat het maar tijdelijke effecten zijn terwijl de winkelierskrul behoorlijk hardnekkig is. Het overgrote deel van de lezers nam daarom aan dat de krul het gevolg is van een blijvende vervorming die ontstaat als het lint heel sterk gebogen wordt, zoals bij die haal met de schaar het geval is. Wie een lint van boetseerklei, stopverf of deeg vouwt ziet hoe in de buitenbocht van de vouw makkelijk scheurtjes ontstaan. In de binnenbocht kunnen anderzijds rimpels gevormd worden.

Of anders gezegd: de blijvende vervorming die het krullen teweeg brengt kan bestaan uit blijvende rek in de buitenbocht en/of blijvende krimp in de binnenbocht. Het interessante is dat de meeste lezers ervan uitgaan dat de schaar krimp teweeg brengt. Zij menen te voelen en menen te zien dat aan de kant van de schaar microscheurtjes of microvouwen ontstaan die in gezamenlijkheid het lint aan die zijde verkorten. Nog interessanter is dat een lezer in Bennekom de proef op de som nam en een heel lang papieren lint beurtelings met de ene en de andere kant langs de schaar haalde. De krul die bij de eerste haal ontstaat is er met de tweede, gespiegelde haal weer uit te krijgen. Na tien van zulke halen was een lint van een meter ongeveer 0,5 procent korter geworden. Dus 5 mm.

Niet onvermeld mag blijven dat het niet uitgesloten, ja zelfs aannemelijk is volgens diverse lezers dat papier en plastic heel verschillend reageren. Plastic zou misschien wel hoofdzakelijk blijvend oprekken in de buitenbocht. En schaamhaar krult omdat schaamhaar plat is, roept een lezer. Die observatie blijft nog even in portefeuille.

Nu naar de snijbloemen-misère van 20/11. Getracht is toen antwoord te geven op een paar goed afgebakende kwesties, maar één vraag bleef open: de vraag waarom verpleegsters in ziekenhuizen 's avonds altijd de bloemen op de gang zetten. Dat weet niemand, stond hier.

En dat is verplegend Nederland in het verkeerde keelgat geschoten. Men weet het wel. Of meent het te weten. Er is ooit vastgesteld dat in bloemenvazen van lieverlee bacteriën tot ontwikkeling komen die niet geheel ongevaarlijk zijn, schrijft een oud-KNO-arts, en hij noemt Pseudomonas aeruginosa met name. Dat proces bleef wat langer uit als de vazen 's nachts op een koele gang stonden. De bloemen staan in de weg bij werkzaamheden rond het bed, schrijft een oud- verpleegkundige. Zeker 's nachts als je het zo stil mogelijk en in het halfdonker moet doen. Nee, schrijft een andere ex-verpleegkundige, het is een relict uit de tijd dat de nachtzuster de taak had de bloemen te verzorgen: water verversen of aanvullen en verlepte bloemen weggooien. Om het haar makkelijk te maken werden de bloemen al vroeg op de gang gezet, hoefde ze niemand te storen.

Klusjes verzinnen voor de nachtzuster, die verder niet zo heel veel om handen heeft, dat is ook de verklaring voor die andere bizarre gewoonte: het wassen van patiënten voor de nacht voorbij is, dus nog tijdens de dienst van de nachtzuster. Zo moet ook dat gesleep met bloemen zijn ontstaan.

Van het bloemenwater naar het water in de afwasteil, met excuus voor de gelikte overgang. Op 13/11 kwam de `hydraulic jump' ter sprake. Laat men een afwasteil onder de kraan vollopen dan blijft het midden van de teil, op de plaats waar het kraanwater de teil in klettert, lange tijd min of meer `droog'. Pas op relatief grote afstand van dat droge centrum stijgt het waterniveau opeens sprongsgewijs. Dat is de `hydraulic jump'. Er is geen Nederlands woord voor, stond hier laconiek, dus er kan ook niet over gesproken worden. En niet over gedacht, was de suggestie.

Dat woord is er wèl, briesen vele weg- en waterbouwers. Het is gewoon `watersprong'. De ingenieurs beschrijven de sprong als de overgang van schietend naar stromend water. Schietend water heeft een snelheid groter dan de golfsnelheid in dat water. Schietend water schiet voorbij langs de bodem van de droge plek.