Kapucijnaapjes gebruiken stenen om wortels op te graven

Als de bodem hard en uitgedroogd is pakken kapucijnaapjes in Noordoost-Brazilië een grote steen en gebruiken die als gereedschap om kluiten weg te slaan. Zo kunnen ze in onder moeilijke omstandigheden tijdens het maandenlange droge seizoen toch bij voedzame wortels komen. Dat ontdekten biologen Antonio de A. Moura en Phyllis Lee van Cambridge University (Science, 10 dec).

Voor het eerst is hiermee aangetoond dat kapucijnaapjes ook in het wild gebruik maken van stenen als gereedschap bij het verzamelen van voedsel. Sommige kapucijnapen in gevangenschap maken als zij de kans krijgen veelvuldig gebruik van gereedschappen als stenen en stokken, maar in het wild was zulk vernuft nog niet eerder overtuigend aangetoond, ondanks tientallen jaren van veldobservaties.

Moura en Lee vermoeden dat de kapucijnapen alleen overgaan tot het gebruik van gereedschap als het echt niet anders kan. In het Caatinga-bos, waar het duo tussen oktober 2000 en maart 2002 waarnemingen deed, speelt zo'n situatie. Het droge seizoen duurt er van mei tot midden okober. Jaarlijks valt er gemiddeld nog geen 800 mm regen. Alleen tijdens het korte regenseizoen zijn er volop eetbare vruchten en zaden beschikbaar, de rest van het jaar moeten de kapucijnapen flink moeite doen om aan eten te komen. Stenen gereedschap biedt dan een mogelijkheid om voedzame wortels en eiwitrijke insecten te bereiken.

De aapjes sloegen met hun ene hand de steen drie tot zes keer op de harde klei en haalden ondertussen met hun andere hand de losgekomen grond weg. Daarna lieten ze de steen vallen en groeven ze met beide handen verder. Soms pakten ze de steen weer op om nog een stukje harde grond weg te halen.

Behalve graven met stenen zagen de onderzoekers de apen ook stenen gebruiken voor het kraken van noten (met de steen als hamer en een boomstronk of plat stuk steen als aambeeld), voor het openmaken van holle takken en voor het in eetbare stukken breken van harde knollen. Ook gebruikten de kapucijnaapjes af en toe takken en stokjes als verlengstuk van de armen, om insecten, honing of water te bemachtigen wat net buiten bereik was.

Het gebruik door de apen van stenen als graafwerktuig werd in 41 procent van de gevallen beloond met een sappige knol of wortel. Veertien stenen die als gereedschap hadden gediend wisten de onderzoekers terug te vinden. De apen bleken geen speciale voorkeur te hebben voor een bepaalde vorm of gewicht. De lichtste steen woog 10 gram, de zwaarste 625 gram. Volgens de onderzoekers is het regelmatig gebruik van stenen bij het graven in geval van primaten (met uitzondering van de mens) niet eerder beschreven, zowel in het wild als in gevangenschap.