In Mosul is angst het wapen van de rebellen

De strijd in Mosul begint een klassiek voorbeeld te worden van een confrontatie waarbij Amerikaanse troepen vechten tegen een schimmige vijand.

Een jaar geleden was de Noord-Iraakse stad Mosul voor Amerikaanse legeraanvoerders een toonbeeld van hoe het moest. De Amerikaanse troepen werkten nauw samen met de Irakezen en wonnen allengs hun vertrouwen. Ze vonden manieren om duizenden populaire wederopbouwprojecten te financieren, en ze hielpen zelfs om bijzondere programma's te produceren voor de televisie, waaronder een Mosulse versie van Cops en een talentenjacht getiteld Iraakse Idols.

Op dit moment illustreert Mosul hoe de zaken in de soennitisch-islamitische delen van Irak zijn misgelopen. Er zijn minder Amerikaanse militairen dan een jaar geleden, en inmiddels heeft zich in deze stad aan de oevers van de Tigris een goed georganiseerde revolte gevestigd, die de plaatselijke bevolking intimideert en de politie terroriseert. De veiligheidstroepen ter plaatse verkeren merendeels in wanorde, en de Amerikaanse troepen voerden het afgelopen weekeinde aan de lopende band straatgevechten. ,,Heel veel mensen zijn bang'', zegt brigadegeneraal Carter Ham, die sinds februari het bevel voert over de Amerikaanse troepen hier. De opstandelingen zijn in de stad geïnfiltreerd, zegt hij, en hun campagne ,,heeft een aanzienlijke uitwerking gehad op de bevolking''.

Ham zei dit op zijn basis op het vliegveld van Mosul tijdens een bliksembezoek dat generaal John Abizaid, de bevelhebber van de Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, afgelopen weekeinde aan de stad bracht. Het bezoek van Abizaid vestigde de aandacht op het belang van Mosul als beslissend front in de oorlog in Irak.

Hier heerst geen lichtvaardig optimisme over de strijd; de Amerikaanse aanvoerders weten dat zij te maken hebben met een bikkelharde, vastberaden vijand, die de meedogenloosheid van het oude regime van Saddam Hussein paart aan de felheid van de radicale islam.

Naakte angst is het sterkste wapen van de opstandelingen. Volgens de Amerikaanse bevelhebbers brengen zij dvd's in omloop waarop te zien is hoe zij hun gevangenen onthoofden. De boodschap is: dit zal jou ook gebeuren als je probeert ons tegen te houden. Toen laatst Amerikaanse troepen een patrouille hadden uitgevoerd in een wijk van Mosul, arriveerden er acht auto's vol opstandelingen. Zij pakten een man op en schoten hem door het hoofd, als waarschuwing tegen samenwerking met de Amerikanen.

Mosul is nog dieper in deze heksenketel weggezonken sinds in juli de provinciegouverneur werd vermoord. Hij gold algemeen als een charismatische politicus, die zijn onafhankelijkheid als Irakees wist te bewaren maar ook met de Amerikanen kon samenwerken. Nadat hij was gedood, had Mosul geen doeltreffende leiding meer om de tientallen miljoenen dollars te besteden die voor de wederopbouw beschikbaar waren gesteld.

Interim-premier Ayad Allawi bracht een korte opleving van optimisme, toen hij de stad bezocht met 65 miljoen dollar in contanten om achterstallige salarissen van overheidspersoneel te betalen. Hij beloofde dat er meer financiële hulp aankwam, maar die laat nog op zich wachten.

De veiligheid in de stad was het hele jaar door al slechter geworden, maar er bleef echt niets van over toen de opstandelingen op 10 november met een zorgvuldig gecoördineerde reeks aanvallen de plaatselijke politie overrompelden. Volgens Ham werden gelijktijdig aanvallen uitgevoerd door meer dan een dozijn groepen opstandelingen. Politiemensen ontvluchtten hun posten, en na afloop was in Mosul nog duizend man politie over van een contingent dat op papier 8.000 man had geteld. Van de blijvers waren maar zo'n 400 betrouwbaar.

Over de aanval die in november de politie verpletterde, zegt Ham: ,,Die had ik niet zien aankomen.'' Mosul illustreert dan ook wat in heel Irak voor Amerika en zijn bondgenoten misschien wel het grootste probleem is: de schaarste aan goede inlichtingen over de bevels- en gezagsstructuur van de opstand.

De Iraakse Nationale Garde, die de politie met zwaarder materieel had moeten bijstaan, is weinig effectief gebleken. Ook dat is weer een kwestie van intimidatie. Opstandelingen bedreigen de verwanten van de soldaten, en wegens die bedreigingen zijn veel leden van de Nationale Garde gedeserteerd.

Nu in deze reusachtige stad zo weinig politie over is om de orde te handhaven, voeren de opstandelingen hun terreur- en moordcampagne verder op. Sinds 10november zijn volgens Amerikaanse cijfers 136 mensen vermoord. Ham meldde ook dat het aantal aanvallen op coalitietroepen – eerder zo'n 30 à 40 per week – in november is gestegen tot circa 140 per week. Op 4 december zijn militairen van de Stryker-brigade in het zuiden van Mosul in een hinderlaag beland: ze werden in een gecoördineerde aanval vanuit twee moskeeën onder vuur genomen. De Amerikanen hebben de moskeeën uitgekamd en 30 tot 40 opstandelingen gedood.

De strijd in Mosul begint een klassiek voorbeeld te worden van een confrontatie met een opstand waarbij de Amerikaanse troepen vechten tegen een schimmige vijand, die een uitval doet en daarna verdwijnt in een labyrint van straatjes of in de anonimiteit van dorpjes op het platteland. De opstandelingen hanteren intimidatie als oorlogswapen en daarmee hebben zij de afgelopen maand in Mosul verontrustend veel succes geboekt.

Schrijver en columnist.

© Washington Post Writers Group