Hollands Dagboek

Vorige week woensdag werd Bas Verkerk (46) op zijn gsm gebeld: prins Bernhard was overleden. `Ik haalde diep adem: de voorbereidingen kunnen beginnen.' Verkerk is voor de VVD burgemeester van Delft, waar de prins vandaag wordt bijgezet.

Woensdag 1 december

Rond half negen op weg naar huis, tijd om even bij te komen van een drukke middag. Met onder meer mijn afscheid van ambtenaren van de gemeente Den Haag, waar ik in juli mijn baan als wethouder verruilde voor die van burgemeester van Delft. Met medewerkers van de dienst Stedelijke Ontwikkeling haal ik herinneringen op. Daarvóór een afspraak met minister Remkes van Binnenlandse Zaken over lopende cao-onderhandelingen.

Dat bijkomen duurt niet lang. Tijdens de terugrit meldt de grootmeester van Hare Majesteit de Koningin mij door de gsm dat ZKH Prins Bernhard is overleden. Ik haal diep adem: de voorbereidingen kunnen beginnen. Ik bel de lijst af met mensen die ik moet informeren. Enkele stafleden gaan gelijk aan de slag. De hekken ter bescherming van de Nieuwe Kerk staan er diezelfde avond nog. Om 22.45 uur is de speciale site www.begrafenisindelft.nl met informatie over Delft ten tijde van de bijzetting al in de lucht. Thuis bekijk ik de agenda van morgen en intussen pak ik de cadeautjes in voor mijn dochter Victoria die morgen 6 jaar wordt.

Donderdag

Bij het opstaan is er eerst een feestje voor Victoria. Om half negen ben ik al geheel ondergedompeld in de stad die zich voorbereidt op de bijzetting van prins Bernhard. De reguliere overleggen starten. Eén van de beslissingen is het verplaatsen van zes huwelijken uit het stadhuis. Gelukkig kunnen we de bruidsparen een andere mooie locatie in Delft aanbieden. In een druk bezochte persconferentie geef ik aan de landelijke en lokale pers een toelichting op de noodzakelijke acties. Delft moet er prachtig uitzien. Ik realiseer me meer en meer dat ik betrokken ben bij een historische gebeurtenis.

Ik bel vandaag mijn voorganger Hein van Oorschot, die mij waardevolle tips geeft.

Ook het gewone werk gaat door. 's Avonds ben ik bij de raadscommissie leefbaarheid, waar onder andere de lokale veiligheid en de fusie van de brandweer met Rijswijk op de agenda staan.

De eerste dag zit erop. Half één naar huis. Het gaat goed.

Vrijdag

Kwart voor acht: Jan Bron, de brandweercommandant, belt over een incident die nacht. De zaak is inmiddels onder controle. Om half negen spreek ik mijn secretaresse Joke v.d. Mast. Zij strijkt gelukkig de plooien glad in mijn agenda. Om negen uur ga ik naar de Nieuwe Kerk om de voorbereidingen van de bijzetting te bekijken. Kabels worden uitgerold, banken versjouwd; iedereen weet precies wat er gedaan moet worden. Ik ontmoet de koster. Het is een bijzonder moment wanneer de deksteen van de grafkelder wordt gelicht.

Met mijn vrouw Annelieke drink ik cappuccino in de Waag en zoek een jacquet uit bij Kloeg. Daarna weer aan het werk: lokaal driehoeksoverleg tussen burgemeester, politiecommandant en officier van justitie. De noodverordening, de ceremonie en alle draaiboeken passeren de revue. Ik hoor dat er een fly pass komt met F16's en een oude Spitfire; een waardig eerbetoon aan Prins Bernhard, de missing man.

Het vergt wat schakelen: aan het eind van de middag schuif ik aan bij de landelijke cao-onderhandelingen tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en vakbondstop. We proberen voor de kerst nog afspraken te maken voor tweehonderdduizend gemeenteambtenaren. VNG-secretaris Ina Sjerps houdt de hand stevig op de knip. Net op tijd thuis voor het NOS-journaal van acht uur. Ik kijk die avond geboeid naar reportages over de prins. Een eigenzinnig man, een levensgenieter. Ik ben onder de indruk van zijn langdurige invloed op ontwikkelingen in Nederland en daarbuiten. Oorlogsheld en natuurbeschermer, een intrigerende combinatie.

Zaterdag

De zaterdagochtendroutine: met mijn zoon Alexander verse broodjes halen bij de bakker. Ik heb er dan al een interview in Amsterdam op zitten. Op straat spreken verschillende mensen mij aan, benieuwd hoe het allemaal zal gaan in Delft. Ze verwachten mogelijk van mij spannende dingen te horen. Ik besef dat er rond een koninklijke bijzetting de nodige mystiek hangt, maar het is gewoon hard werken. Annelieke brengt zoon Lucas naar HDM voor de hockey en ik verdwijn naar de beleidsstaf. We bespreken de veiligheidssituatie op 11 december, de publieksaantallen, de obstakels op straat en we overwegen speciale voorzieningen te regelen voor de veteranen. Om vijf uur vertrek ik naar huis, waar een zeer oude man, rond wie ook de nodige mystiek bestaat, bij ons aanklopt. Er staan pakjes voor de deur.

Zondag

Ik geniet van een uitgebreid ontbijt met mijn gezin en er is eindelijk tijd om de kranten te lezen. Met mijn vrouw rijd ik de route van paleis Noordeinde naar de Nieuwe Kerk in Delft. Wandelend door de binnenstad, realiseer ik me nog sterker hoeveel impact de bijzetting voor bewoners en ondernemers heeft. Edith Bijleveld, projectleider verkeer en vervoer voor de koninklijke bijzetting, leidt ons rond. Zij heeft geregeld dat er een apart publieksvak voor 600 veteranen bij de kerk komt.

Het wordt donker. De lichtjes branden. Wat een sfeer heeft Delft! Thuis spelen de kinderen met hun nieuw verworven speelgoed. Ik schaak met Lucas en lees mijn stukken.

Maandag

Om negen uur heb ik een ingelast gesprek met een bruidspaar dat moet uitwijken. Ik kan ze niet geheel tevreden stellen. Daarna de gebruikelijke staven. Ik probeer het reguliere werk zo veel mogelijk doorgang te laten vinden. We hebben het over de aanpak van de veelplegers. Als we er in zouden slagen de top 10 van de straat te krijgen en te houden, scheelt dat substantieel in criminaliteit en overlast. Ook spreken we over maatregelen om vreugdevuren en mogelijke onrustverstoringen tijdens oud en nieuw in goede banen te leiden. Ik besluit dat ik tijdens de jaarwisseling mee zal draaien met de politie en brandweer.

Met politiecommandant Theo v.d. Plas overleg ik over de afwikkeling van een demonstratieve mars op vrijdag. Ik gun de dierenwelzijnsbeschermers hun recht van demonstratie, maar een en ander moet logistiek wel afgestemd zijn met de andere activiteiten. Theo heeft aan een half woord genoeg.

Dan naar Den Haag voor het rouwbeklag voor prins Bernhard. We – de burgemeesters van de vier grote steden en van Delft – verzamelen in de Gothische Zaal van de Raad van State, samen met andere bestuurders en leden van het parlement. Ik bevind me op bekend terrein; bij de Raad van State heb ik 11 jaar gewerkt. Langs een fakkelwacht lopen we het paleis binnen. De vier wachters en de witte anjer op de kist vormen een sereen geheel. Ik ben onder de indruk.

's Avonds ontmoeten de burgemeesters van Zuid-Holland elkaar bij commissaris van de koningin Jan Franssen. Hoewel de onrust in de steden vier weken na de moord op Theo van Gogh is verminderd, is er alle reden om als burgemeesters door te gaan met het bevorderen van de dialoog en het bij elkaar brengen van de verschillende bevolkingsgroepen.

Dinsdag

Er zijn zieken thuis. Ik spoed me naar de wekelijkse vergadering van B en W. Ik zie mijn wethouders te weinig in deze tijd. Hun meeleven doet me goed. Mijn vervanging is bij loco-burgemeester Jan Torenstra in goede handen.

In de beleidsstaf stellen we de noodverordening vast. Een belangrijk stuk, doorslaggevend voor een veilig en ordelijk verloop van de bijzetting. De aanscherpingen over tassencontrole, het alcoholverbod en het vrijhouden van daken en terrassen zijn mijns inziens goed verdedigbaar.

's Middags nemen we de hele ceremonie nog eens door. Het is een omvangrijke operatie.

Er zijn duizenden militairen, politiemensen, ambtenaren en anderen – van bloemisten tot kabelleggers – bij betrokken en alleen al in Delft zijn er zo'n 350 man en vrouw gemeentepersoneel ingeschakeld.

Dan naar de Delftse Kring, de lokale netwerkbijeenkomst. De analyses van gastspreker Hans Dijkstal zijn als altijd een genoegen om naar te luisteren.

Als ik thuis kom, staat tot mijn verrassing de kerstboom al te fonkelen.

Woensdag

Het is mistig. Om negen uur persconferentie. Ik licht de noodverordening toe. Er zijn veel vragen over de verscherpte veiligheidsmaatregelen. Het mist nog steeds als ik met de ambtsketen om bij een 65-jarig bruidspaar op bezoek ga.

Om half drie naar het Circustheater Scheveningen voor een bijeenkomst over de economie en infrastructuur van de zuidelijke randstad. Er blijkt in de conferentie veel enthousiasme voor de ontwikkeling van Technopolis, het beoogde sciencepark in Delft.

Het weerbericht voorspelt voor zaterdag 5 graden en een waterig zonnetje. Het zal er om hangen of de `paraplubrigade' zaterdag moet aantreden om de hoge gasten tegen de regen te beschermen.

Donderdag

In de beleidsstaf en het driehoeksoverleg blijven we de vinger aan de pols houden. We liggen op schema. Voor mij staat er een werkbezoek aan vliegkamp Valkenburg op het programma. Ik moet niet vergeten mijn jacquet op te halen.

's Avonds is het proefrijden van de rouwstoet. Omstreeks kwart voor elf bereikt de stoet Delft. Er wordt gereden in colonne met de originele koetsen en met de affuit, afgedekt met zeil. De koetsen worden getrokken door zwarte paarden. Voor de stoet moet de route overal zes meter breed zijn. Politie en militairen te paard rijden dan ook in de volle breedte, zodat eventuele knelpunten in de route kunnen worden opgespoord. Hoe spijtig ik het ook vind, ik zie er van af om te gaan kijken. Ik wil uitgerust beginnen aan de dag van morgen.

Van mijn staf hoor ik dat de tocht kalm is verlopen en dat er aardig wat publiek op de been was. De bochten, het lastigste onderdeel, kunnen door de stoet goed worden genomen en er hoeft weinig aan de route te gebeuren. Ik heb wat gemist, want voorlichtster Esther Holster vertelt me dat het een machtig gezicht is geweest, al die paarden en koetsen in het donker in de historische binnenstad. Het hoefgetrappel weerkaatste langs de grachten en ze waande zich in vroegere tijden. Wel stonden er hier en daar nog auto's langs de route. Zaterdag moeten die weg zijn.

Vrijdag 10 december

Het is een belangrijke dag, want vandaag begint om elf uur de generale repetitie in de kerk. We zijn er klaar voor. Als ik de met prachtige bloemen versierde kerk binnenkom, is het koor aan het oefenen. Ik luister ademloos. Dit doet me wel wat, de sfeer, de bloemen, de muziek.. De ceremonie wordt doorlopen. Ik ervaar een grote saamhorigheid en professionaliteit. Met alle betrokkenen nemen we ter plekke de laatste arrangementen door.

Om vier uur sta ik de pers te woord en beantwoord de laatste vragen.

Morgen is de dag van de bijzetting van prins Bernhard in de grafkelder van de Nieuwe Kerk in Delft. Mijn gedachten gaan uit naar de koninklijke familie.

Op de zondag na de bijzetting zal de met bloemen versierde Nieuwe Kerk worden opengesteld voor het publiek. Een mooie geste. Ik ga er met vrouw en kinderen nog een keer heen voor een laatste groet aan de prins.