Het Rusland van Oleg Klimov

In 1991 dook Oleg Klimov (40) voor het eerst op in NRC Handelsblad. Sindsdien hebben zijn foto's het werk van vier opeenvolgende correspondenten in Rusland geïllustreerd en versterkt.

Vandaag opent een tentoonstelling van zijn werk en verschijnt een fotoboek: Erfenis van een wereldrijk. Deze langdurige samenwerking kwam bij toeval tot stand. In juni 1991 ontmoette de toenmalige correspondent van deze krant hem in Kazan. Hij was daar op dienstreis voor een reportage over het ontluikende Tataarse nationalisme. Oleg Klimov, geboren in het Siberische dorp Belij Jar ten noorden van Tomsk, woonde toen in Kazan. Na enkele jaren natuurkunde aan de universiteit van Tomsk en militaire dienstplicht op een raketbasis, was hij naar deze stad aan de Volga verhuisd om er astrofysica te studeren. Fotografie was weinig meer dan een hobby. Het lokale dagblad Vetsjernij Kazan gaf hem in de jaren van perestrojka en glasnost echter de mogelijkheid er zijn werk van te maken. In het voorjaar van 1991 woonde Klimov zelfs in zijn doka op de redactie van deze avondkrant. De correspondent kocht daar voor een fooi twintig afdrukken, stuurde die naar fotoredacteur Arjen Ribbens in Rotterdam en vroeg of het goed was. Het was goed.

Kort daarna voltrok zich in Moskou, op 19 augustus 1991, een communistische coup. De correspondent was met vakantie, Klimov in Kazan. De eerste belde de laatste. De volgende dag troffen ze elkaar in het centrum van Moskou, waar het volk behoorlijk massaal op de been was om de putsch te verijdelen. Zijn fotoreportages bleken uniek.

Na een half jaartje pendelen tussen Kazan en Moskou, verhuisde Klimov uiteindelijk naar de hoofdstad. Vanaf dat moment werd het bijna regel dat fotograaf en correspondent samen op stap gingen in stad en land. Van Norilsk tot Grozny, van Koerillen tot Smolensk, van Lvov tot Kolyma: het oude Russische Rijk is te groot om elke graspriet of straatsteen te kennen. Maar dankzij Klimov hebben de lezers er immens veel van kunnen zien.

[foto-bijschrift]

Frank Westerman, correspondent van 1997 tot 2000 en nu schrijver

Als een eigentijdse karavaan trokken in de zomer van 1998 de vier trucks van de Philips Road-Show langs de vroegere zijderoute, met als eerste pleisterplaats Bisjkek, Kirgizië. Wij er dus onmiddellijk vanuit Moskou achteraan.

Een inklapbaar, rijdend podium waarop de dj's en danseressen van het Philips-promotieteam een volk van schapenhouders laat kennismaken met digitale roomkloppers en draadloze tondeuses – da's een verhaal.

De avond valt, er verdringen zich vijftigduizend jongens en meisjes op het plein. Oleg en ik bezien de deinende menigte vanaf de bühne; we zijn welkom achter de schermen van het hightech tentenkamp dat die middag is opgeslagen aan de voet van het Tien-San-gebergte en krijgen privé-demonstraties van Eindhovense marketeers: de vernuftige cd-speler die blijft doorspelen als je het cd'tje eruit haalt, tien seconden, twintig seconden – het zijn de spiegeltjes en kraaltjes waarmee de harten van de Kirgiezen moeten worden gewonnen.

Maar welke foto stuurt Oleg naar de krant? Eentje zonder Philips, zonder show, zonder glamour. Alleen de hunkering brengt hij in beeld. Of is het de verwarring van de agenten in het kordon die hij laat zien? De vergeefsheid waarmee Lenin (op de achtergrond boven de hoofden uittorenend) de niet-kapitalistische kant op wijst? Of toch puur de compositie van het beeld, het witte overhemd van dat jongetje in die donkere hoek? Het dondert niet, dit is gewoon een wereldfoto. Een echte Klimov.

[foto-bijschrift]

Hans Nijenhuis, correspondent van 1993 tot 1997 en nu chef van het Zaterdags Bijvoegsel

Je zou het bijna vergeten, maar behalve vechtjassen, dronken politici en teleurgestelde gepensioneerden wonen er in Rusland ook nog jongeren. En die doen wat jongeren overal doen. Ze proberen zich te vermaken. Bijvoorbeeld in de kroeg. Die kroegen moesten ze in de eerste helft van de jaren negentig nog wel zelf oprichten. Bijvoorbeeld in een kelder onder een flat, zoals De Witte Kakkerlak. Of in een kelder aan de Tuinring, zoals De Chinese Vliegenier. Of in een kelder langs de rivier de Moskou, Vermel, waar deze foto is genomen (zij het pas in het jaar 2000).

Eén van de acts die daar veel optraden was de jonge groep T.A.M. een afkorting van `Broederschap van Artiesten en Muzikanten', want spotten met het communistische verleden was toen nog hip.

Voor een gering bedrag kon je een cassettebandje met hun muziek mee naar huis nemen. Melodieuze Russische rock, net weer anders dan die van DDT en Nautilus Pompilius, groepen waar buiten Rusland ook niemand van had gehoord maar die binnen Rusland volle stadions trokken.

Het ging goed met T.A.M., al wisselde de samenstelling nog wel eens als er weer een muzikant zijn geluk ging beproeven in het buitenland. Tussen 1993 en 1997 verschenen twee cd's. De band kreeg optredens op televisie...

En niet alles loopt slecht af. Onlangs kwam de eerste dvd uit. Een registratie van een live-concert. Opgenomen in een kelder, dat wel.

[foto-bijschrift]

Hubert Smeets, correspondent van 1990 tot 1993 en nu hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer

Oorlog is stilstand. Drieëntwintig uur per etmaal wachten op de klap die altijd onverwacht komt. De hele dag draait om dat ene uur, waarin de doden of gewonden vallen en winnaars mogen smalen, maar dat zich nooit keurig van tevoren meldt.

Zo ook in de herfst van 1993. De afscheidingsbeweging in Abchazië bereikt dat najaar haar hoogtepunt. Abchazië is een merendeels door moslims bewoond deelstaatje binnen de voormalige sovjetrepubliek Georgië. Het staat bekend om zijn kuuroorden, mandarijnen en wijn. Abchazië mag zich begin jaren negentig verheugen in de warme belangstelling van Rusland, dat baat denkt te hebben bij zwakke soevereine staten in de Kaukasus.

Oleg Klimov is daar in 1993 bij. In een buitenwijk van Soechoemi fotografeert hij vier soldaten in een Cultuurhuis dat net op Georgische troepen is veroverd. Terwijl de volgende slag wordt afgewacht, is er even tijd voor het luisteren naar een deuntje en het verzorgen van de wapens. Maar het draait allemaal om die oudere vrouw met bril. Is haar huis verwoest of is ze door het front gevlucht? Is haar man gedood, haar (schoon)zoon gesneuveld of haar dochter verkracht? Is ze zelf fysiek bedreigd of gaat dat nog gebeuren?

Het beeld bewijst helemaal niets. Maar de foto is in alles oorlog. Omdat in een oorlog alleen plaats is voor vragen en nooit voor antwoorden.

[foto-bijschrift]

Laura Starink, correspondent van 1987 tot 1990 en nu chef van M, het maandblad van NRC Handelsblad

Nu president Poetin Rusland door zijn openlijke bemoeienis met de presidentsverkiezingen van Oekraïne weer van zijn slechtste kant heeft laten zien, is het goed om even stil te staan bij een nobele Rus. En dit is de mooiste foto van hem die ik ken. Het is waarschijnlijk ook de laatste foto die van de kerngeleerde Andrej Sacharov is gemaakt, op 14 december 1989, een paar uur voor hij stierf aan een hartaanval. Parlementslid Sacharov zit onder de machtige arm van Lenin met gesloten ogen uit te rusten in een vergaderzaal van het Kremlin. Hij heeft net een bijeenkomst van de parlementaire oppositie achter de rug, die op dat moment vocht voor de afschaffing van het beruchte artikel 6 van de Grondwet, over de leidende rol van de Communistische Partij in de Sovjet-Unie. Dat mag nu onbenullig klinken – het communisme is geschiedenis geworden – toen was dat een strijd op leven en dood. Sacharov zou de overwinning zelf niet meer smaken.

Andrej Sacharov, de wereldvreemde uitvinder van de Russische waterstofbom, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, door Brezjnev naar Gorki verbannen dissident, was een slecht parlementslid. Rechtlijnig, vasthoudend, tot geen enkel compromis in staat, tergde hij Michail Gorbatsjov tot het uiterste. Hij riep in het parlement louter agressie op en werd er regelmatig weggehoond. Maar toen hij stierf, was heel Rusland in shock. Tienduizenden Moskovieten stonden urenlang in de vrieskou in de rij voor het Paleis van de Jeugd, waar Sacharov lag opgebaard. Urenlang heb ik staan kijken naar die drommen mensen uit alle lagen van de bevolking op wier gezichten de paniek en de ontzetting stond te lezen. Hoe nu verder?

[foto-bijschrift]

Raymond van den Boogaard, correspondent van 1982 tot 1987 en nu politiek redacteur

Ziehier de economie van een supermacht die pretendeerde ongeveer een zesde van de aardbol te controleren – een land waarin de bedrijvigheid, het hele leven eigenlijk, tot stilstand was gekomen.

Het beeld is uit 1992, van een staalfabriek in Dnjepropetrovsk – maar het had ook uit 1982 of 1972 kunnen zijn. Het beeld dan alleen, niet de foto: fotograferen in fabrieken was verboden, en correspondenten van de zogeheten `burgerlijke pers' mochten zonder tussenkomst van een daartoe aangewezen staatsorgaan geen privaatrechtelijke betrekkingen met sovjetburgers aangaan.

Dus in de eerste periode van de Moskouse vestiging van NRC Handelsblad (1982-1987) kon er geen sprake zijn van een onafhankelijke fotograaf als Oleg Klimov.

De indruk van verval en onbewegelijkheid was het resultaat van een geheimzinnig `sociaal contract' tussen overheid en bevolking. `Wij doen net alsof we werken, en zij doen net alsof ze ons betalen', was een bekend grapje. Over de werkelijke toestand van het land mocht niet worden gesproken, evenmin als over het verleden.

Sinds de jaren zestig was, doelbewust, elke dynamiek verboden, omdat dynamiek het risico van verandering in de machtsstructuur met zich meebracht. Dus teerden de hoogbejaarde leiders van het land op utopistische pretenties uit het verleden, en stelde de bevolking zich in verpletterende meerderheid tevreden met een middelmatig, maar zeker bestaan.

Er gebeurde nooit iets en als er iets gebeurde – zoals de ramp in Tsjernobyl – werd het zoveel mogelijk ontkend. Totdat met Gorbatsjov een generatie leiders in beeld kwam die meende dat door de stagnatie de status van supermacht niet handhaafbaar was, en hoopte met meer openheid en werkelijkheidszin de zaak van het socialisme te redden. Dat laatste bleek een vergissing, het eerste niet.

[foto-bijschrift]

Coen van Zwol, correspondent sinds 2000

Deze priesters bieden niemand troost, dit zijn krijgers op de vestingmuur van de orthodoxie. In juni 2001 bezoekt de paus Oekraïne en stromen tienduizenden Russisch-orthodoxe popes, monniken, nonnen en dorpelingen in Kiev samen om te bidden voor onweer en hoosbuien tijdens de openluchtmis. De sfeer is defensief, xenofobisch.

Dan het katholieke circus. Zelfs in de stortregen stralen de kinderkoortjes, de zingende nonnen en de prelaten een weeïge, maar aanstekelijke blijheid uit. ,,Onze paus heeft zoveel meer macht'', mijmert een katholieke dame. ,,De orthodoxen zijn gewoon bang.''

Gewoon bang. We zijn nu net terug uit `kastanjerevolutie' in Oekraïne, van een futiele Russische poging om greep te houden op een voormalige sovjetrepubliek. Rusland begrijpt niet waarom de `kleine broer' zijn Slavische nestwarmte afwijst. Het ziet niet in dat zijn leiders geen perspectief bieden, dat ze louter cynisme, onderdrukking en angst exporteren.

In Kiev werden de ogen van Oleg Klimov mistig toen hij jongeren in een modderige metrogang perestrojka-hits hoorde zingen. Het rook naar de augustuscoup van 1991, toen even, heel even, ook Moskou geloofde dat alles beter zou worden. Hoewel hij pas echt in zijn element is als het mist, roest, rimpelt of scheurt, verlangt hij terug naar de grote illusies van toen. De nieuwe orde van Poetin deprimeert hem. Die berust op angst. Angst voor het vreemde, angst voor de eigen onmacht. Angst die overschreeuwd wordt met bluf of rancune. Russische leiders cultiveren die angst. Zij zijn altijd op zoek naar vijanden en vreemde smetten om tegen ten strijde te trekken. Leiders legt Oleg liefst in hun potsierlijkheid vast. Alleen mensen kunnen hem boeien.

De tentoonstelling Erfenis van een wereldrijk is vanaf morgen te zien in Huis Marseille, Keizersgracht 401, Amsterdam (020-5318989). Het gelijknamige boek (uitgeverij Mets&Schilt) kost € 50. Lezers kunnen € 5 korting krijgen middels een bon die een dezer dagen in de krant verschijnt.

Zondag 19 december spreken de zes Moskouse correspondenten van NRC Handelsblad onder leiding van Djoeke Veeninga over Rusland in Felix Meritis, Keizersgracht 324, Amsterdam. Aanvang 14.00 uur. Toegang voor lezers is gratis. Reserveren bij Felix Meritis aanbevolen: 020-6231311