Gewoon bedriegen

Donderdagavond moest ik ergens in het midden-oosten van Nederland zijn, voor mijn werk. Het was in een groot gebouw waar een paar eeuwen geleden een rijke, adellijke familie had gewoond, en dat nu voor een deel een duur hotel is en voor de rest conferentieoord. Zulke instellingen hebben namen die eindigen op zate, staete, burgh of horst. Het was al pikdonker met lichte mist toen ik met de treintaxi naderde. Op het voorplein van dit oord laaiden hoog de vlammen van een vreugdevuur. In de open lucht stonden de goedgeklede gasten aan tafeltjes met drank en zoutjes, omsingeld door schijnwerpers en mensen met camera's. Een mondain partijtje van bekende Nederlanders. Dat was niet mijn bijeenkomst. Wat dan wel? Hier werd opgenomen hoe de Evangelische Omroep voor de televisie Oud en Nieuw vierde, werd me verteld.

Het komt voor dat u of ik word(t) gebeld door iemand die vraagt: `Hoe zit u op 17 april 2005?' Waarom vraagt u dat? Op die datum hebben ze de jaarvergadering met een diner en nu moeten ze nog een spreker hebben. Het is ongelofelijk hoeveel jaarvergaderingen, conferenties, congressen er worden gehouden en hoe groot daardoor de behoefte aan sprekers is. Zo is er een schaarste aan sprekers ontstaan. Dan treedt het mechanisme van de vrije markt in werking. Zo komt het dat de beste sprekers steeds vroeger voor het hele volgend jaar zijn volgeboekt.

Alle planning is tegelijkertijd een bewijs van zorgvuldigheid en het tarten van het toeval. Gelovigen denken daar anders over dan mensen die niet of niets geloven. Dat is een problematiek die me niet aangaat. Als me gevraagd zou worden hoe ik `op 17 april 2005 zit', zou ik me misschien eerst afvragen, hoe iemand erbij komt, zich te bemoeien met iets waarover ik zelf op 16 april 2005 ga nadenken. En daarna gaan geloven dat we er niet goed aan toe zijn, als we elkaar verplichten tot de indeling van een heel jaar dat nog niet eens is begonnen. Het is een indirecte poging tot vrijheidsberoving, met je eigen medewerking. Alle afspraken beletten de improvisatie, en improviseren is de beste manier om praktisch je vrijheid te ervaren. Hoe moet het dan met de verjaardagen, zult u vragen. Die zijn er, daar kunnen we niets aan doen. Maar we gaan ze niet vieren voor ze zijn aangebroken.

Oud en nieuw (of misschien was het Kerstmis) kennelijk wel. Straks zitten we dit feest te vieren, kijken naar de televisie en zien daar iets wat een paar weken geleden is gebeurd. Dat brengt ons in die warme stemming van de feestdagen. De industrie van het bedrog is de grootste ter wereld, en iedereen wordt verplicht eraan mee te werken. In leuke Amerikaanse programma's (waarvan je zeker weet dat ze zijn opgenomen) wordt het canned laughter toegepast. Een speler heeft een wise crack losgelaten, een onbetaalbare grap gelanceerd, een subtiele toespeling gemaakt, en dan hoor je het publiek lachen. In werkelijkheid is er geen publiek, of wel een publiek maar dat heeft volgens de regie verkeerd gelachen. De juiste dosis gelach, van onbetamelijk gebrul tot fijnzinnige respons, het is allemaal voorgebakken. Als je het eenmaal weet, klinkt het ook zo: niet leugenachtig of apert vals, maar met een onnavolgbaar vleugje van onwaarheid.

Mij afvragend of ik dit in een stukje zou opschrijven, begon ik aan de terugreis. Station Meppel is, als het tegen middernacht loopt, een eenzaam oord. Ik deelde de tochtige wachtkamer op het tweede perron met iemand die we tegenwoordig `allochtoon' noemen. Hij stak een sigaret op, ik ook. Dat was het teken van herkenning. Hij keek me doordringend aan en zei: `Hoe oud bent u? Voor het eerst van mij leven dat me op een station deze vraag werd gesteld. Ik keek doordringend terug, zei: `Hoe oud bent ú?' Dit is altijd een moeilijke gedachtewisseling. Hij zei wat ik al had verwacht: `Raad eens!' Dan doe je je best om eerst de juiste leeftijd te schatten, dan er een paar jaar van af te trekken en de uitkomst van het sommetje te vertellen. Dit allemaal binnen een paar seconden.

We vertelden elkaar dat we elkaar op 43, respectievelijk 58 schatten. Met dat resultaat waren we beiden kennelijk voldoende tevreden om het gesprek voort te zetten. Hij kwam uit Egypte, was daar advocaat geweest, maar dat beroep bleek daar zo gevaarlijk te zijn als je het naar eer en geweten uitoefende, dat hij naar Europa was gekomen. Eerst Oostenrijk, en omdat het hem daar niet was bevallen, had hij besloten naar Nederland te gaan. Hier werkte hij in de horeca. Ik zei dat ik in de krant schreef. Zeg je dit in deze dagen tegen een landgenoot, dan weet je dat je een zeker risico loopt. Hij vond het een goed bericht. Verder was hij bang dat de schurken het in deze wereld te veel voor het zeggen hadden gekregen, en dat het einde nog niet in zich was. Daar in Meppel waren we het volkomen met elkaar eens. Met de overtuiging dat het leven nog zo slecht niet is, ben ik in de trein gestapt.

Correctie. Ik kreeg een mail van de volgende inhoud. `In de NRC column `lijfrente' van S. Montag zaterdag jl. uit zij haar ergernis over de reclame (lijfrente, e.d.) rond de klok van 8 uur ('s morgens) op de klassieke zender Radio4. Column of niet, dit is onjuist en tendentieus. Er is namelijk nooit ster-reclame op dat tijdstip. Het missen van de tram als vermeend gevolg daarvan is dus ook grote onzin! Het lijkt me correct dat u dit rectificeert, al betreft deze misser een column! Met vriendelijke groet, Margreet Teunissen.'

Geachte mevrouw Teunissen, vergeef me! Het was par manière de dire. Ik wilde zeggen dat de genoemde reclame eerst goed en bij voortdurende herhaling hoe langer hoe sukkeliger werd. En verder dat het praatjes maken door presentatoren op Radio Vier ongeneselijk is. Ik geef toe: dan zal ik mijn tram door een andere oorzaak hebben gemist. Met vriendelijke groet, S. Montag.