Gekwetste moslim kan natuurlijk naar de rechter 1

Elsbeth Etty schrijft in haar column van 7 december over een mogelijk vervolg op `Submission' onder meer dat een advocaat zijn moslimcliënten schandelijk misleidt en zelf de rol van provocateur vervult. Het is immers onmogelijk een verbod te eisen, zegt zij, van uitingen die nog niet gedaan zijn.

Het lijkt mij, in de eerste plaats, dat Elsbeth Etty niet doorziet, dat voorzover ik kan nagaan voor het eerst in ons land moslims naar de rechter stappen, om hem voor te leggen of hun gekwetst zijn door bedoelde film en de eventuele voortzetting ervan juridisch onrechtmatig is. Dat feit op zich zelf moet tot tevredenheid stemmen, want dat is de juiste weg om te bewandelen, in plaats van dreigen met of uitoefenen van gewelddadigheden.

In de tweede plaats is het ook voor moslims een gelukkige zaak, dat een rechterlijk oordeel in aangelegenheden die hen hevig raken onder hen bekend raakt.

En ten slotte is het zo, dat in geval van een wellicht onmiddellijk dreigende onrechtmatige handeling een rechter in kort geding maatregelen kan bevelen. Dikwijls zal deze rechter, die een ruime armslag heeft, in zijn vonnis uiteenzetten waarom naar waarschijnlijkheid de rechter, die ten principale over een geschil oordeelt en beslist, de vordering wel of niet rechtmatig acht.

Het valt dus niet in te zien, dat de betrokken advocaat niet een vordering zodanig kan opbouwen en formuleren – uiteraard op grond van de feiten en de omstandigheden dat zij objectief gezien geen kans van slagen heeft.

Elsbeth Etty heeft – glimlachend en wel – niet verder gekeken dan haar feministisch neusje lang is.