Een ster moeten ze worden

`Ik was muziekleraar hier in Hilversum toen er mensen van de VARA langskwamen. Ze wilden een kinderkoor oprichten. Of ik nog goede leerlingen had. Die had ik wel. En toen hadden ze ook nog iemand nodig die met die kinderen kon repeteren. Nou ja, dat wilde ik ook wel. Zo is Kinderen voor Kinderen begonnen. En 25 jaar later doe ik het nog. Van de mensen uit de begintijd ben ik de enige die nog over is. Ik heb inmiddels ook een groot aantal liedjes voor het koor geschreven. Afijn, iedereen weet het: elk jaar een tv-uitzending, elk jaar een CD, meestal wordt het goud. Vandaag is ons jubileumfeest in Carré. Dat is genieten.

De kinderen zijn in 25 jaar behoorlijk veranderd. Zoals: hun concentratie. De spanningsboog is met de helft verminderd. Als ze vroeger een uur achter elkaar geconcentreerd konden repeteren, is dat nu een half uur. Dat merk je hoor! Ze letten niet op, ze kletsen met elkaar. Je legt iets uit, ze zeggen ja en ze doen nee.

Ik let dus veel meer links en rechts tegelijk op. Ik zorg dat ik, vlak voordat ze gaan afdwalen, met iets nieuws kom. Ik geef ze vaker een oefeningetje. Doe allemaal je ogen dicht en luister goed naar wat je hoort. Dan worden ze stil en gaan ze luisteren. Dat was vroeger niet nodig. Als ik begon, dan waren ze stil en bleven ze dat. Nu moet ik, vooral in de eerste maand, duidelijk maken dat je op een prettige manier toch heel gedisciplineerd kunt werken. Gelukkig vinden ze dat ook echt heerlijk. Het is ook geen onwil, het zijn geen onwillige kinderen, die kom je trouwens nergens tegen. Maar ja, als ze óp zijn en ze kunnen niet meer...

Ze krijgen veel te veel beeldmateriaal voor hun kiezen, dat is een van de oorzaken denk ik. Veel te veel snelle televisie, veel te veel computers. Kinderen kunnen zo weinig kind zijn. Ze zouden uit school lekker thuis moeten kunnen komen, lekker buiten kunnen spelen. Maar nee, ze moeten naar de naschoolse opvang. Opvang! Opvang is iets voor zeehondjes die het niet zelf kunnen redden. Voor mensen die het in de maatschappij niet zo goed doen. Die worden op-ge-van-gen. Daar heb je speciale tehuizen voor. Een kind moet welkom zijn. Lekker even thuis, en daarna lekker sporten, lekker spelen op straat. Maar dat kan ook niet meer: te onveilig.

Kinderen hebben het vaak ook veel te druk. Op maandag hebben ze voetbal, op dinsdag muziekles, op woensdag zwemmen, op de donderdag weer iets anders. Elke dag wat. Gewoon lekker thuis is er nauwelijks meer bij.

Het zal best zijn dat kinderen dat zelf willen, al die activiteiten. Maar als ze elke dag patat willen eten en pannenkoeken, laten we dat dan ook toe? Kinderen zijn toch veel te klein om zelf te beslissen wat goed voor ze is! Ik denk wel eens, ouders, je hoeft niet alles leuk te maken voor kinderen. Alles moet tegenwoordig leuk zijn. Sommige dingen zíjn niet leuk. Leg ze dat uit en gun ze verder vooral veel rust. Leg eens een puzzeltje met ze, na het eten. Dan gaan ze rustig slapen en staan de ze volgende dag fit weer op.

Nee, ik zie hier niet alleen kinderen uit de betere milieus. Dat is een misverstand dat me razend maakt. Het enige criterium voor Kinderen Voor Kinderen is dat je kunt zingen en niet verder dan 35 kilometer van Hilversum woont. In het koor zingen ook kinderen uit het speciaal onderwijs. En waarom ook niet? Niemand is slecht. Een kind is zoals het is. En elk kind kun je iets leren. Als een kind onrustig is, hoef je niet meteen streng te roepen: `en nou is het afgelopen!' Dan denkt zo'n kind: `o ik doe het zeker fout'. Als kinderen de hele tijd maar horen dat ze het fout doen, worden ze heel onzeker. Elk kind wil aandacht. Als ze op een negatieve manier aandacht vragen, moet je als volwassene je afvragen: hé waarom? Er zijn van die jongens, die moeten zich waarmaken. Staat er eentje luchtgitaar te spelen. Die geef ik een pluim. Zeg ik: `geweldig joh, helemaal te gek.' Zo'n jongen weet dan niet wat hem overkomt. Die staat echt te stralen.

Dit is nog steeds het beste kinderkoor van Nederland. Luister maar. Maar ik heb wel gemerkt dat de afgelopen 25 jaar de stemhoogte, dus het maximale wat ze kunnen halen, met twee tonen naar beneden is gegaan. Bij jongens en bij meisjes. Ik weet niet waar het aan ligt, maar 25 jaar geleden kwamen kinderen in de pubertijd in de tweede klas van het voortgezet onderwijs, nu in groep zeven, acht van de basisschool. Dat beïnvloedt de stem. Daar kun je met opvoeding niks aan doen. Dat is één reden.

Een andere is het gebrek aan training. Gebrek aan muziekonderwijs. Kinderen zingen gewoon niet genoeg. Je moet je stembanden trainen. Dat is bij sport zo, bij zingen is het precies hetzelfde. Ook bij de gemengde koren die ik leid merk ik dat de maximaal haalbare toonhoogte met twee tonen naar beneden is gegaan. Ik hoor het ook van collega's. Veel koren zijn daarom op zoek naar eenvoudiger repertoire. Wat ze altijd zongen, kunnen ze niet meer aan.

Ik kan me er echt kwaad over maken. Want ook dat is een ontwikkeling van de afgelopen 25 jaar: de regering doet steeds minder aan muziekonderwijs. Er zijn onderzoeken geweest, jaren geleden al, dat muziekonderwijs goed is voor meer dan alleen de muzikale vorming. Stel je een jongetje voor achter een drumstel: hij gebruikt zijn linkervoet, zijn rechtervoet, zijn linkerhand, zijn rechterhand, en die doen alle vier iets anders. Dat is erg lastig hoor. Dat doe je niet automatisch, daar moet je voor geoefend hebben. Wie dat leert, leert concentratie en coördinatie.

Of neem het zingen. In zingen leg je je emotie. Ook heel belangrijk: hoe ga je met je emoties om? Allemaal dingen die te maken hebben met de ontwikkeling. Die kun je elke dag trainen, middels de muziek. Wie elke dag een uur muziekonderwijs krijgt, kan zich ook bij geschiedenis beter concentreren en dat lastige Engelse boek uitlezen. Het kost alleen wel geld, want je moet er vakmensen voor hebben. Muziekonderwijs is een vak. Maar dat neemt men niet zo nauw. Dat vind ik zo kortzichtig!

De ouders, die zijn ook veranderd. Het grote verschil is, en dan heb ik het alleen even over de Kinderen voor Kinderen-ouders, dat ouders nu weten waar hun kind aan mee doet. In het begin was dat natuurlijk niet zo. We gingen zingen. Niemand had gezegd: we gaan nu aan een succes beginnen, je wordt beroemd. Maar nu is het wel zoiets als: mijn zoontje wil voetballen, hoe krijg ik hem bij de Ajax-jeugd?

De meeste ouders tonen gepaste trots en stimuleren dat hun kind serieus aan het zingen werkt. Maar er zijn ook ouders die hun kroost bij Kinderen Voor Kinderen willen hebben omdat Kinderen Voor Kinderen bekend is. Een ster moeten ze worden. Soms heb ik het bij de auditie al in de gaten. Ik had een keer een jongen... `Leuk dat je er bent', zei ik.

`Mwah.'

`Vind je het leuk, Kinderen voor Kinderen?', vroeg ik.

`Mwah.'

`Moet je van je moeder?'

`Ja.'

Ik zei: zal ik jou een brief sturen dat je niet aangenomen wordt? Hoef je niet eens te zingen. Zetten we gewoon even een casettebandje aan. Nou, die jongen was helemaal opgelucht.

Er zijn ook ouders die helemaal in Maastricht wonen en die denken dat het wel te doen is om twee keer in de week naar Hilversum te rijden. Maar er is maar één ding belangrijk, dat zo'n kind gelukkig wordt. Daarom hebben wij die beschermingsfactor: kinderen die willen komen zingen, mogen niet verder dan 35 kilometer van Hilversum wonen.

Niet iedereen wil zich daar bij neerleggen. We hadden een keer een drama. Ging dat meisje na koor zogenaamd naar Utrecht, bleek dat ze daar de bus moest pakken om nog een eind verder te gaan. De ouders hadden bewust een adres in Utrecht opgegeven, bij andere mensen, die wisten ervan. Toen wij erachter kwamen, hebben we echt woorden gehad. Kwamen ze met een liniaaltje, een eigen liniaaltje, en een kaart. Ik zeg, ja dat is hemelsbreed maar zo rekenen we niet, over de weg maak je echt heel wat meer kilometers. Die limiet van 35 kilometer moet het mogelijk maken dat een kind uit school eerst even thee kan drinken, dan in de auto naar koor kan komen en daarna weer op een redelijke tijd thuis kan eten. Het was gelukkig al op de tweede repetitie dat we erachter kwamen. `Jawel, maar mijn man zal waarschijnlijk dichterbij gaan werken', zei die moeder. Ik zei: dat had u dan tegen ons moeten zeggen. Dan ben je eerlijk bezig. Maar dat is dus niet zo, dus helaas gaat het niet door. Kwam die man ook. `U weet niet wat u mijn kind aandoet!' Nee, zei ik, ú doet uw kind iets aan. Uiteindelijk wilden ze er zelfs een advocaat bij halen. Hielp niet natuurlijk. Ik hield voet bij stuk. Het ergste vind ik dat zo'n kind de dupe is.

Luister, tegen een kind kun je gewoon zeggen: jammer, maar dat is nu eenmaal het criterium. Ik kom nog steeds mensen tegen die heel boos zijn dat ze niet dicht bij Hilversum wonen. Ja, ik had vroeger als kind misschien een rijke vader en moeder willen hebben. Dat is een kinderdroom, dat je prins of prinses bent. Als kind heb je van die wensen. Maar ouders zijn er om uit te leggen dat niet alles kan. Je moet je kind beschermen, toch?''