Een familie met gebreken

Het opgraven en analyseren van resten van beroemde doden verzekert wetenschappers van aandacht. Bij de Toscaanse Medicifamilie is het niet anders.

PRINS OTTAVIANO de'Medici di Toscana, paarse stropdas met stadswapen van Florence om de nek, staat er een beetje verloren bij. Hier, in de crypte van de San Lorenzo, liggen zíjn voorouders begraven. Maar tijdens een rommelige persconferentie gaat de meeste aandacht uit naar een kalend mannetje met bril.

Gino Fornaciari van de Universiteit van Pisa heet hij, en hij is de leider van een internationaal team van paleopathologen, antropologen, archeologen en historici dat bezig is 49 leden van de Medicifamilie op te graven. Ze willen onderzoeken wat de levensstijl was van de familie, die van 1437 tot 1737 over Florence en Toscane heeft geheerst. Wat aten ze en welke ziekten hebben ze gehad? En waaraan zijn ze dood gegaan? En kloppen al die verhalen over moord in de familie wel?

Het opgraven en onderzoeken van resten van bekende historische personen is in de mode. The Economist sprak eerder dit jaar over `necroromantics'. In Spanje is in de kathedraal van Sevilla gezocht naar botten van Columbus. In Oostenrijk zijn begin november enkele botten gehaald uit het graf van de familie Mozart. DNA-onderzoek moet uitwijzen of de schedel in het bezit van de Internationale Stiftung Mozarteum echt die van Mozart is. In Italië passen de Medici in een lange rij met de schilder Giotto en de dichter Petrarca als bekendsten.

Een bekende naam zorgt voor publiciteit. De pers rukt uit en bericht – meestal kritiekloos – over de mooie plannen van de wetenschappers. Want daaraan geen gebrek, ook in het geval van het onderzoek van de Medici. Zo wil Fornaciari met DNA-onderzoek bepalen of Alessandro, die begin vijftiende eeuw over de Florentijnse republiek heerste, een bastaardzoon was van Lorenzo Il Magnifico, de mecenas van Michelangelo en Botticelli. ``En natuurlijk ga ik ook kijken naar sporen van syfilis en hiv.''

rich & famous

Discovery Channel, dat de `exclusieve rechten' voor het eerste onderzoeksjaar had, komt zondag met een documentaire waarin enkele Medici worden opgegraven. Dat er alleen voorlopige resultaten zijn, is geen bezwaar. Toch gaat het om meer dan scoren met een bekende naam, zegt Bob Brier, senior research fellow aan Long Island University in New York en als mummiedeskundige bij het project betrokken. ``Bij opgravingen worden alleen de skeletten van gewone burgers gevonden en onderzocht en van hen weten we precies hoe gezond ze waren en wat ze aten. Van de rich and famous is veel minder bekend. Dit is de kans om een select rijk gezelschap te onderzoeken.''

Fornaciari en Brier kennen elkaar van het `Mummie Congres'. Eens in de drie jaar komt een bont gezelschap wetenschappers bijeen dat zich interesseert voor mummies in de breedste zin van het woord: niet alleen de bekende Egyptische mummies maar alle menselijke lijken die op natuurlijke of kunstmatige wijze behouden zijn gebleven.

Fornaciari, die 25 jaar geleden de paleopathologie in Italie introduceerde, houdt zich bezig met historische ziekteverschijnselen. ``Een vakman,'' zegt desgevraagd George Maat, hoogleraar Fysische Antropologie aan de Universiteit Leiden. Fornaciari heeft al vele beroemde stoffelijke resten onderzocht. Zo stelde hij vast dat componist Luigi Boccherini (1743-1805) in zijn rechterduim een gewrichtsontsteking had en (links) een tennisarm door de manier waarop hij cello speelde. Verder stelde hij de reputatie van de dertiende eeuwse Duitse keizer Frederik II von Hohenstaufen enigszins bij. Bekend is dat deze keizer zijn zoon Hendrik, Roomskoning en hertog van Zwaben, in een kasteel in Calabrië had opgesloten, nadat deze zich vijandig had opgesteld tegen zijn vader. Onderzoek van het skelet van de op 31-jarige leeftijd overleden Hendrik maakte duidelijk dat hij aan een ernstige vorm van lepra heeft geleden. Dat gegeven kan een nieuw licht werpen op de motieven voor Hendriks rebellie en op zijn zelfmoord, maar ook op de eenzame opsluiting door Frederik. Dat was in feite een soort quarantaine. De schande mocht niet uitlekken.

De eerste Medici die de onderzoekers hebben opgegraven en onderzocht zijn groothertog Cosimo I, die midden zestiende eeuw over Florence heerste, zijn vrouw Eleonora van Toledo en twee van hun zonen, Don Garzia en Giovanni Cardinale. Dat had praktische redenen: hun graven liggen in een nis in de hoek van de crypte, buiten de loop van de dagelijkse toeristenstroom in het hoogseizoen.

malaria

Volgens een bewaard gebleven brief van Cosimo's arts zou de groothertog met zijn twee zonen een reis naar het landwinningsproject in Maremma hebben willen maken. De arts had de reis afgeraden, omdat de moerasrijke streek aan de Toscaanse kust bekend stond om zijn vele malariagevallen. Een paar weken later meldde Cosimo in een brief aan een andere zoon dat Giovanni en Garzia allebei na hevige koortsen waren overleden en kort na hen ook Eleonara. Maar er is nog een andere versie: de 15-jarige Garzia zou tijdens de jacht zijn 19-jarige broer met een zwaard hebben vermoord. Daarop zou vader Cosimo uit woede Don Garzia hebben gedood. Moeder Eleonara zou kort daarna van verdriet zijn gestorven.

De onderzoekers troffen op de botten van beide broers geen sporen van zwaarden aan – wat het malaria-scenario aannemelijker maakt. Een snelle eerste test aan de universiteit van Turijn, waar met een experimentele methode al eens DNA van malaria bij Egyptische mummies is gevonden, gaf geen uitsluitsel. Het wachten is op de resultaten van andere onderzoeken. ``Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde,'' laat Fornaciari vanuit Pisa over de telefoon weten. ``Het kan nog maanden duren.'' Voor de uitslag van het onderzoek naar de vraag of Eleonora malaria of tbc had, geldt hetzelfde. Brier vermoedt tbc. ``Op portretten wordt ze steeds witter en magerder en uit bronnen is bekend dat ze bloed opgaf. Hoe dan ook, voorlopig ziet het er naar uit dat bij de Medici minder werd gemoord dan gedacht. De verhalen over moord zouden wel eens kwaadsprekerij kunnen zijn van vijanden van de Medici.''

Het fysisch antropologisch onderzoek heeft al wel resultaten opgeleverd. Op röntgenfoto's zijn in de botten van Don Garzia vele zogeheten Harris-lijnen, tekenen van korte groeionderbrekingen, te zien. Brier: ``In zijn jongste jaren is hij dus veel ziek geweest.'' Zijn oudere broer was voor een negentienjarige echter zeer stevig gebouwd. Aan hun moeder Eleonara is goed te zien dat ze elf kinderen heeft gebaard. ``Haar bekken zit vol kleine scheurtjes en ze had een slecht gebit.''

kalkafzetting

Ook aan het skelet van Cosimo I, die aan gewichtheffen deed, is te zien dat de politieke macht van de Medici hen niet van lichamelijke ongemakken vrijwaarde. Door kalkafzetting zaten drie ruggenwervels muurvast. Brier had gehoopt bij Cosimo, van wie bekend is dat hij gebalsemd is, nog weke delen te vinden. ``Omdat hij de eerste groothertog in de familie was, is hij waarschijnlijk gebalsemd.'' Helaas voor Brier: de overstroming van de Arno in 1966 heeft de kapel 24 uur onder water gezet en het gebalsemde lichaam doen vergaan. Wel kon Brier nog zien dat de balsemers onervaren waren. ``Er zijn sporen van een zaag die door het vocht in de schedel herhaaldelijk is weggeslipt.''

Ook Giangastone, de in 1737 overleden laatste heerser van de Medici, is opgegraven. Deze zonderling – de laatste acht jaar van zijn leven lag hij in bed – bleek in een geheime tombe te liggen, onder een ronde dekplaat. Anders dan verwacht toonden zijn botten geen sporen van botontkalking. Nog een verrassing: in de tombe lagen ook de resten van acht jong gestorven kinderen van verschillende Medici. Brier: ``Tot 1857 stonden veel kisten van de overleden Medici los in de crypte. Groothertog Leopold II heeft de crypte `opgeruimd' en aparte graven laten aanleggen.''

Giangastone stierf kinderloos – de huidige Medici stammen af van bastaardlijnen. Het Medici Project heeft `als vanouds' voor onenigheid in de familie gezorgd. Prins Ottaviano, in het dagelijks leven verzekeringsagent, liet afgelopen zomer per persbericht weten dat een vrouw die zich als prinses Cecilie de'Medici in een Florentijnse krant tegen het onderzoek had gekeerd, een bedriegster is. Markies Guiliano Medici Tornaquinci, die tot één van de drie erkende lijnen hoort, was op zijn beurt ontstemd niet bij het project betrokken te zijn. Prins Ottaviano noemde hij in de New York Times `misschien verbonden aan de familie', maar vooral `afkomstig van Napolitaanse adel'. Een verschil met vroeger: familieruzies worden tegenwoordig door advocaten afgehandeld.

De onderzoekers nemen intussen de zeer behulpzame prins Ottaviano tegen zichzelf in bescherming. Ze hebben zijn aanbod om DNA af te staan beleefd afgewezen. Stel je voor, zeggen ze, als straks blijkt dat hij niet tot de Medici behoort. Dan stort zijn leven in.

`The Mummy Detective: The crypt of the Medici'. Zondag 12 december om 21.00 uur te zien op Discovery Channel.