Een debat is leuker dan een discussie

Vanavond is de finale van het debattoernooi voor middelbare scholieren. De drie leerlingen van het St. Ignatius Gymnasium uit Amsterdam plaatsten zich via de voorronde.

,,Geachte jury, geachte aanwezigen. Ik weeg 70 kilo. Mijn boekentas weegt gemiddeld per dag toch wel zo'n zeven à acht kilo. Wie dagelijks meer dan 10 procent van zijn eigen gewicht moet torsen, heeft een grote kans op rugklachten. 76 procent van de Nederlandse scholieren hééft rugklachten.''

Met deze woorden opent de 18-jarige Jan Rotmans, leerling op het St. Ignatius Gymnasium in Amsterdam, het debat over de stelling `Al het lesmateriaal moet via internet verspreid worden'. Het is de derde voorronde van het Nederlands kampioenschap debatteren voor middelbare scholieren dat jaarlijks wordt georganiseerd door het Nederlands Debatinstituut.

Jan is zenuwachtig, maar dat geldt voor alle scholieren die moeten aantreden. Hij vertegenwoordigt zijn school samen met Bram Knegt (17) en Josse Klijnsma (17). ,,Debatteren is een onderdeel van het schoolexamen Nederlands en wij beginnen er al mee in de vierde'', vertelt Bram.

De leraren Nederlands van het Ignatius vinden debatteren de beste vorm om de spreekvaardigheid voor het examen te trainen en te testen. ,,Discussiëren kan ook, maar dat is vaak zo oeverloos'', vindt lerares Angela van Straaten. ,,Deze vorm van debatteren is heel gestructureerd. De leerlingen moeten zich ook goed voorbereid hebben, ze moeten zelf informatie verzamelen en argumenten voor of tegen de stellingen bedenken. En tijdens het debat heel goed luisteren, want je weet nooit waar de tegenpartij mee komt.''

Een debat zoals het Nederlands Debatinstituut het op de deelnemende scholen aanleert, is aan strenge regels gebonden. Steeds staan twee teams van drie leerlingen tegenover elkaar, die in vaste volgorde hun zegje moeten doen.

Een paar weken voor de voorrondes worden de twintig stellingen waarover gedebatteerd kan worden bekendgemaakt. Op de toernooidagen krijgen de deelnemers een kwartier vooraf te horen welke stelling aan de beurt is en of zij als voor- of tegenstanders moeten optreden. Goed voorbereiden helpt, maar is niet voldoende om te kunnen winnen. Want hoe sneller, levendiger en verrassender het debat, hoe beter.

De voorstanders moeten de stelling opvoeren als dé oplossing van een probleem. Jan, Josse en Bram kozen voor de rugklachten van scholieren, maar ze hadden ook de dure schoolboeken of papierverspilling kunnen aanvoeren om de oplossing (alle lesmateriaal via internet) te promoten. Of alledrie.

,,Dat vond ik het enige zwakke punt in hun optreden, dat ze maar één argument inbrachten'', zegt een van de drie juryleden na afloop. De debaters van de scholengemeenschap Jan van Egmond uit Purmerend brachten hun tegenwerpingen met verve. Het tweede teamlid voerde een hele act op om te laten zien dat er ook nog wel andere manieren zijn om je boeken te vervoeren dan in een boekentas. Maar het hielp hen niet aan de overwinning. De jury waardeerde de show, maar in een debat gaat het om argumenten.

Het Nederlands Debat Instituut organiseert het kampioenschap dit jaar voor de zevende keer. Na drie voorrondes is vandaag de finale in de Pieterskerk in Leiden. Jan, Josse en Bram hebben hun voorronde gewonnen en strijden in Leiden met 33 andere scholen om 's middags het finale debat te voeren.

De acht finalestellingen zijn sinds begin deze week bekend. De jongens zijn matig enthousiast. Een stelling als `Er moet een schoolvak uitvinden komen' is ,,wel aardig'' en die over de vrijheid van meningsuiting ,,kon je natuurlijk verwachten''. Josse: ,,We hebben niet veel met de stellingen van dit jaar, maar daardoor komt de nadruk veel sterker op de debattechniek te liggen, dat is wel leuk.''