De verloren weken van Balkenende

Vrijheid en veiligheid vormen samen de raison d'être van de staat. De publieke ruimte dankt haar voortbestaan aan moedige mensen. Ooit had Margaret Thatcher de moed om Salman Rushdie ondubbelzinnig te beschermen, ook al was Rushdie een radicale opponent van Thatcher en het Thatcherisme. Hij noemde haar `Mevrouw Torture'.

Sinds 2 november worden we geregeerd door bange mensen die op een dubieuze wijze omgaan met de grondnormen waarop de staat is gebaseerd. De Nederlandse strijd tegen het moslismterrorisme kent sinds 11/9 inmiddels drie fasen: (1) De politiek (kabinet en parlement) ten tijde van Wim Kok en Balkenende I. In deze periode was men niet bereid noodzakelijke wijzigingen aan te brengen in de wetgeving en de organisaties die zich met de bestrijding van terreur bezig hielden. Als gevolg van die onverschilligheid gingen de rekrutering en de verspreiding van de politieke islam gewoonlijk door. (2) De politiek nam onder internationale en nationale druk een aantal juridische anti-terreurmaatregelen aan: de Wet terroristische misdrijven (zomer 2004) en de beleidsnotitie inzake de terrorismebestrijding (10 september 2004). (3) De eerste terroristische aanslag op Nederlandse grondgebied: de moord op Van Gogh. Uit de brief van Mohammed B. – en uit de informatie over zijn vrienden van de Hofstadgroep – bleek dat de jihadisten niet alleen publieke objecten maar ook publieke personen willen aanvallen. Hiermee is de huidige situatie in Nederland te vergelijken met die in Israël, Algerije ten tijde van de burgeroorlog en Baskenland in Spanje.

Als superminister van terreurbestrijding koos Donner, geheel in overeenstemming met zijn vrijheidsvijandige opvattingen, voor een frontale aanval op de andersdenkenden. Met zijn voorstel om de wet inzake godslastering aan te scherpen joeg Donner niet de vijand maar de prominente burgers schrik aan. Het leek erop dat Donner een grote coalitie tot stand wilde brengen tussen ultrareligieuze moslims en christenen ten einde andersdenkenden te bestrijden. En dit op basis van een domme logica: als er geen andersdenkenden zijn, gaan de terroristen ook weg.

Maar waarom willen de terroristen Cohen, Aboutaleb en anderen doden? Deze hypermoderne gereformeerde pacificatie à la Donner schijnt ook de vrijwillige verdwijning van de lastige Kamerleden tot doel te hebben gehad.

Verwarring en gebrek aan morele verantwoordelijkheid zijn sinds 2/11 typerend voor het kabinet-Balkenende. De premier was vanaf dat moment niet in staat leiding te geven aan zijn kabinet, laat staan aan het land. Dit probleem deed zich al eerder voor: Remkes werd onbekwaam verklaard en alle bevoegdheden ter bestrijding van terrorisme werden naar Donner overgeheveld, wat op zichzelf een dreiging is voor de rechtsorde en getuigt van amateurisme.

En die waarden en normen? Ironisch genoeg is Donner, de achilleshiel van het CDA, te beschouwen als een ernstige aantaster hiervan. Immers hij, en de handelingsonbekwame Remkes, hadden politieke verantwoordelijkheid moeten nemen voor deze aanslag die zij in alle redelijkheid hadden moeten kunnen voorkomen. Je begint je toch af te vragen waarom de Duitsers en Britten tot nu toe een aanslag kunnen voorkomen, maar Balkenende en onze geheime diensten niet. Het zijn verloren weken voor Balkenende.

Terwijl het land verdeeld is, is de politiek een monsterlijke eenheid geworden: er bestaat sinds 2/11 geen oppositie meer. De politici gingen allemaal over tot de orde van de dag. Alsof 2/11 een natuurverschijnsel was. Nu de inlichtingendiensten zulke grote fouten hebben gemaakt, moeten de diensten grondig worden hervormd qua organisatie, cultuur en werkwijze. Onder wiens gezag moeten deze hervormingen worden doorgevoerd? Waarom zouden we vertrouwen hebben in de bewindslieden die zelfs niet bereid waren om hun eigen beoordelingsfouten toe te geven? Hoe kun je vertrouwen hebben in Remkes, wanneer het kabinet al zijn bevoegdheden als minister van veiligheid bij Justitie heeft ondergebracht? Wat heeft Donner gedaan met zijn bevoegdheden (doorzettingsmacht) naar aanleiding van 2/11?

Dit alles wordt nog erger wanneer we er de uitlatingen van Geert Wilders bij betrekken. Het parlement moet in aanwezigheid van Wilders, Donner, Remkes en Balkenende de dringende vraag beantwoorden of er van enige belemmering (van overheidswege) sprake is bij de politieke activiteiten van Wilders. Want als het waar is dat de veiligheidsdienst mensen gebeld zou hebben met het advies zich niet bij Wilders aan te sluiten, zou dit in elke andere democratie een ernstige affaire veroorzaakt hebben. Zou zelfs iets van die beweringen waar zijn, dan moet dat niet alleen tot een politiek verantwoordingsproces leiden, maar ook tot een strafrechtelijk onderzoek.

Donner denkt dat hij als een gereformeerde ouderling gemachtigd is om allerlei halve waarheden te verkondigen. Zo zei hij dat in Israël in totaal zeven mensen worden beschermd. Donner verwart ons intelligentieniveau met dat van zijn godvrezende gemeente. Die zeven mensen worden, volgens de Israëlische ambassade, door één specifieke dienst beschermd. Maar er zijn nog vele andere diensten die honderden mensen binnen en buiten de politiek beschermen.

Wat wil deze ouderling met zijn kleinerende opmerkingen zeggen? Donner zegt tegen ons: ik bescherm personen die mij goed uitkomen, en de anderen mogen doodvallen. Aan deze man, die in het bezit is van een bedenkelijk geweten, wordt de doorzettingsmacht toegekend. Het is aan de fractievoorzitters van VVD, PvdA, GroenLinks en CDA om de volgende vragen te beantwoorden: Hoeveel moorden kan dit landje nog verwerken? Hoe lang nog moeten we lijden onder gezagdragers die hun burgers minachten? Hoeveel prominenten hoopt Donner door intimidatie te zien verdwijnen uit Nederland?

Dit kabinet kan de terreur niet bestrijden als het zelf door middel van zachte terreur via machtsmisbruik de politieke en intellectuele andersdenkenden de mond wil snoeren. Het moet over zijn eigen gereformeerde schaduw heen springen, als het nog op enig respect en vertrouwen in de verre toekomst wil rekenen. En Donner moet zich bekeren tot de principes van democratie, menselijkheid en moraal.