Containers en demontabele rupsen

In Nederland komen steeds meer noodlokalen. Lucratief voor de leveranciers, maar niet iedereen is blij met `containeroplossingen'.

DE BEL gaat, een groepje kleuters stormt basisschool de Mijlpaal in Amsterdam-Sloten binnen. De vloer beweegt als 25 kinderen van groep 1-2 zich verzamelen in één van de 16 noodlokalen van de school. Het kleine lokaal is propvol en gezellig. Lampionnen, herfstmobiles en tekeningen van dieren hangen in de lucht en aan de muur. De muren zelf zijn smerig, er zitten scheuren in de plafondplaten en het zonnescherm hangt scheef voor het raam. De les in het lokaal erboven is duidelijk te horen. Plotseling klinkt er kabaal. ``Ik denk dat ze hierboven in de kring gaan zitten'', zegt Mick (4).

Meer dan de helft van de 700 leerlingen van basisschool de Mijlpaal krijgt les in een noodlokaal. Ze zijn niet de enigen. Door ruimtegebrek, vooral in nieuwbouwwijken, is het aantal noodlokalen enorm groot en nog steeds groeiende. Jaarlijks komen er tussen de 20 en 24 duizend extra leerlingen bij waar geen plaats voor is op bestaande scholen. Volgens Martin Groen, verantwoordelijk voor de huisvesting in de gemeente Pijnacker-Nootdorp worden alleen op nieuwbouwlocaties nog stenen scholen gebouwd: ``Vaak zijn die gebouwen te klein, de extra aanwas brengt de gemeente bewust onder in tijdelijke lokalen.''

Ook de Mijlpaal kreeg daarmee te maken. Toen de school in augustus 1992 zijn deuren opende wisten ze al dat het gebouw te klein zou zijn. ``We kregen indertijd een beschikking voor acht lokalen, dat is 240 leerlingen'', zegt directeur Ad Schuffelen. ``Intussen zijn het er 700 en in maart komt er weer een extra groep kleuters bij.''

Vooral in nieuwbouwwijken is vaak sprake van piekopvang: de groep mensen die er gaat wonen zit allemaal in dezelfde leeftijdsfase. Huisje, tuintje en dan een gezinnetje. De gemeenten, die beslissen of en wanneer nieuwe scholen worden gebouwd, zijn hierover duidelijk. Voor de piek van schoolgaande kinderen komt geen permanente huisvesting. ``Als je niet hard kunt maken dat je die lokalen over 15 jaar nog steeds nodig hebt, dan lukt dat niet'', aldus Schuffelen. ``Dat zien gemeentebesturen als kapitaalvernietiging. Terwijl de prognoses waarop ze zich baseren vaak twijfelachtig zijn en onderling erg verschillen. Ik heb de afgelopen jaren sterk verschillende cijfers gezien voor de maximale grootte van onze school. Ze liepen uiteen van 400 tot 1400 leerlingen.'' Lokale overheden hebben belang bij lage prognoses, want anders moeten ze permanente huisvesting gaan regelen. Gemeenten kiezen liever voor tijdelijke schoollokalen.

uiterlijk

Dat begrip `tijdelijk' wordt al maar ruimer opgevat. Steeds meer noodgebouwen moeten dertig of veertig jaar blijven staan. En dat niet alleen – ook wordt gespeeld met het uiterlijk van de `containers'. Qua in- en exterieur verschillen sommige noodgebouwen nauwelijks meer van echte gebouwen. Als zo'n gebouw er dan toch een tijd lang staat, is het idee, waarom dan niet wat moois neerzetten? Zo startte WiMBY!, een kleine architectuurstichting die meewerkt aan de herstructurering van de Rotterdamse wijk Hoogvliet het project SchoolParasites. ``We zagen hoe ontzettend veel kinderen les krijgen in oude en aftandse noodlokalen'', zegt projectleider Wilma Kempinga. ``We zijn op zoek gegaan naar een alternatief, vanuit de overtuiging dat kinderen worden gestimuleerd als ze in een inspirerende omgeving naar school gaan.''

WiMBY gaf drie architecten de opdracht om een leslokaal te ontwerpen, alledrie met een specifieke functie voor het basisonderwijs. Nu staan drie opvallende, vrolijke gebouwtjes met de bijnamen `De Bloem' (met werkplekken voor ouders en kinderen), `De Lampion' (voor kooklessen en eten) en `Het Beest' (voor muziek- en dansvoorstellingen) op verschillende plekken in Hoogvliet. Allemaal kunnen ze ook als leslokaal gebruikt worden als dat nodig is. ``We hebben ze ontworpen voor Hoogvliet, maar met het idee om ze in serie te produceren'', aldus Kempinga.

SchoolParasites won de Nederlandse Designprijs 2004, en hoewel het nog niet storm loopt, merkt Kempinga wel dat de belangstelling vanuit scholen en gemeenten toeneemt. ``De gemeenten stellen hogere eisen, welstandscommissies geven minder snel vergunningen uit voor lelijke of aftandse tweedehands gebouwen. Dat merken de leveranciers natuurlijk ook. De aandacht voor kwaliteit begint langzaam op gang te komen.''

Die ontwikkeling komt ook voort uit het toenemende aantal klachten over de noodlokalen. Onderzoek bevestigt dat les krijgen in noodlokalen niet optimaal is, ze zijn benauwd en muf door slechte ventilatie. Volgens Schuffelen van de Mijlpaal zijn noodlokalen problematisch. ``Het is houtskeletbouw. Als de zon schijnt is het er snel benauwd en vliegt de temperatuur omhoog. Regelmatig zijn er plafondplaten die naar beneden komen en de deuren sluiten slecht. Bouwkundig zijn ze vele malen slechter. Bovendien blijven ze in de praktijk veel langer staan dan de bedoeling was.''

Ook ouders klagen. In Amersfoort tolereerde een groep ouders de situatie waarin hun kinderen les kregen niet langer. Zij richten een actiegroep op, `De Basis is Boos', en verzamelden uiteindelijk genoeg handtekeningen voor een referendum. Zo kregen ze de gemeente zo ver om 3,5 miljoen euro extra uit te trekken voor onderwijshuisvesting. In Amersfoort waren op dat moment, ongeveer een jaar geleden, 700 noodlokalen in gebruik.

Onlangs werden de regels voor tijdelijke lokalen aangescherpt in een nieuwe versie van het Bouwbesluit. Een goede zaak, vindt René Meeuwissen, algemeen directeur van De Meeuw Bouwsystemen, een grote leverancier van noodgebouwen. ``Er worden nog te veel barakken verhuurd en verkocht, dat is schadelijk voor het imago van de branche.'' Zelf biedt De Meeuw al veel langer systemen van hoge kwaliteit, aldus Meeuwissen. ``We gebruiken het woord noodgebouw liever niet. Dat woord roept associaties op met containers, en dat is in ons geval volkomen onterecht. Ons uitgangspunt is dat je in een complex van ons niet mag merken dat je in een tijdelijk gebouw zit.'' Ook Meeuwissen merkt dat de vraag naar noodlokalen toeneemt. ``We hebben de laatste tijd veel gebouwen neergezet die een jaar of twintig moeten staan.''

De Meeuw heeft een jaaromzet van 100 miljoen euro. Meeuwissen schat dat in Nederland jaarlijks zo'n duizend noodlokalen worden neergezet. Jaarlijks bestelt iedere gemeente dus zo'n twee noodlokalen die gemiddeld ruim vijf jaar blijven staan.''

verouderd

Doordat de technische ontwikkelingen steeds sneller gaan, zijn gebouwen soms binnen 20 jaar verouderd. Volgens Meeuwissen is het daardoor steeds moeilijker te voorspellen wat er over tien of twintig jaar gebeurt. ``Waarom zou je het dan vastleggen in metselwerk? Heel veel gebouwen en kantoren, en ook scholen, moeten na vijftien of twintig jaar toch weer op de schop.'' Ook architecten beginnen het potentieel te zien van tijdelijke gebouwen, meent hij. ``We krijgen hier veel studenten uit Delft die bezig zijn met andere vormen van bouwen. We hebben speciale floppy's voor architecten zodat ze zelf kunnen ontwerpen met onze units. In eerste instantie zijn architecten altijd een beetje afwachtend, want onbekend maakt onbemind. Maar als ze onze systemen zien, zijn ze altijd enthousiast.''

tussen de oren

George van den Dolder, hoofd verkoop van van noodlokalenleverancier Brouwer, voorziet een mooie toekomst voor zijn bedrijf. ``Onze voorkeur voor stenen gebouwen zit tussen de oren. In Scandinavië is prefab de normaalste zaak van de wereld.'' Toch denkt Van den Dolder niet dat scholen massaal zullen overstappen naar hoogwaardige noodgebouwen die nauwelijks van echt zijn te onderscheiden. Brouwer handelt vooral in `ouderwetse' noodlokalen en verkoopt ook veel tweedehands. ``De Meeuw heeft prachtige systemen, maar dat is naar mijn idee geen unitbouw meer. Als een school een probleem heeft wordt er toch gekozen voor een goedkope oplossing: unitbouw. Dan kies je niet voor een architectonisch ontwerp, want dat gaat geld kosten. Door de bezuinigingen merken we dat de vraag naar tweedehands units sterk toeneemt.''

Want geld is er te weinig in het onderwijs. Dat merkt Meeuwissen ook. ``Tijdens de economische boom van een paar jaar geleden kon het niet op, nu is het toch soberder. Laten we eerlijk zijn, een noodgebouw neerzetten voor tien jaar is niet goedkoop. Maar als je de exploitatiekosten over tien jaar berekent, ben je uiteindelijk wel goedkoper uit. Na tien jaar haal je het weg en heb je schone grond en geen sloopkosten. Renoveren en nieuwbouw is uiteindelijk duurder.'

Gemeente-ambtenaar Groen bevestigt dat: ``Het allergoedkoopste zijn de containers, maar wij hebben gekozen voor een hoogwaardig tijdelijk schoolgebouw in de vorm van een rups. Die is demontabel en kan dus over 10 jaar elders in de gemeente opnieuw gebruikt worden.''

Het noodgebouw van de Mijlpaal heeft duidelijk zijn beste tijd gehad. In de keurig nette nieuwbouwwijk vol architectonische hoogstandjes staan trieste noodlokalen waar de verf van afbladert. Ze werden ooit voor 5 jaar geplaatst, inmiddels staan ze er al 8 jaar. In augustus 2006 krijgt de school een nieuw gebouw van steen. ``Tegen die tijd hebben we bij elkaar tien jaar in noodlokalen doorgebracht'', zegt directeur Schuffelen. ``Er zijn ook voorbeelden van scholen die zo gebouwd zijn dat ze later makkelijk als woningen of bedrijfsruimte gebruikt kunnen worden. Zo'n school krijgen wij nu uiteindelijk ook. Ik vind dat je veel te vaak en te snel containeroplossingen ziet.''