Bernhard hield niet van tegenspraak, ook niet als hij ziek was

Dood gaan we allemaal. Maar gaat een lid van het koninklijk huis anders dood dan een gewone sterveling?

Bernhard was niet gewend aan tegenspraak, ook niet als hij ziek was. Bob Smalhout, hoogleraar anesthesiologie in het toenmalige Academisch Ziekenhuis Utrecht (nu UMCU), zegt dat het eerste consult dat de prins hem vroeg, in 1971, uitliep op een machtsstrijd. ,,Bernhard zou een operatie aan zijn hand ondergaan, onder algehele anesthesie. Zijn vingers gingen krom staan. Hij klaagde dat hij niet meer kon jagen, hij kon zijn geweer niet meer bedienen. In die tijd hadden we nog niet de perfecte middelen die we nu hebben, patiënten waren vaak misselijk na de operatie. Dus was het beleid dat ze nuchter moesten zijn. En ook na de operatie kregen ze alleen een beetje water, of thee, om te voorkomen dat ze gingen overgeven.

,,Ik zei dat tegen Bernhard, maar hij zei: niks mee te maken, ik neem mijn privé-kok mee. Die zal lever met uiringen voor mij klaarmaken, dan kan ik op krachten komen. Ik zei: dat is niet geschikt, u krijgt die dag geen warme maaltijd. Nou, zei Bernhard, van die andere professor mocht het wel, dus mag het nu ook. Ik zei: kan wel wezen, maar ik heb mijn verantwoordelijkheid, en als we u toestaan wat we andere patiënten niet toestaan, hoe kunnen we dan onze autoriteit als arts bewaren? Daarbij, het is niet goed voor u. Ik wil het niet. Maar Bernhard zei: ik doe het toch.

,,Toen zei ik: Koninklijke Hoogheid, laten we dan iets anders bespreken. We zijn allebei militair, u bent inspecteur-generaal van de Landmacht, ik ben luitenant-kolonel. Dat is niet zo hoog als u bent, maar u weet dat er ook een functionele hiërarchie is. Ik ben uw functionele meerdere, Koninklijke Hoogheid. Als ik tegen u zeg dat u niet mag eten, is dat geen verzoek, maar een dienstbevel.

,,Het was meteen over. Bernhard lag in bed, hij trok zijn hand onder de deken vandaan, salueerde en zei: ayay, Sir. Daarna heb ik nooit meer problemen met hem gehad.'' Bob Smalhout heeft Bernhard nog vijf of zes keer anesthesie gegeven.

,,Die instelling van Bernhard is hem nadat ik was opgevolgd bijna fataal geworden'', zegt hij. ,,Toen begon het weer van voren af aan. In 1994 wilde hij na een operatie aan zijn dikke darm geen slangetje door zijn neus en keel hebben voor de afvoer van maagsappen, dat vond hij vervelend. Ik wil niet zo'n verdammte slang in der Nase haben. Daarmee tekende hij praktisch zijn eigen doodvonnis. De maagslag werd eruit gehaald. Hij was te suf om overeind te komen toen hij moest braken. Daardoor kwam er maagzuur in zijn longen. Maar toen was het kwaad al geschied. Het is nooit meer goed gekomen. Bernhard ging vitaal het ziekenhuis in en kwam er als een wrak uit. Hij was een schuifelende oude man geworden, shabby, ongeschoren. Dat zie je vaak bij patiënten die door zuurstoftekort een heel lichte hersenbeschadiging hebben opgelopen. Hun persoonlijkheid verandert.''

Dit verhaal, dat in december 1994 al in het weekblad Privé stond, kwam een paar weken voor de dood van Bernhard weer in het nieuws na een interview van de EO met Bob Smalhout. ,,De EO heeft me een streek geleverd'', zegt Smalhout. ,,Ze wilden een warm, menselijk gesprek met me over de prins, en ik heb ze verteld over alle goede herinneringen die ik aan hem bewaar. Op een gegeven moment begonnen ze over die zware operatie in 1994, waarna de prins zo lang in het ziekenhuis had gelegen. Ik zei: die operatie was niet zwaar, er zijn daarna allerlei dingen misgegaan.

,,Dat vonden ze bij de EO zo interessant dat ze er dezelfde dag nog een persbericht over hebben verspreid via het ANP. De film moest nog gemonteerd worden. Dat was natuurlijk om de kijkcijfers te verhogen – nou, dáár gaan we naar kijken.

,,Bernhard las die krantenberichten en belde hij me boos op. Hij zei: ik ben behandeld door de beste artsen van Nederland en heeft u wel eens gehoord van multiple organ failure? Alsof ik opnieuw artsexamen moest doen. Ik zei dat alle organen er dan een voor een mee ophouden, de lever, de nieren, de longen en darmen, tot de dood erop volgt. Ja, zei Bernhard, en daar hebben die artsen mij doorheen gesleept. Maar Koninklijke Hoogheid, zei ik, het kernpunt is: hoe was u in die situatie terechtgekomen?

,,Hij wilde er niets van weten. Er viel niet tegenop te praten. Hij bleef volhouden dat hij goed was behandeld. Het was een idee-fixe van hem.''

De artsen van het Universitair Medisch Centrum die Bernhard hadden behandeld zeiden in 1994 dat de prins leed aan een dubbele longontsteking. Later kregen ze van koningin Beatrix het erekruis in de Huisorde van Oranje-Nassau. Het verhaal van Smalhout is door het ziekenhuis nooit bevestigd, maar ook nooit ontkend.

Bob Smalhout zegt dat hij zeker weet dat Bernhard tot zijn laatste adem de regie over zijn leven zelf heeft bepaald. Hij denkt dat de prins op 1 december met zijn behandelend arts een afspraak had, ,,een afspraak met de dood''. Die arts was Sijmen Duursma, emeritus hoogleraar geriatrie. Duursma geeft geen commentaar.

Hij zegt: ,,Bernhard zou plotseling benauwd zijn geworden en naar het ziekenhuis zijn gebracht. Maar als iemand zo plotseling benauwd wordt, gaat hij toch niet rechtop zittend naast de chauffeur in de hofauto naar het ziekenhuis? Die gaat met de ambulance.''

Bernhard leed aan kanker in de darmen, met uitzaaiingen op de longvliezen. Tumoren op de longvliezen produceren vocht, en dat veroorzaakt benauwdheid. Bij Bernhard was dat vocht een paar keer met een punctie weggehaald. ,,Van dat vocht word je niet opeens in een kwartier benauwd'', zegt Bob Smalhout. ,,Dat gaat veel langzamer.''

Een andere verklaring – niet die van Bob Smalhout maar van andere artsen – voor Bernhards plotselinge vertrek naar het ziekenhuis is een bloeding in de longvliezen, waardoor hij het snel benauwder kreeg. Dat is in het ziekenhuis beter te behandelen. De morfine die in zulke gevallen de benauwdheid moet verlichten is bij een zieke patiënt van 93 al snel dodelijk.