Bacterie-berg

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag over de eerste dag in het heilige der heiligen, de operatiekamer.

De OK, zoals de operatiekamer in de chirurgie vol eerbied genoemd wordt, houdt me sinds mijn eerste dag hier bezig. Gespannen keek ik uit naar het moment dat ik daar `mijn entree' zou mogen maken. Vandaag is eindelijk de grote dag.

Ik hobbel achter `mijn' zaalarts de kleedkamer in en imiteer haar nauwkeurig. Groene broek, groene jas, klompen aan, sieraden af, muts op, kapje voor. En dan je handen wassen. Na een tien minuten durende procedure met zeep en alcohol mag ik het heilige der heiligen binnen: OK 4. Angstvallig hou ik mijn bacterieloze handen in de lucht. De operatie-assistent schuift me behendig een operatieschort en -handschoenen aan. En dan ben ik helemaal `steriel'. Ik sta doodstil en hou mijn adem in. Door mijn mede-co's ben ik al gewaarschuwd dat `steriliteit' hier heilig is. Elke bacterie kan fataal zijn. Daarom is iedereen aan de operatietafel van knie tot schouder ontdaan van bacteriën.

De OK-assistenten bewaken deze `steriliteit', desnoods met hun leven. ,,Kijk maar uit'', waarschuwde Lucas me gisteren, ,,die lui zijn echt maligne! Ze willen niets liever dan jou erin luizen. Na een `steriliteitsopleiding' van drie jaar zul je hen nooit op een fout betrappen. Maar wij worden, zonder enige training, zomaar naast de chirurg aan tafel gezet. Dat trekken die gefrustreerde wijven niet. Dus ze wáchten gewoon tot je een keer gedachteloos aan je neus krabt. En dan maken ze je af.''

Met zijn woorden nog in mijn hoofd durf ik nauwelijks te bewegen. Ik voel me een soort `dokter bibber'-spiraal: zodra ik iets aanraak zal het noodsignaal meedogenloos klinken. Een enkele fout van mij bevestigt weer het vooroordeel: de co als rondstrooiende bacterie-berg. ,,Dat overkomt je niet, Anne'', neem ik me plechtig voor. ,,Dus concentreer je. Continu.''

Ik kijk naar de operatietafel. Ik zie een been met spataderen. De rest van het lichaam bevindt zich ongetwijfeld ergens onder de lading groene doeken. En plotseling begrijp ik de extra functie van al die doeken: dat de chirurg alleen `been' ziet en geen persoon. Want hoe kun je nu geconcentreerd opereren als je er steeds aan wordt herinnerd dat er `een persoon' onder je mes zit? Een man of vrouw met een verhaal, een familie, een baan? Effectief opereren kan volgens mij alleen als je puur mechanisch werkt, alsof je een auto repareert. Snijden, graven en hechten moet je zonder scrupules doen.

En opeens is het me duidelijk: dat het logisch is dat chirurgen bot genoemd worden. Ze kúnnen eenvoudigweg geen persoonlijk contact opbouwen met hun patiënt. Wij verwijten ze hun lompheid, maar begrijpen niet dat dat in ons eigen belang is. Zolang je `been' blijft, kunnen ze je optimaal `repareren'. Maar als je `persoon' wordt, gaat dat ten koste van je operatie!

Tevreden over mijn eigen analyse kijk ik de operatiekamer rond. Wat een overdreven bangmakerij weer van Lucas. Die OK-assistenten zien er helemaal niet kwaadaardig uit. Ze glimlachen naar me, en eentje knipoogt zelfs. Dan zwaait de deur open. De chirurg komt binnen met een nieuwe OK-assistent. Vriendelijk stapt ze op me af en steekt haar hand uit. Dankbaar schud ik hem en noem mijn naam. Dan klinkt het plotseling luid van alle kanten: ,,De co is onsteriel!!'' Ik kijk verschrikt om me heen. Vijf verwijtende vingers. Vijf kwade blikken. En ze zijn allemaal op mij gericht.