Azen op Aziaten

Met koffers vol reclamemateriaal stropen vertegenwoordigers van Nederlandse universiteiten onderwijsbeurzen in het Verre Oosten af om studenten naar Nederland te lokken. Maar zitten we te wachten op studenten zonder creativiteit of zelfreflectie?

`EUROPE AWAITS YOU'. Grote affiches op de stations van de skytrain in Bangkok nodigen Thaise studenten uit om naar Europa te komen. Of in ieder geval naar luxe-hotel Plaza Athénée in het centrum van de stad. Daar vond half november de European Higher Education Fair plaats, een onderwijsbeurs waar bijna honderd onderwijsinstellingen uit heel Europa zichzelf presenteerden. Met acht universiteiten en zes hogescholen was Nederland een van de best vertegenwoordigde landen.

In twee dagen tijd trokken ruim vierduizend Thaise studenten aan de marktkramen voorbij. Een groot succes, oordeelden afgevaardigden van de Europese Commissie, die twee ton aan de beurs bijdroeg. Tevreden waren ook de organisatoren, de drie nationale agentschappen voor internationalisering van het hoger onderwijs in Duitsland, Frankrijk en Nederland: DAAD, EduFrance en Nuffic.

Wat de Verenigde Staten, Australië en Engeland al veel langer weten, is pas de laatste paar jaar tot continentaal Europa doorgedrongen. Hoger onderwijs is een interessant exportproduct. En Azië is een interessante markt, want de vraag naar hoger onderwijs is er vele malen groter dan het aanbod.

Tot voor kort gold Australië als voorbeeld van hoe een land zijn onderwijs succesvol te gelde kan maken. Hoger onderwijs is de op drie na hoogste bron van inkomsten voor het land, jaarlijks levert het 5,2 miljard dollar op. Het succes heeft echter een keerzijde. Om de grote aantallen buitenlandse studenten op peil te houden, dalen de eisen die aan hun Engels worden gesteld. Dus daalt ook de kwaliteit van het onderwijs. Ook over het slechte Engels van met name Chinese studenten aan Nederlandse universiteiten wordt veel geklaagd, verscherpte toelatingstesten ten spijt.

Het weerhoudt Europese instellingen er niet van om flink te investeren in werving in Azië. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Oeso is meer dan helft van de 1,8 miljoen hoger onderwijs-studenten die in 2000 een studie buiten hun eigen land volgden, afkomstig uit Azië. Naar verwachting zal het totale aantal reizende studenten in 2025 zijn toegenomen tot 7,2 miljoen, waarvan driekwart Aziatisch. Op dit moment studeren 18.000 Thaise studenten in het buitenland. Naar verwachting zijn dat er 80.000 in 2025. Nuffic-voorzitter Pieter van Dijk is dan ook niet bang dat de Europese landen elkaar Azië uit zullen vechten. ``Voorlopig is de supply hier unlimited.''

Europa wil de Thaise studenten graag binnenhalen. En studenten uit China, Taiwan, Indonesië, Vietnam, Maleisië en India. Ze voorzien in het Europese tekort aan studenten en onderzoekers in bèta- en technische studies. Sommige onderzoeksrichtingen aan de Nederlandse technische universiteiten leunen voor meer dan tachtig procent op buitenlanders. Op dit moment keert het gros van die studenten en promovendi meteen na de opleiding terug naar huis. Met een sneller te verwerven verblijfsvergunning voor een periode van vijf jaar wil het kabinet daar verandering in brengen.

Werving van Aziatische studenten is ook om een andere reden een investering in de toekomst, menen de instellingen. Dit is de regio met de grootste economische groei en vitaliteit. Over tien of twintig jaar is het de dominante regio, zo luidt de verwachting. Dus strijden de Verenigde Staten, Australië en Europa om de gunst van degenen die over tien jaar de beslissingen nemen in Azië. Op de beurs in Bangkok werd bij de studentenvoorlichting dankbaar gebruik gemaakt van Thaise alumni aan Nederlandse instellingen. Dat de Thaise World Trade Organisation-topman Supachai en oud-staatssecretaris van Financiën Pisit economie hebben gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam werd vele malen gememoreerd.

En dan is er het hogere collegegeld. Universiteiten en hogescholen mogen studenten van buiten de Europese Unie een veelvoud vragen van het wettelijk vastgestelde collegegeld voor Nederlandse en EU-studenten, 1472 euro. De bedragen voor een een- of tweejarige masteropleiding variëren van drie- tot tienduizend euro per jaar.

Toch gaat het de instellingen niet primair om economische motieven, meent Nuffic-voorzitter Van Dijk. ``Ze willen een aantrekkelijk internationaal klimaat creëren voor hun Nederlandse studenten. En ze willen het hoger onderwijs in Azië leren kennen, door contacten op te bouwen, docenten uit te wisselen, gezamenlijke onderwijsprogramma's op te zetten. Het uiteindelijke doel is internationale samenwerking. Om dat doel te bereiken moeten we eerst Nederland in beeld brengen, duidelijk maken dat ons hoger onderwijs interessant is.''

pioniers

Zeker is dat het perspectief van Nederlandse instellingen in korte tijd volledig is verschoven. Vijf jaar geleden ging het om een paar pioniers – Wageningen Universiteit, Hanzehogeschool Groningen – die actief waren in Indonesië. Inmiddels reizen vertegenwoordigers van vrijwel alle Nederlandse universiteiten en hogescholen de wereld rond. Met koffers vol reclamemateriaal gaan ze van de ene beurs naar de volgende, op zoek naar studenten en samenwerking. Bangkok liet zich goed combineren met een voorafgaande beurs in Taipei. De ene international relations-medewerker heeft net een samenwerkingsproject in China bezocht, een ander gaat na afloop naar een paar universiteiten in Vietnam.

Internationalisering is nu een sleutelwoord in elk beleidsplan binnen het hoger onderwijs. Het begrip omvat meer dan de werving van buitenlandse studenten. De motivatie is divers. Europa kan om politieke redenen wensen dat Georgië en Azerbeidzjan toetreden tot het Europese hoger onderwijsstelsel, zoals volgend jaar waarschijnlijk gebeurt. Philips steunt de samenwerking tussen de technische universiteiten van Delft en Eindhoven en onderzoekslaboratoria in China om economische redenen. Individuele wetenschappers of vakgroepen vinden elkaar dankzij academische verwantschap. Studenten zien een half jaar studie of stage aan een Amerikaanse instelling als een leuk extraatje.

Het eerste streven inzake internationalisering is meer uitwisseling van studenten en staf tussen Europese instellingen. Sinds de invoering van het Angelsaksische bachelor-masterstelsel in 2002 proberen de Europese universiteiten hun onderwijsprogramma's steeds meer op elkaar af te stemmen. Het aantal Engelstalige programma's wordt opgevoerd, een omvangrijk beurzenprogramma is beschikbaar. De mobiliteit binnen Europa blijft voorlopig echter ver achter bij de streefcijfers. De Engelstaligheid en mondiale standaardisering van programma's maakt Europa wel steeds aantrekkelijker voor niet-Europese studenten. Ook de verscherpte visumprocedures van de Verenigde Staten helpen hierbij.

In zijn deze week in de Tweede Kamer besproken `Internationaliseringsbrief' kondigt staatssecretaris Rutte aan dat het aantal `marktlanden' zal worden uitgebreid. Hij omschrijft ze als ``economische (s)tijgers, waar de vraag naar hoger onderwijs groter is dan het binnenlandse aanbod aankan''. Naast de huidige promotiekantoren in China, Taiwan en Indonesië zullen de komende jaren nieuwe kantoren worden geopend in Brazilië, Mexico, Rusland, India, Maleisië, Thailand en Vietnam. In al die landen moet het Nederlandse hoger onderwijs de komende jaren aan de man en vrouw worden gebracht.

Hoge kwaliteit, lage kosten en veel Engels. Dat zijn de drie verkoopargumenten van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland. Kom naar ons, want het onderzoek aan onze universiteiten scoort hoog in internationale vergelijkingen. Kom naar ons, want het collegegeld is veel lager dan in Engeland en Amerika. Kom naar ons, want we hebben veel meer Engelstalig onderwijs dan de Duitsers en de Fransen.

Schone lucht. Dat is voor Thaise studenten het meest aantrekkelijke van studeren in Europa. Verrassend vaak klinkt het verlangen naar een alternatief voor de vervuiling en het verkeer van Bangkok. Misschien niet verwonderlijk voor wie studeert aan de gerenommeerde Chulalongkorn University in het centrum van de stad. De uitgestrekte campus wordt doorsneden door een verkeersader die alleen met een loopbrug valt over te steken. Een studente vertelt dat ze elke ochtend – ze wordt gebracht door haar vader – twee uur in de file staat om de universiteit te bereiken.

voordelen

De Taiwanese spreker bij een Holland-promotieshow van Nuffic wijst op andere voordelen van Nederland: binnen een paar uur ben je in een ander land, jongens kunnen naar het red light district en anders dan in Amerika heb je er geen terrorisme. Dat laatste is een wat curieus argument, vindt Khwanchai Saisithong, 23 jaar en net klaar met zijn bacheloropleiding economie. ``Er is bij jullie toch net iemand vermoord door een moslimfundamentalist?'' Khwanchai kent de websites van de Nederlandse universiteiten, zijn tante heeft rechten gestudeerd in Leiden.

Ook Kewadee Srima, twintig jaar en derdejaars rechten aan Chulalongkorn, weet wel wat over Nederland. Ze wil graag een masteropleiding internationaal recht in Nederland volgen. Een buitenlands diploma zal haar kansen op de Thaise arbeidsmarkt aanzienlijk vergroten, vermoedt ze. Waarom Nederland? ``Daar is het lekker stil en overzichtelijk. Het landschap is mooi. Er is niet zo veel te doen, dus dan heb ik veel tijd om te studeren, en misschien om te schaatsen.''

Andere beursbezoekers weten minder van Nederland. Tweedejaars economiestudente Panita Chuapibul (18) heeft twee associaties: Heineken en de klokkenluider van de Notre Dame. ``Oh, ik dacht dat dat in Amsterdam was.'' Ze wil dan ook liever naar Duitsland. Ze is er met haar ouders op vakantie geweest, en ze vond het er prettig. ``Mooie gebouwen, aardige mensen.'' Panita volgt elke zaterdagochtend van acht tot twaalf Duitse les op het Goethe Institut en kijkt op de satelliet-tv naar de Bundesliga.

Geld is er genoeg in Thailand, van een materiële belemmering om in Europa te gaan studeren is geen sprake. De studenten weten dat hun ouders bereid zijn om het collegegeld en levensonderhoud te betalen. Na terugkeer uit Europa krijgen hun kinderen immers een goede baan in Thailand, zo is de verwachting.

Thanom Duangsida, 23 jaar en derdejaars rechtenstudent aan Chulalongkorn, kampt niet met een financiële maar met een sociale beperking. Omdat zijn vader is overleden, wordt Thanom onderhouden door zijn broer van 41. Die broer is rechter en wil dat zijn jonge broer dezelfde carrière volgt. Maar Thanon heeft andere ambities, hij wil chefkok worden. Aan de wens van de familie kan echter niet worden getornd. Andere studenten bevestigen dat om die reden economie en rechten de populairste studies zijn.

De Engelse spreekvaardigheid van de studenten laat veel te wensen over. Hun bekendheid met voor- en nadelen van het Nederlandse hoger onderwijs is gering. Toch toont de Nederlandse delegatie zich enthousiast over het gemiddelde niveau van de mensen die om informatie vragen. ``Als je dit vergelijkt met China of Vietnam is het hartstikke goed.'' Kan zijn, maar moeten deze studenten de Nederlandse kenniseconomie redden? Zijn er wellicht toch andere motieven in het spel?

Internationalisering is geen lucratieve bezigheid, bezweren de instellingen. Geld verdienen met buitenlandse studenten is een gevoelig punt. Zeker sinds de hbo-fraude, waarbij met name hogescholen rijksgeld incasseerden voor niet bestaande of zeer kort aanwezige buitenlandse studenten. Die tijd is voorbij, zegt men, nu gaat het om serieus onderwijs voor serieuze studenten.

Alle instellingen ontkennen dat het ze geld oplevert. Het collegegeld is kostendekkend, zeggen ze. Of ze leggen er zelfs geld op toe, omdat buitenlandse studenten een stuk duurder zijn dan Nederlandse. Cor Boom, voorzitter van het college van bestuur van Saxion Hogescholen in Enschede: ``We subsidiëren de huisvesting van buitenlandse studenten, we hebben extra mensen nodig voor begeleiding en we maken Engelstalig informatiemateriaal.'' Boom reist mee met zijn International Office-directeur omdat hij wilde zien hoe het in Azië werkt en omdat het bij de instellingen hier meer indruk maakt als de `president' erbij is. Aan Saxion studeren 17.000 studenten, waarvan 1500 uit het buitenland en 400 uit Azië.

partnerships

Waarom ze dan zo graag willen internationaliseren, als het financieel niet interessant is? Simon van der Wal, manager international projects van de Hanzehogeschool Groningen: ``In onze missie staat dat we onze studenten willen opleiden in een internationale omgeving. Daar heb je buitenlanders voor nodig. Het is ook een kwestie van prestige. We zijn er trots op dat we partners hebben in meer dan zeventig landen.'' Van de 20.000 studenten aan de Hanze University Groningen – zoals de hogeschool zich in het buitenland noemt – komen er 1800 uit het buitenland, waarvan 700 uit Azië.

De Universiteit Leiden heeft een vergelijkbaar motief. Robert Coelen, afkomstig uit het Australische hoger onderwijs en directeur van het nieuwe International Office in Leiden: ``We willen onze eigen studenten opleiden tot mondiale academici. Ze moeten hun baan kunnen uitoefenen zonder beïnvloed te worden door een nationale, culturele omgeving.'' Coelen noemt het de academische benadering, als tegenhanger van de economische benadering die Australië hanteert. Het Australische voorbeeld verdient geen navolging, vindt Coelen. Hij geeft de voorkeur aan partnerships tussen universiteiten die vanaf de werkvloer, door contacten tussen wetenschappers, ontstaan.

Werving staat niet voorop, het gaat vooral om samenwerking, benadrukken ook de andere instellingen. Jacques van Vliet, hoofd van de afdeling internationale marketing van Nuffic: ``Werving is een doodlopende weg omdat de minder ontwikkelde landen hun onderwijscapaciteit snel aan het opbouwen zijn. Een paar jaar geleden kon China onderwijs bieden aan twee miljoen bachelorstudenten, nu aan vier miljoen. De toekomst ligt in partnerships. Daarmee kun je de beste studenten traceren. Terecht wil Rutte overstappen van bulkwerving naar gespecialiseerde werving, alleen voor de niches waar we sterk in zijn.''

De instellingen vertellen graag hoe de internationalisering bijdraagt aan de Nederlandse economie. Buitenlandse studenten – die door de hoge kosten gemotiveerd zijn om snel te studeren – besteden 15 tot 20.000 euro per jaar aan uitgaven buiten de studie. Ze gaan uit eten, ze ontvangen familie, ze sluiten verzekeringen af. Volgens de Nuffic leveren de buitenlandse studenten de Nederlande economie 300 miljoen euro per jaar op. De Oeso komt voor de bijdrage van buitenlandse studenten aan de Amerikaanse economie op twaalf miljard dollar per jaar.

verschillen

Alle globalisering ten spijt blijven er wel degelijk aanzienlijke verschillen bestaan. Elke Aziatische student die naar Europa komt zal zich moeten conformeren aan een ander onderwijsmodel. Terwijl de Europese, en zeker de Nederlandse didactiek uitgaat van de leerling, ligt het vertrekpunt in Azië (nog) bij de leraar.

De uit Londen afkomstige Liz Williams geeft al vier jaar Engels en `international program' aan de Thammasat University, die na Chulalongkorn geldt als de tweede universiteit van Thailand. Gek wordt ze af en toe van het gebrek aan reflectie en creativiteit bij haar studenten. Vanaf de basisschool wordt leerlingen geleerd om alleen te spreken als hen iets wordt gevraagd. De leraar vertelt, de leerlingen nemen dat over. In combinatie met Aziatische bescheidenheid en afkeer van confrontatie leidt dat tot studenten die niet willen debatteren of analyseren, vertelt Williams. Dat Thailand over tien jaar een dominante economische macht is, gelooft ze dan ook niet. ``Dit land is heel goed in kopiëren, maar innovatie is er niet.''

Het kennisniveau verschilt niet wezenlijk van dat van Europa, zeggen docenten aan de Chulalongkorn University. Het verschil zit in het onderwijssysteem, en het tekort aan faciliteiten. Bij de natuurwetenschappen worden eerstejaars geweigerd omdat er niet genoeg plaats is in de laboratoriumruimtes.

En er is nog een verschil. Op Nederlandse straten worden geen valse diploma's te koop aangeboden. Op Khao San Road, waar westerse backpackers lusteloos achter hun pullen goedkope Singha bier hangen, loopt iemand tussen de prullaria met het aanbod om diploma's te vervalsen. Wie belangstelling toont, wordt meegetroond naar een duister souterrain. Uit een metalen kist komt een album met voorbeelden. Een master degree van het Trinity College London of de University of Virginia, inclusief authentiek ogende handtekening van de rector magnificus, kan voor 1000 baht (20 euro) ter plekke in elkaar worden geflanst. Een rijbewijs kan ook worden geregeld.