Schaar in je hoofd

Wat betekent de moord op Theo van Gogh voor filmmakers? Regisseurs Jos de Putter en Karim Traïdia over zelfcensuur en het filmklimaat na `Submission'.

Toen filmmaker Jos de Putter de film Submission op televisie had gezien, zei hij tegen zijn vrouw: `Dit leidt tot moord.' Zonder precies te weten waarom: ,,Ergens in mijn hoofd zat de waarneming dat deze film de grens overstak van het domein van de kunst en naar het domein van de samenleving – waarin mensen kijken die niet als vanzelfsprekend denken: `Dit is kunst, dus dit kan.' Nog altijd vindt hij het `schokkend' dat de film van regisseur Theo van Gogh en Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali is uitgezonden.

Toen filmmaker Karim Traïdia Submission in augustus had gezien, vreesde hij niet voor moord: ,,Maar ik ben dan ook een echte optimist.'' Van Gogh was `Theo' voor hem. ,,Het was altijd lachen met Theo, altijd heel gezellig. Ik heb Theo vier, vijf keer ontmoet. Ik voelde niets van haat, totaal geen enkele agressie, nooit.'' Over Submission, een aanklacht tegen vrouwenmishandeling in de islamitische cultuur, had de moslim Traïdia wel gedacht: `Wat wil je hier precies mee?'

Theo van Gogh werd begin november vermoord door een moslim-extremist. Een uit religieus fanatisme geboren aanslag op het vrije woord en het vrije beeld, is een veelgehoorde opvatting. Tot in de Tweede Kamer wordt sinds de moord gesproken over hoe vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid zich verhouden. Een verhouding die Van Gogh tijdens zijn leven op scherp zette met zijn columns en meer nog met Submission. De film had na de vertoning in augustus al grote wrevel gewekt in de moslimgemeenschap; net als de vervolgfilm die Hirsi Ali zegt te willen maken.

Film komt van alle kunstvormen het hardhandigst in botsing met godsdienst (zie kader), maar in Europa nooit zo hardhandig als bij de moord op Van Gogh. Nederlandse filmmakers, onder wie De Putter en Traïdia, debatteerden onlangs in het Amsterdamse Ketelhuis over het filmklimaat na de moord, zelfcensuur, nieuwe thema's en Submission. Filmmaker Albert ter Heerdt haalde daarbij de media met zijn aankondiging het geplande vervolg op de succesvolle komedie Shouf Shouf Habibi! uit te stellen om verdere polarisatie met de Marokkaanse gemeenschap te voorkomen. Ter Heerdt wil nu eerst een `Ken Loach-achtige' film over de multiculturele samenleving maken.

Ter Heerdt wil nu even niet verder praten, De Putter en Traïdia met enige aarzeling wel. De Putter maakt documentaires, zoals Het is een schone dag geweest (1993) – over de ouderlijke boerderij in het Zeeuwse landschap – en Dans, Grozny Dans (2002) over jongeren die dansen op de puinhopen in Tsjetsjenië. Traïdia maakt speelfilms zoals De Poolse bruid (1998) – met een hoofdrol voor het Groningse landschap – en De lijdensweg (1993), over een islamitische vader die zijn zoon doodt. De Putter is bijna klaar met een film over de identiteit van Kurban Said, schrijver van een vermaarde liefdesgeschiedenis over een moslim-jongen en een christen-meisje. Traïdia werkt nu met cabaratier Najib Amali aan de film Alles komt goed, over een Marokkaanse vader-zoonrelatie.

,,Twintig jaar heb ik erover gedaan om een `ik' te worden, nu word ik weer een `wij' in Nederland'', vat Traïdia zijn ervaringen samen. Karim Traïdia kwam in 1976 via Frankrijk naar Nederland. ,,In Algerije was ik een wij. Daar heb je eerst je gezin, dan je familie, dan je land, en dan pas je zelf. Ik ben weggegaan om een `ik' te worden. In De Poolse Bruid heb ik alle emoties en ideeën van dat proces gestopt. Veel mensen vinden dit de `meest Nederlandse film' die ze ooit zagen, vooral dankzij het landschap dat in de film een echt karakter is. De Poolse bruid was mijn manier om Nederlander te zijn.''

Nu voelt Traïdia zich in de beeldvorming weer bejegend als een buitenstaander. ,,Er zijn vier gebeurtenissen die een `wij' en `zij' hebben geschapen: de Golfloorlog in 1990, die een zeker westers triomfalisme bracht en niet werd gepresenteerd als dood en ellende, maar als technologie en precisie; de aanslagen van 11 september 2001; de moord op Pim Fortuyn in mei 2002 en nu dan de moord op Theo.'' Vooral na de moord op Van Gogh is ,,de woede echt geëxplodeerd'', vindt Traïdia: ,,Daarbij is veel gezegd over de vrijheid van meningsuiting. Maar die zal in het westen nooit verdwijnen. Er zijn te veel mensen voor gestorven.''

Domein

Maar wat betekent die vrijheid, vraagt Jos de Putter zich af. De uitingsvrijheid van kunstenaars is nagenoeg onbeperkt in Nederland, doordat de staat de kunsten ongemoeid laat. ,,Maar het is vrijheid binnen het domein van de kunst'', vindt De Putter. ,,In het modernistische ideaal reflecteert kunst eerst op de kunst zelf en vervolgens op de maatschappij. Dat laatste gebeurt nu niet meer. Kunst die reageert op de maatschappij vinden we te simpel. Kunst is een eigen domein, naast het domein van de samenleving. Een eiland, zoals musea eilanden zijn geworden.''

Kunst voor musea is prachtig, bezweert De Putter, maar brengt kunst wel in een isolement. ,,Het discours in de kunstwereld wordt gevoerd in de eigen taal. Kritiek uit de samenleving wordt gezien als een baksteen, niet als een toetssteen. De bezwaren tegen het werk van Andres Serrano [foto's van onder meer plasseks, die in 1996 voor ophef zorgden, red.] worden afgedaan als moralisme dat al lang overwonnen is – of dat we bezig zijn te overwinnen.''

Het interessante is dat het moralisme op dit ogenblik een enorme opleving kent: in Nederland, met het waarden- en normendebat van het kabinet-Balkenende, in de Verenigde Staten, waar Bush de presidentsverkiezingen won. ,,De neoconservatieve revolutie maakt duidelijk dat we iets zijn vergeten, iets dat er toe doet voor een zwijgende meerderheid'', zegt De Putter. De afscherming van dergelijke ontwikkelingen in het maatschappelijk domein biedt de kunstenaar vrijheid, maar maakt de kunst ook ongevaarlijk: ,,Kunst wordt niet serieus genomen, is voor het maatschappelijk debat niet relevant meer.''

De film Submission wilde wel iets betekenen voor het debat in de samenleving, signaleert De Putter: ,,Ik ben hem gaan zien als kunstwerk. Ik vond het een slechte film, heel plat. De mishandeling van moslimvrouwen, die wordt gerechtvaardigd of wellicht zelfs aangemoedigd door de koran, wordt verbeeld door de koranteksten op de lichamen van vrouwen te schrijven. Dat is van een letterlijkheid die je zelfs bij eerstejaarsstudenten van de filmacademie niet vindt. De film bleek dus een pamflet te zijn, behoorde tot een ander domein.''

Bij het oversteken van de domeingrenzen zijn Van Gogh en Hirsi Ali volgens De Putter voorbijgegaan aan zowel de principes van de Europese samenleving – pacificatie – als aan de principes voor de perceptie van kunst, de semiotiek. ,,Europa is Europa door vierhonderd jaar pacificatie, door vrede te scheppen tussen verschillende groepen. In Nederland hebben wij gepacificeerd door de zuilen die er waren op allerlei niveaus met elkaar te verbinden. Submission doorbrak die pacificatietraditie met een aanval op een zuil die wij niet kennen. Het `vrije woord' heet dat nu, maar vrijheid zonder pacificatie is oorlog.''

De `basisprincipes van de semiotiek' leren volgens De Putter dat een kunstwerk verbindingen heeft met de maker, de ontvanger en de werkelijkheid, maar er wel op afstand van staat. ,,Niet iedereen kent deze basisprincipes. Als voor jou de maker en het kunstwerk samenvallen, en het kunstwerk bevalt je niet, dan maak je de maker dood.'' Wie een boodschap wil overbrengen, moet zich dan ook afvragen of de ontvangers het `semiotische onderscheid' kennen. ,,De makers van Submission moeten hebben geweten dat dit niet het geval is. Als je dan wil shockeren, provoceren, bruuskeren, dan heb je een bom.''

De VPRO heeft een fout gemaakt door de film uit te zenden, vindt De Putter. En vervolgens een tweede fout gemaakt door er geen vervolg aan te geven. ,,Toen Rushdie werd getroffen door een fatwa verschenen er onmiddellijk artikelen over wat er nu eigenlijk in De Duivelsverzen staat. Close reading dus. Zo had ik voor een tv-programma acht mensen – iemand als de historicus Von der Dunk – willen laten kijken naar Submission met de vraag: `Wat zie je?' De VPRO wilde niet, noemde het mosterd na de maaltijd. Mij lijkt het nog steeds noodzakelijk de film te bekijken onder het motto ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet.''

Wat zien Noord-Afrikanen? Zij weten als geen ander wat fictie is, zegt Traïdia: ,,Wij groeien op met de sprookjes van onze grootmoeders.'' Maar het onderscheid tussen acteurs en hun personages wordt niet altijd gemaakt. ,,In een van mijn films speelt een jongen een flikker, op heel subtiele wijze. Toen die film werd vertoond, schaamde de broer van de acteur zich en maakte ruzie. Dat de acteur alleen maar speelde, begreep hij niet. In de film waar ik nu aan werk zullen de Noord-Afrikaanse kijkers Najib Amali als hemzelf zien, niet als acteur in een rol.''

Een korantekst schrijven op borsten zoals in Submission stuit ook op een groot onbegrip, zegt Traïdia: ,,De meerderheid van goedwillende moslims wendt zich alleen maar vol fatalisme af. De kleine groep radicalen krijgt een mooie aanleiding in handen.'' De koran is nu eenmaal een heilig boek, dat je zelfs niet zomaar mag aanraken. ,,Moslims denken alleen: dit kan niet. Niet omdat de koran dat leert, maar doordat dit traditioneel in hen zit.''

Hoe je wel kritische films kunt maken over de islam heeft Traïdia naar eigen zeggen laten zien met De Lijdensweg. ,,Het verhaal over een vader die zijn zoon doodt is waargebeurd. In de film haal ook ik een soera aan uit de koran, waarin staat dat een zoon zijn vader moet gehoorzamen. Daar zet ik een tekst van Khalil Gibran tegenover, waarin staat: `Je kinderen zijn je kinderen niet. Zij komen door je, maar zijn niet van je'. Ik laat zien dat een vader wel abolute gehoorzaamheid kan eisen, maar dat hij dan zijn zoon verliest.'' De film werd in 1994 uitgezonden door de VPRO zonder enige ophef te veroorzaken: ,,Dat kwam doordat ik met de tekst van Gibran uitlegde waar de film over ging.''

Traïdia is niet van plan zich in te houden nu de spanningen tussen moslims en niet-moslims zijn opgelopen in Nederland. ,,Ik ben geboren met een schaar in mijn hoofd – zoals elke Algerijn. In je opvoeding leer je dat je niemand mag bekritiseren, of het nu je vader is, je moeder, een politieagent of de regering. De schaar van de censuur kun je niet kwijtraken. Je kunt hem wel botter maken, elke keer een beetje botter – in mijn geval door films te maken waarin je persoonlijkheid zit. Ik ga die schaar nu dus niet weer scherper maken.''

Wel houdt Traïdia rekening met zijn publiek: ,,Ik wil geen onschuldige mensen vernederen.'' En zijn film Les diseurs de vérité (2000) is opzettelijk dubbelzinnig om vertoond te kunnen worden in Algerije. De film gaat over een journalist die is vermoord in de Algerijnse burgeroorlog, waarin het moslim-radicale FIS, dan wel het regeringsleger vele tienduizenden mensen doodden. ,,In die film zit een droom waarin een man een andere man vraagt: `Wie doodt wie?' Dan zegt de ander: `Om een journalist te doden, heb je twee terroristen nodig. Om een dorp uit te moorden heb je een leger nodig.' Let wel: een leger. Iemand van de regering kan dan zeggen: hij bedoelt het leger. Dan kan ik zeggen: niet het leger, een leger.''

Traïdia ziet in de moord en wat erop volgde geen aanleiding om in zijn films extra aandacht te besteden aan de multiculturele samenleving. ,,Mijn nieuwe film met Najib Amali gaat echt over iets anders, namelijk een relatie tussen een vader en een zoon.'' Traïdia houdt zich bovendien al langer bezig met kwesties als integratie, zoals in het schooltoneelstuk Crash. Dit stuk, dat is gebaseerd op het toneelstuk De drie profeten, ging in september in première. ,,Daarin zit bijvoorbeeld een scène waarin Mohammed maar niet komt opdagen. Mozes en Jezus mopperen, maar Mohammed kán niet komen want je mag geen mensen afbeelden en hem zelf al helemaal niet.''

Artefact

Op het werk van Jos de Putter hebben de recente gebeurtenissen wel invloed. ,,Voor mij is een film een artefact, ook al haal ik als documentairemaker mijn materiaal uit de werkelijkheid. Ik ga nu niet plotseling een film maken over Amsterdam-West, omdat dit voor mij niet de kern is. Ik ben nu wel bezig om mijn laatste film, die in april al klaar was, aan te passen.'' De film Alias Kurban Said wordt in januari vertoond op het Internationaal Film Festival Rotterdam.

Kurban Said – een pseudoniem – schreef in 1937 het boek Ali en Nino, over de liefde tussen een Georgisch christenmeisje en een Azerische moslimjongen die ten onder gaat aan culturele verschillen. In de film van De Putter wordt over vijf verschillende mensen stellig beweerd dat zij Kurban Said waren. Bruno Ganz leest romanfragmenten. ,,De film wil ik nu meer vastklinken aan de werkelijkheid door mijn eigen commentaarstem toe te voegen met begrippen als `identiteit' – daar gaat het over. Een kleine ingreep. Maar het gaat nu niet om grote woorden, maar om kleine daden.''

De Putter noch Traïdia ziet dan ook veel in de handtekeningenactie van `de vrienden van Theo' voor Submission 2, waaraan Hirsi Ali zegt te werken. ,,De oproep om mee te werken aan die vervolgfilm is typisch weer een actie binnen het eigen domein'', vindt De Putter: ,,De taal van Van Gogh was nooit mijn taal. Moet ik nu die taal tot mijn taal maken, omdat hij dood is?'' Nee, zelf zou hij de vervolgfilm niet maken. Traïdia evenmin: ,,Hoe minder collectiviteit, hoe beter. Een film moet uit mezelf komen.''

Moet Submission 2 ook helemaal niet worden gemaakt? Traïdia heeft als antwoord alleen een vraag: ,,Wil Hirsi Ali nog eens de vrijheid van meningsuiting benutten of echt iets doen voor onderdrukte moslimvrouwen?'' De Putter weet het antwoord niet: ,,Als je de film niet zou maken, schept dat een precedent. Ik geloof wel in zelfbeperking, maar niet in opgelegde zelfbeperking.''

`Kritiek geldt

als baksteen,

niet als toetssteen'

`Wij Noord-Afrikanen groeien op

met sprookjes'