Sabine werd niet geloofd

Een hartverscheurender boek dan Ik was twaalf en ik fietste naar school van Sabine Dardenne is niet gemakkelijk te bedenken, of het zou Het Achterhuis van Anne Frank moeten zijn. Maar dat boek krijgt zijn lading vooral door alles wat in de wereld erbuiten gebeurt, en door de niet beschreven afloop in Auschwitz en Bergen-Belsen.

Ik was twaalf en ik fietste naar school is hartverscheurend door het verhaal zélf. Sabine Dardenne is een van de meisjes die door de Belgische misdadiger Marc Dutroux werden ontvoerd, gemarteld, verkracht en in een kelder van één bij drie meter gevangen werden gehouden, tachtig dagen lang. Daarna werd ze bevrijd door de Belgische politie, samen met Laetitia Delhez, die drie dagen ervoor bij haar was gezet. De meisjes die Marc Dutroux eerder te pakken had gekregen waren verhongerd of levend begraven. Sabine Dardenne schreef na het proces tegen Marc Dutroux, dit voorjaar, alles op wat er met haar in die tachtig dagen gebeurd was – behalve de details over de verkrachtingen. Te pijnlijk. Ze nam ook de brieven op die ze tijdens haar gevangenschap schreef aan haar moeder en die later in het huis van Dutroux werden teruggevonden. Hij had ze natuurlijk niet verstuurd.

Op de achterflap van Ik was twaalf en ik fietste naar school schrijft Sabine Dardenne dat ze haar boek geschreven heeft `opdat de stem van de slachtoffers eindelijk gehoord zal worden en de fascinatie voor dit soort monsters voor altijd zal verdwijnen'. Die stem van de slachtoffers heeft ze nu zeker laten horen. Maar de fascinatie voor een man als Dutroux zal er niet mee verdwenen zijn.

Want hoe kan dat, een volwassen man, vader en echtgenoot, die een kind van twaalf op zo'n sadistische manier kwelt en pijnigt, niet alleen door haar dag in dag uit te dwingen tot seks, maar ook door haar te wassen tot ze helemaal ruw en rood is, door aan haar wratjes te peuteren tot ze bloeden, door happen uit haar pony te knippen, door haar beschimmeld brood te laten eten, door haar vast te leggen aan een ketting, enzovoort.

Marc Dutroux laat Sabine Dardenne denken dat hij haar redder is: er is een bende die wat met haar vader te verrekenen heeft en haar daarom wil doodmaken. Maar gelukkig is hij er om haar te beschermen. Later laat hij haar geloven dat haar ouders geen losgeld voor haar willen betalen en zich erbij hebben neergelegd dat ze nooit meer terugkomt.

Het is verschrikkelijk om in de brieven te lezen dat Sabine Dardenne die verhalen gelooft en dat ze zich verontschuldigt voor alles wat ze verkeerd heeft gedaan (onvoldoende voor wiskunde gehaald, rommel op haar kamer niet opgeruimd). Nog verschrikkelijker is het om te lezen hoe ze zich er later weer voor verontschuldigt dát ze die verhalen geloofd heeft.

Ik was twaalf en ik fietste naar school is het onopgesmukte, overtuigende verslag van langgerekte misdaad en het is goed te begrijpen waarom Sabine Dardenne het heeft willen schrijven. Totdat ze mocht getuigen voor de rechtbank werd ze vaak niet geloofd, zoals ook de mensen die uit de concentratiekampen terugkeerden in het begin niet werden geloofd. Ze zou te jong en te versuft zijn geweest. Sabine Dardenne was de belangrijkste getuige in het proces tegen Marc Dutroux. De rechters geloofden haar wel. Dutroux werd in juni 2004 veroordeeld tot levenslang met tbs.

Sabine Dardenne: Ik was twaalf en ik fietste naar school. Tachtig dagen in de kelder van Dutroux. Saffraan, 221 blz. €17,50