Onderduiken is best leuk

Arend Bayzid (8) moest een keer onderduiken in Afrika. Omdat de politie zijn vader wilde oppakken.

Nu woont hij in Wormer, in de polder. Maar vorig jaar woonde hij in Kenia. Arends vader werkt bij Artsen Zonder Grenzen. Dat zijn dokters die in landen helpen waar oorlog en armoede is.

Wat vond je leuk in Kenia?

,,Dat we een keer op safari gingen met een Landrover. En dat ons kindermeisje alles opruimde.''

Waarom woonden jullie daar?

,,Omdat papa daar vaak moest werken. Hij helpt arme mensen die geen kleren hebben, geen huis, geen drinken en geen eten.''

Waarom moesten jullie onderduiken?

,,Er waren boeven die wilden iets met papa doen, ik weet niet precies wat.''

Politiemannen kwamen met geweren aan de deur om Arends vader mee te nemen. Het was een misverstand, ze dachten dat hij een boef was. Volgens Arends moeder is het gezin meteen naar vrienden gevlucht, met begeleiders van een veiligheidsbedrijf. En daarna naar een hotel.

Arend: ,,Ja, dat was leuk! Daar kon je iedere dag iets lekkers halen aan de bar. En zwemmen en we hadden daar veel vriendjes. Maar toen is ons bootje lek gegaan, omdat zij steeds op de bodem sprongen.''

Heb jij veel arme mensen ontmoet?

,,Nee, nooit. O ja, toch een keer. Toen was er een man die een krant had gestolen. Het werd vechten. Toen kwamen wij aanrijden. Hij sprong op onze auto en reed zo een stukje mee. Hij was heel blij dat we hem hadden geholpen.''

De kindermeisjes waren ook arm, zegt Arends moeder. Arend: ,,Oh, dat wist ik niet.''

Een andere keer zag Arend een zielig jongetje langs de kant van de weg. Toen vroeg hij waarom die niet bij ze kon wonen. Dat vond zijn moeder moeilijk uit te leggen. Arend:,,Er pasten makkelijk veertig kinderen in ons huis.''

Wil je later ook bij Artsen zonder Grenzen werken?

,,Nee. Ik wil archeoloog worden.''