Nooit geloofd in de liefde

Zo bekend als Shakespeare's personages zijn, zo onbekend was het leven van de dichter zelf. De Amerikaanse literatuurwetenschapper Stephen Greenblatt verzamelde alle snippers en maakt zijn leven voor het eerst invoelbaar.

Weinig in Shakespeare is zo aanstekelijk als de liefdesverklaringen van Prince Hal, koningszoon op kroegentocht en zijn drinkebroer Falstaff, aan lager wal geraakte edelman. Ze zijn uit het leven gegrepen:

Falstaff: `Hou je mond, jij hongerlijder, jij palinghuid, jij gedroogde kalfstong, jij bullepees, jij stokvis O, had ik maar adem genoeg om te beschrijven waar jij op lijkt! Jij kleermakersel, jij zwaardschede, jij boegfoedraal, jij onplooibaar rapier.'

Hal: `Die kist vol grillen, dat builvat vol dierlijkheid, die opgezwollen blaas waterzucht, die reusachtige bundel wijn, die volgepropte darmenzak, die gebraden kermisos met de pudding in zijn buik.'

Het realisme van Shakespeare's karakters is zo groot dat ze buiten de stukken waar ze in voorkomen een eigen leven zijn gaan leiden. Maar zo bekend als Shakespeare's karakters zijn, zo onbekend is de schrijver zelf. Shakespeare (1564-1616) liet geen brieven of dagboeken na, en van zijn leven weten we weinig meer dan wat valt op te maken uit een paar notariële aktes en enkele schimmige verwijzingen. Aan de reeks pogingen om licht in deze duisternis te scheppen is nu een opmerkelijk leesbaar en toegankelijk boek toegevoegd: Stephen Greenblatts Will in the World.

Greenblatt (1943), als hoogleraar literatuur verbonden aan de universiteit van Harvard, is een beroemdheid in de wetenschappelijke wereld. Zijn bibliografie concentreert zich op de Renaissance, en binnen dat gebied op Shakespeare. Maar titels als Learning to Curse, of Renaissance Self-Fashioning laten zien dat zijn invalshoek niet die van de traditionele literaire kritiek is. Zijn roem berust dan ook vooral op het geestelijk vaderschap van de invloedrijke stroming binnen de culturele geschiedenis die wordt aangeduid als new historicism. Die beoogde een nieuwe benadering van historische literatuur: niet alleen of vooral aandacht voor de grote werken, maar voor de wereld die ze had voortgebracht. Die wereld, zo stelden Greenblatt en zijn aanhangers, openbaarde zich vooral in schijnbaar onbelangrijke details. Greenblatt stelde dus voor om, in plaats van in de meesterwerken, ook eens in de vuilnisbak van de schrijvers te gaan speuren. Elke anekdote, elke boodschappenlijst, elke oude sok die kon worden opgediept kon zo worden gebruikt om de historische realiteit te reconstrueren. Daarmee was de hele cultuur van de Renaissance, en niet alleen de meesterwerken zelf, een `tekst' geworden. Traditionele, ergocentrische, critici fronsten de wenkbrauwen.

Ongrijpbaar

Het interessante is dat, als het om Shakespeare's biografie gaat, het nu juist de snippers zijn, die paar notariële transacties, die handtekeningen, geboorte- en huwelijksaktes, die ons resten. Greenblatts oude methode komt hem bij een reconstructie van Shakespeare's leven dus goed van pas. Bij die methode komt nu een intensief gebruik van het werk, dat consequent en creatief door Greenblatt geplunderd wordt om de magere data te bevestigen. Speculatie is daarbij niet van de lucht. Zelden heb ik een boek gelezen met zo'n frequentie van termen als `would', `may have', `might', en `possibly'. En toch. Het resultaat is ontegenzeggelijk dat in dit boek, voor het eerst, het leven van Shakespeare invoelbaar wordt, en de lezer gaat begrijpen hoe Shakespeare `Shakespeare' kon worden.

Twee zaken spelen in zijn ontwikkeling een fundamentele rol: geld en geloof. Het karige materiaal over Shakespeare's familie wordt door Greenblatt in verband gebracht met het religieuze klimaat van protestants Engeland. De Shakespeare's waren katholiek, en bleven dat ook tijdens de regering van de protestantse Elisabeth I, die het crypto-katholicisme in toenemende mate de duimschroeven aandraaide. Dat kostte zelfs directe familie van Shakespeare de kop. Toen hij zijn vrouw en kinderen in Stratford verliet om fortuin te maken in Londen, moet hij die hoofden hebben zien prijken op London Bridge, waar ze door de autoriteiten waren opgespietst. De conclusie die zijn Will moet hebben getrokken, meent Greenblatt, was: laat je niet kennen, wees ongrijpbaar. Want ook al had William zelf wellicht weinig op met het oude geloof, hij kon er mee in verband worden gebracht, en dat kon fataal zijn.

Shakespeare's grootste gave, het zich inleven in anderen en het verdwijnen van hemzelf, wordt daardoor aannemelijker dan ooit. In verband hiermee staat ook het verschijnsel dat Shakespeare zijn karakters vaak neerzet zonder dat ze een duidelijke of eenduidige motivering voor hun gedrag lijken te hebben, terwijl diezelfde karakters in de bronnen die hij intensief gebruikte, juist heel duidelijke motieven hebben – de jaloezie van Iago, de woede van King Lear, de aarzeling van Hamlet zijn daar prachtige voorbeelden van. Juist de onzekerheid rond hun motieven maakt die karakters zo fascinerend. Ook dit verschijnsel brengt Greenblatt in verband met de dissimulatie die Shakespeare in zijn jeugd, als zoon van de heimelijk katholieke burgemeester van een protestants Stratford, met de paplepel is ingegoten.

De aanwijzingen, minutieus gedocumenteerd door Greenblatt, zijn sterk. Maar het moet worden gezegd dat hij hier wel erg veel aan dat crypto-katholicisme ophangt. John Shakespeare, Williams vader, is in de periode van de geboorte van zijn beroemde zoon nog bekend, maar verdwijnt daarna langzaam uit de archieven van Stratford. Greenblatt komt financiële problemen van vader Shakespeare op het spoor. De chique handschoenenmaker moet langzaam zijn verarmd, misschien zelfs aan de drank geraakt, en ook hier kan zijn religieuze dubbelleven een rol hebben gespeeld. Greenblatt verklaart de obsessieve proccupatie met geld van zoon William uit de ervaring van een diepe val van het familiefortuin. Hij gebruikt op die manier heel ingenieus die kant van Shakespeare die wél goed gedocumenteerd is: zijn vele financiële transacties. Shakespeare is ongekend rijk geworden. Toen hij de buit binnen had, ging hij rentenieren in Stratford en verliet het theater. Met het verlies van welstand van Shakespeare's vader hangt volgens Greenblatt ook een terugkerend element in Williams werk samen, dat hij `the theme of restoration' noemt. Talloze stukken hebben een verlies als uitgangspunt (The Tempest, King Lear, Twelfth Night, Hamlet) en gaan vervolgens over het herwinnen van dat verlies. In de komedies en de `romances' lukt dat, in de tragedies niet.

Maar op dit punt toont zich de kwetsbaarheid van dit geleerde, amusante en originele boek. Want dat thema van `herstel' is een gegeven uit de literaire traditie. Komedies gaan sinds het ontstaan van het genre in de oudheid juist om de triomf van de protagonist, die uit kansloze positie zijn vijanden de baas wordt. Shakespeare, kortom, had geen komedies zonder `restoration theme' kunnen schrijven, omdat er geen komedies zonder herstel bestáán.

Rattengif

Greenblatt interpreteert Shakespeare's literaire wedijver met zijn collegae als Christopher Marlowe en Robert Greene vaak op overtuigende wijze biografisch. Zo ziet hij bijvoorbeeld in Greene (die op zijn sterfbed Shakespeare eloquent de huid vol schold) het prototype van bovengeciteerde scheldende Falstaff. Toch laat hij de rol die de literatuur als literatuur in Shakespereare's werk speelt, onderbelicht, en de belangrijkste kritiek op Will in the World is dan ook dat er te veel van de wereld die de new historicists zo dierbaar is in voorkomt. Herhaaldelijk stelt hij dat Shakespeare geen interesse in publicatie had die de eeuwigheidswaarde van zijn werk kon bestendigen, en alleen de ready money en het directe succes van het theater ambieerde. Succes in de wereld kortom. Hij wordt daarin overtuigend weersproken door de jonge geleerde Lucas Erne, die in zijn Shakespeare as a Literary Dramatist dit standpunt uitvoerig onderuit haalt. Door een minutieuze reconstructie, droog maar gedegen, toont Erne aan dat Shakespeare `speelversies' van zijn stukken liet volgen door `literaire' versies, en dat hij nauw toezicht moet hebben gehouden op publicatie.

Als het om de liefde ging bleef Shakespeare een cynicus, en had daar, zoals Greenblatt aantoont, biografisch alle reden voor. De formule wooing, wedding and repenting weerspiegelt zijn dramatisch mislukte huwelijk in Stratford, op de vlucht waarvoor hij de grootste dichter van de moderniteit is geworden. Toch blijft de manier waarop leven bij Shakespeare tot literatuur wordt altijd complex, en het is de grote verdienste van Greenblatt dat hij die complexiteit niet uit de weg gaat. Net als Shakespeare zelf, heeft Claudio in Measure for Measure zijn vriendin zwanger gemaakt, en moet daarvoor boeten. Vlak voor zijn executie (die uiteindelijk verijdeld zal worden) merkt hij op: `Our natures do pursue,/ Like rats that raven down their proper bane,/ A thirsty evil; and when we drink, we die'. Rattengif werkt pas als de rat, ver van de plaats waar hij het gif gegeten heeft, gaat drinken – precies omdat het gif de dorst opwekt. Zo brengt seksuele lust, volgens Claudio, ons ten val. Maar de seksuele impuls is tegelijkertijd zo natuurlijk en zuiver als het drinken van water, hoe fataal ook. Geen wereld of leven kan zulke complexiteiten uiteindelijk `verklaren', hoe goed Greenblatt dat ook doet. Shakespeare blijft een wonder, gelukkig.

Stephen Greenblatt: Will in the World. How Shakespeare became Shakespeare. W.W. Norton & Company, 406 blz. €27,50. Vertaald door Marijke Koch en Albert Witteveen als William en de wereld. Hoe Shakespeare Shakespeare werd. De Bezige Bij, 414 blz. €29,90 Lukas Erne: Shakespeare as a Literary Dramatist. Cambridge University Press, 287 blz. €64,70