`Management by hope' in volleybal

Er is een crisis rond de Nederlandse volleybalteams. Joop Alberda: ,,Is topvolleybal überhaupt levensvatbaar?''

Op 1 januari moet het verleden bij de volleybalbond grotendeels zijn begraven. Op die dag verandert de naam NeVoBo in Volleybal Nederland, treedt Matthijs Huizing (44) aan als bondsdirecteur en bestaat er volgens plan een nieuwe sectie topsport, waar de nationale teams en de eredivisieclubs in zijn ondergebracht. Maar kan de geschiedenis zo makkelijk worden gewist?

De vorig jaar aangetreden voorzitter Hans Nieukerke denkt van wel. Hij is een dynamische man met uitgesproken ideeën, die bij zijn verkiezing een in zijn ogen krakkemikkige organisatie aantrof. Hij heeft zich voorgenomen orde op zaken te stellen. Directeur Peter van der Loo werd ontslagen en hij nam het initiatief tot reorganisatieplan `Herkenbaar Anders'. De bond wenst breedte- en topsport dicht bij elkaar te brengen, onder andere door de nationale teams weer onder zijn hoede te nemen. Dat proces wordt inmiddels versnel uitgevoerd, omdat Pro-Volley, de beheersstichting van de nationale ploegen, een onverwacht hoge schuld van 692.000 euro had en inmiddels failliet is verklaard.

De geschiedenis herhaalt zich, want vanaf de jaren tachtig, toen het Nederlandse volleybal aan zijn internationale opmars begon, zijn er financiële problemen geweest. Alle mooie plannen en grote successen bij de Olympische Spelen van Atlanta in 1996 won het mannenteam de gouden medaille ten spijt, is het de volleybalbond niet gelukt orde op zaken te stellen.

Volgens Joop Alberda, de bondscoach die de mannenploeg naar goud leidde, zal dat binnen de Nederlandse verhouding vermoedelijk nooit lukken. ,,Het wordt hoog tijd dat de volleybalbond zich eens de grote vraag stelt of topvolleybal in Nederland überhaupt levensvatbaar is'', zegt Alberda. ,,De bond zou met eigen middelen, aangevuld met gelden van het ministerie van VWS, sportkoepel NOC*NSF en bijdragen uit de Lotto-gelden structureel over een bedrag van twee miljoen euro moeten beschikken om alle teams op topniveau te kunnen laten presteren. Maar men komt daarvoor zo'n driekwart deel tekort. En dat geld kan niet uit de markt worden gehaald, is inmiddels gebleken. Er wordt voortdurend gerepareerd wat al had moeten gebeuren. Ik noem dat management by hope. De vraag is dan: is het verantwoord op dezelfde voet door te gaan?''

Vooralsnog is de bond nog niet toe aan het beantwoorden van die vraag, temeer omdat er momenteel, bij zowel vrouwen als mannen, veel talent voorhanden is. Maar een blik in het verleden zou mogelijk verhelderend werken. Toen Arie Selinger in 1985 werd aangesteld als bondscoach was er geen geld, maar werd, met dank aan Frits Suèr Nationale Nederlanden binnengehaald. Het bestuurslid van Martinus, de hofleverancier van het Nederlandse team, werkte bij de verzekeraar en wist zijn directeuren er van te overtuigen dat er toekomst in de mannenploeg zat. Tot in 1992 de sponsor de jaarlijkse bijdrage van 800.000 gulden wilde terugschroeven tot 500.000 gulden. De NeVoBo wees dat aanbod hooghartig van de hand in de veronderstelling dat makkelijk een scheutiger sponsor kon worden gevonden. Een grote misrekening, want de periode daarna heeft vooral Alberda als zijn creativiteit moeten aanboren om het programma voor het nationale team bekostigd te krijgen. Hij werd bij zijn aantreden opgezadeld met een tekort van 1,5 miljoen gulden. Na een bezoek aan de voorzitter Huibregtsen vond hij NOC*NSF bereid de inschrijfkosten van 500.000 guloden voor de World League te betalen en vond hij in Lotto een tijdelijke geldschieter. Die organisatie wilde bij bijspringen tot een nieuwe hoofdsponsor was gevonden. Daarnaast leverde een eenmalige bijdrage van vijf gulden van alle NeVoBo-leden nog eens 800.000 gulden op.

In die tijd (1995) werd ook besloten de nationale teams los te weken van de NeVoBo en onder te brengen in de Stichting Topvolleybal Nederland (TVN). Onder voorzitterschap van Arnhemse zakenman Paul Schaling ging dat goed, maar toen die na een ruzie met wijlen bondsvoorzitter Herman van Zwieten stopte is het langzaam maar zeker bergafwaarts gegaan. Dankzij de SNS Bank werd in de periode 1996-2000, toen bondsoach Gerbrands mocht proberen het verval van de nationale mannenploeg te stoppen, overbrugd.

Daarna volgde de ineenstorting. Er werd geen opvolger voor SNS Bank gevonden, met als gevolg dat de financiële positie van TVN steeds slechter werd. In 2003 was er een schuld van 2,5 miljoen euro en volgde het faillissement. TVN werd vervangen door de nieuwe beheersstichting Pro-Volley. Na de Olympische Spelen in Athene bleken de schulden te zijn opgelopen tot 692.000 euro. En ook Pro-Volley werd failliet verklaard, met als gevolg dat de nationale teams nu in een vacuüm zitten.