Koop een soepele belastinginspecteur

Hoe moeten belastingbetaler en fiscus met elkaar omgaan? Eerlijk en zonder fratsen, zo betoogt staatssecretaris Joop Wijn (Financiën). Hij wil daartoe met de beroepsorganisaties van belastingadviseurs een gedragscode overeenkomen. Met dat plan gooit hij een steen in de vijver.

Overeenkomstig de waarden en normen van Joop Wijn moeten belastingadviseurs geen flauwe trucjes uithalen zoals het vaag of misleidend beantwoorden van vragen van de inspecteur. Verder moeten ze afzien van het adviseren van legale maar ontoelaatbare fiscale constructies; die gaan immers in tegen de bedoeling van de wetgever. Daarnaast wil Wijn de belofte dat de adviseurs hun klanten goed informeren over wat wèl de bedoeling van de belastingregels is. Ze moeten de inspecteur vriendelijk en de pers juist terughoudend benaderen. Tegenover de adviseurs die dat en nog veel meer onderschrijven, belooft de Belastingdienst zich ook van zijn beste kant te laten zien.

De omgangsvormen waar de staatssecretaris zich aan ergert, horen waarschijnlijk nog het meest thuis in de sfeer waar peperdure adviseurs op een slimme manier uit zijn op miljoenenbesparingen. Het is de vraag of er voor deze fiscalisten niet te veel geld op het spel staat om zich aan een softe code voor fatsoenlijk gedrag te houden. Toch heeft het grote bedrijfsleven heel wat liever een code dan een wet. Een code valt makkelijker bij te stellen dan een rigide wet. Bovendien levert het overtreden van een code heel wat minder narigheid op dan het schenden van een wet. De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) die vrijwel alle duurbetaalde adviseurs omvat, ziet voldoende in de plannen van de staatssecretaris om daar met wat externe deskundigen eens goed op te studeren. De orde is nog beduusd van een recente frontale aanval op haar voorzitter Wilbert Kannekens. Twee maanden geleden serveerde Joop Wijn hem in Amsterdam af als ,,een grote zeurpiet''. De staatssecretaris van Financiën vindt het tijd dat ,,de belastingadvieswereld zijn toon verandert'', zo maakte hij duidelijk.

Bij de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs, toonaangevend in het MKB, zit de angst er minder in. ,,Die gedragscode is zo'n waanzin dat we er niet eens een gesprek met Wijn over beginnen'', stelt voorzitter Anne Bijvoet ferm. Wat haar betreft heeft een adviseur maar twee loyaliteiten: tegenover zijn cliënt en de wet. Niet tegenover de staatssecretaris of zijn Belastingdienst met al hun mooie bedoelingen.

De Tweede Kamer heeft al met de fiscale normen van Joop Wijn kennis gemaakt toen hij ten strijde trok om schaduwboekhoudingen van bouwbedrijven in handen te krijgen. Die liggen in de kluis van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, maar tot ergernis van Wijn mag de fiscus ze niet inzien. Het kabinet laat Wijn met lege handen staan, net als de Tweede Kamer die hem in eerste instantie royaal steunde. Uiteindelijk deelde alleen de oppositie Wijns claim op de schaduwboekhoudingen. Uit die hoek krijgt Joop Wijn de enige steun voor zijn gedragscode. PvdA-Kamerlid Ferd Crone vindt net als Wijn dat een belastingadviseur zijn adviezen moet afstemmen op de bedoeling van de wetgever.,,Cliënten die hun belastingadviseur vragen de bedoeling van een belastingwet geweld aan te doen, zou deze op dat punt niet verder moeten helpen'', aldus Crone. Wat hem betreft moet Wijn ruim baan krijgen bij zijn aanpak. Aangiften verzorgd door adviseurs die zo'n code onderschrijven, zou de fiscus minder streng hoeven te controleren. Zijn ervaring met convenanten leert hem overigens dat ze alleen effectief zijn als 90 procent van de beroepsgroep ze steunt.

Zo veel steun komt er zeker niet als het aan zijn VVD-collega Ineke Dezentjé Hamming ligt. Overeenkomstig haar liberale standpunt geldt voor de belastingadviseur maar één grens: de wet. Als daar gaten of onduidelijkheden in zitten, moet de wetgever die maar repareren. Wat haar betreft moet Joop Wijn zijn aandacht niet richten op het gedrag van belastingadviseurs, maar op het versterken van de wettelijke bescherming van belastingbetalers. Zij vindt het bizar om overheidsgetrouwe belastingadviseurs beter te behandelen dan anderen. ,,Laat de belastinginspecteurs eens wat minder star zijn en vooraf vertellen hoe ze tegen complexe fiscale situaties aankijken.''

CDA-fiscaliste Nicolien van Vroonhoven is alleen dat laatste met haar eens. Deze oud-belastingadviseur heeft er geen moeite mee als de inspecteurs hun bereidwilligheid reserveren voor degenen die zich van hun kant loyaal betonen aan de overheid. Zij verwerpt evenwel een gedragscode voor belastingadviseurs. Dat die puur het belang van hun cliënten voor ogen houden en er alles uithalen wat er in zit, is wat haar betreft ,,zo ongeveer de reden van hun bestaan''. De staatssecretaris van Financiën kan in de CDA-visie beter rechtstreekse afspraken met bedrijven overwegen. Bij ondernemers die duidelijk maken dat ze niet het onderste uit de kan willen halen en open met de inspecteur willen communiceren, hoeft de fiscus zijnerzijds ook niet op oorlogssterkte aan te treden. Waar Ineke Dezentjé de staatssecretaris er van verdenkt ,,de belastingadviseurs te willen temmen'', adviseert Nicolien van Vroonhoven hem juist de beroepsgroep op dit punt te negeren. Overigens neemt de verbetenheid bij het bedrijfsleven om op elke mogelijke manier belasting te besparen duidelijk af. Volgens Van Vroonhoven komt daar de wens naar snelle, voorspelbare belastingheffing tegen een redelijk tarief voor in de plaats.

Het zou inderdaad wel eens zo kunnen zijn dat Wijn ondernemers een niet te versmaden aanbod kan doen: bespaar je de kosten van een assertieve belastingadviseur, betaal daardoor misschien wat meer belasting, maar koop zo een vlotte en soepele opstelling van de inspecteur.

Leuker zal Joop Wijn het zo niet maken, wel makkelijker.