Kamer: hoger collegegeld pas na zes jaar studeren

De Tweede Kamer wil dat studenten minimaal zes jaar tegen laag collegegegeld kunnen studeren. Staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) houdt vast aan een studieduur van 5,5 jaar. Na die periode wordt het collegegeld drie keer zo hoog. De wens van de Kamer werd niet afgedwongen.

Dat bleek gisteren tijdens overleg tussen de Kamer en Rutte over de kabinetsplannen voor een nieuwe financiering van het hoger onderwijs. De kern van die plannen, de introductie van leerrechten, wordt door de Kamer gesteund. Vanaf 2007 krijgen studenten leerrechten, die ze per jaar bij een universiteit of hogeschool kunnen verzilveren. De onderwijsinstellingen krijgen per ingeschreven student geld van de overheid. Omdat instellingen meer hun best moeten doen om studenten vast te houden, hoopt Rutte dat ze worden geprikkeld om beter onderwijs aan te bieden.

De Tweede Kamer en Rutte verschillen van mening over hoe lang een studie mag duren. Om het studietempo te verhogen, wil Rutte dat het wettelijke collegegeld van 1.476 euro wordt beperkt tot de nominale studieduur, aangevuld met anderhalf jaar tijd voor verdieping of vertraging. Bij een studieduur van vier jaar gaat het dus om 5,5 jaar. Studenten doen nu gemiddeld 5,6 jaar over hun studie. De regeringspartijen willen, net als de universiteiten, minimaal twee jaar extra tijd. SP en GroenLinks steunen de wens van de studentenbonden om studenten drie jaar extra te geven. Zij vrezen dat de plannen van Rutte zullen leiden tot ,,minimalistisch studiegedrag'' (SP) of ,,uitval van duizenden ongediplomeerden'' (GroenLinks).

Na de maximale studietijd tegen wettelijk collegegeld mogen instellingen zelf de hoogte van het collegegeld bepalen. Rutte zei gisteren dat hij een maximum aan dit bedrag wil stellen van drie keer het wettelijke bedrag, dus circa 4.500 euro. Op verzoek van de Kamer onderzoekt Rutte de mogelijkheid om het collegegeld in stappen te verhogen. Ook gaat hij op verzoek van het CDA kijken of er extra leerrechten kunnen worden toegekend aan studenten die zich maatschappelijk inzetten, bijvoorbeeld door in rechtswinkels te werken.

De oppositiepartijen toonden zich teleurgesteld over de geringe aanpassingen die Rutte wil doorvoeren voor de studiefinanciering. De PvdA wil een sociaal leenstelsel, GroenLinks en SP willen een studietax, een hogere belasting voor academici. Alle partijen vroegen Rutte om meer duidelijkheid met zijn experimenten met een open bestel in het hoger onderwijs. Commerciële onderwijsaanbieders komen in zo'n bestel in aanmerking voor overheidsbekostiging. Rutte sprak zich uit voor de variant van de Onderwijsraad, waarbij nieuwe aanbieders alleen worden toegelaten als ze het bestaande aanbod aanvullen.

Kamerlid Vergeer (SP) verweet Rutte met verschillende experimenten het hoger onderwijs een nieuw stelsel ,,in te rommelen''. Ook andere partijen wilden weten of experimenteren niet gelijk staat aan geleidelijk invoeren. Rutte zegde toe in januari een `stappenplan' naar de Kamer te sturen.