Instinct is een mooi bezit

Oud-reclameman Gidi van Liempd heeft `Erik of het klein insectenboek' van Godfried Bomans verfilmd. ,,Ik wilde de insecten in de Bomansiaanse taal laten spreken, maar dat leverde ongelooflijk veel geklets op.''

Wollewei staat nu bij Gidi van Liempd thuis. De regisseur staat op, loopt naar de werkruimte van zijn huis en komt even later terug met een soort schoolplaat waarop een mals ogend landschap is afgebeeld. Dit is het schilderij waar Erik Pinksterblom op een avond naar lag te kijken, met een bezwaard gemoed wegens het proefwerk dat hij de volgende dag op school moest maken over insecten.

Hoe heerlijk moest het zijn, overdacht de jonge held in Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans, om in dat landschap te leven: ,,Nooit geen proefwerken meer over insecten, want iedereen is daar zelf insect; altijd honing in overvloed, je speelt maar wat in het groene gras en de dag is voorbij. 's Avonds lang opblijven, niemand die er wat van zegt. En dan slapen in die rode papaver daar links, of in het slakkenhuis, als daar plaats is. 's Ochtends sta je op, je wast je handen in een dauwdruppel, en klaar ben je...''

Op een tekening in het originele boekje hangt Wollewei – zoals Erik het schilderij noemde – hoog boven zijn bed. In de verfilming van Van Liempd, die gisteren in première ging, staat het op de rommelzolder van opa Pinksterblom. Maar in beide versies komen op die avond twee verre voorouders in hun fotolijstjes tot leven, en zij zijn het die Erik klein genoeg maken om het schilderij te betreden. In de film is het oorspronkelijk simpele sprongetje een door speciale effecten tot stand gebrachte tuimeling geworden.

Een veel groter verschil tussen boek en film schuilt in de toonhoogte. Erik of het klein insectenboek dateert uit 1941 en werd destijds in het Algemeen Handelsblad lovend beschreven als ,,milde kritiek der menselijke zwakheden, in de vorm van een boeiend, fantastisch sprookje''. De insecten staan model voor lachwekkende specimina van de menselijke soort, met hun diepgewortelde besef van klassen, hun eeuwenoude schisma's met de rijke of arme tak van de familie en hun slaafse gehoorzaamheid aan de letter van de wet.

Zodra de diertjes ontdekken dat Erik een exemplaar van Solms' Beknopte Natuurlijke Historie bij zich draagt, durft geen van hen meer volgens zijn instinct te handelen. Iedereen wil weten of zijn gedrag in overeenstemming is met Solms. Erik kan de gemoederen pas sussen als blijkt dat het allemaal klopt. ,,Wij doen dus precies zoals het in Solms staat?'' vragen de insecten vervolgens verbaasd, ,,en vanzelf, zonder dat wij het gelezen hebben?'' Erik antwoordt bevestigend, en stelt jaloers vast dat een instinct een mooi bezit moet zijn.

Erik was, kortom, geen uitgesproken kinderboek, terwijl de film nadrukkelijk een kinderfilm is. ,,Dat was inderdaad de moeilijkheid'', beaamt Van Liempd. ,,Bomans schreef voor grote mensen. Maar toen producent Hans de Weers en ik het erover eens waren dat we Erik wilden doen, zagen we al gauw dat er alleen bij de jeugdafdeling van het tv-drama financiële ruimte voor zo'n project zou zijn. Daarom hebben we Erik en zijn omgeving in de tegenwoordige tijd geplaatst, ook wat hun taalgebruik betreft. Het was wel mijn bedoeling de insecten zoveel mogelijk in de Bomansiaanse taal te laten spreken. Dat is langzamerhand wat verwaterd, omdat het ongelooflijk veel geklets opleverde. Ik kon nu eenmaal geen film maken waarin voornamelijk lange gesprekken werden gevoerd.''

Pieter Bas

Als regisseur van een bioscoopfilm is Gidi (Aegidius) van Liempd een 66-jarige debutant. In de reclame heeft hij een grote naam, maar daarbuiten was alleen zijn werk bekend – te beginnen met de Jamin-commercials van veertig jaar geleden, waarin Ton van Duinhoven optrad als woordvoerder van `meneer Jamin', tot en met Trudy Labij als toiletjuffrouw, Peter Lusse als chips-aanprijzer (zis is teevee, men) en de Robijn-filmpjes met couturier Frank Govers. ,,Ik heb die reclame zo lang volgehouden'', zegt hij, ,,omdat ik er met het grootste gemak op een luchtige manier mee omging. Ik deed ook Pampers en Omo, en daar had ik geen enkel probleem mee. Om de zoveel tijd kwam er een leuke klus voorbij, en dat maakte dan veel goed – daar kon ik weer heel lang op teren. Ik vond het altijd weer spannend binnen de beperkingen toch iets aardigs te maken.''

Pas een jaar of tien geleden besloot hij ermee te stoppen, omdat hij zich als de geroutineerde reclamefilmregisseur steeds vaker op de vingers gekeken wist door de veel jongere medewerkers van het betrokken reclamebureau: ,,Jongens die niks van film wisten, en op de set achter je gingen staan om met allerlei suggesties te komen. Dat conflict werd steeds groter.'' Daarna maakte Van Liempd enkele langere films in opdracht van bedrijven als KLM en Shell, tot hij bij toeval in gesprek raakte met filmproducent Hans de Weers.

,,Ik liep al jarenlang met plannen voor een Erik-film rond. Ik las het boek toen ik op de kunstacademie in Den Bosch zat. Ik was gek op die Bomans-stijl. Pieter Bas vond ik ook geweldig, en verbaal gezien nog veel leuker dan Erik. Maar dat zou veel te elitair zijn voor een film – daar gaat geen hond in Nederland naar kijken. Erik is een leuk, compact verhaal. Ik heb ook al lang geleden een paar tekeningetjes gemaakt voor de insectenkostuums, naar het voorbeeld van The Wizard of Oz: geen poppen, geen animatie, maar acteurs in kostuums. En met voldoende ruimte in de maskers om hun expressie, hun emoties te zien. Maar een collega met wie ik er destijds over begon, zag er niets in. In de filmwereld zou volgens hem een veel te grote aversie bestaan tegen mensen die uit de commercial-hoek kwamen. Dat klopte toen ook wel, denk ik. Nee, nu bestaat die kloof allang niet meer.''

Huisconcert

De Weers liet een scenario schrijven door Cecilië Levy, met wie hij al eerder had gewerkt. ,,Zij is Noorse'', zegt Van Liempd, ,,en stond daardoor veel losser van het boek dan ik. Ze heeft niet de Bomans-belasting die ik heb.'' Zijn aanvankelijke plan voor een tv-serie van dertien afleveringen – net zo veel als het boek hoofdstukken telt – werd teruggebracht naar een reeks van zes en met succes bij de AVRO ondergebracht. Daarna volgde de lange weg langs de tv- en filmfondsen. De bioscoopversie is zodoende een samenvatting van de serie, die Van Liempd de komende maanden gaat monteren. Zo kan hij alsnog een scène laten zien, die tot zijn leedwezen wegens tijdnood niet de film heeft gehaald: het huisconcert bij de familie Van Vliesvleugel, waarbij Erik met een strijkstok een grote bromvlieg bespeelt.

,,Sommige mensen vinden dat de film iets te traag op gang komt'', zegt de regisseur. ,,Maar ik heb die aanloop nu eenmaal nodig om te vertellen waar Erik vandaan komt. Ik vond dat het jongetje meer psychologische achtergrond moest hebben dan in het boek.In het boek woont hij gewoon bij zijn ouders, terwijl hij in de film zijn vader heeft verloren. Erik vindt nu het antwoord op zijn vragen in een andere wereld. Verder heb ik wel geprobeerd zoveel mogelijk vast te houden aan de locaties van Bomans, en de ontmoetingen die hij beschrijft.''

Ook het slot wijkt af. In de film vertelt Erik in de klas, bij wijze van spreekbeurt, in geuren en kleuren over zijn avonturen. Iedereen hangt aan zijn lippen, en ook de juf vindt het een geweldig verhaal. In het boek heeft Erik aanzienlijk minder succes met de eigenzinnige kijk op de insectenwereld die uit zijn proefwerk naar voren komt. ,,Vooral zijn meikevers, mevrouw, zijn uitermate zwak'' schrijft de juf aan zijn moeder, ,,en wat de familie der Vliesvleugelen betreft, waaronder de wespen en de mieren vallen (gelijk u wel weet) houdt de jongen er meningen op na die geheel en al tegen Solms indruisen. In verband met de aanstaande schoolinspectie, meende ik u hiervan niet onkundig te mogen laten.''

`De insectenkostuums zijn

geïnspireerd door `The Wizard of Oz'

`Erik vindt het antwoord op

zijn vragen in een andere wereld'