`Ik zat met hem te praten'

Michel de Montaigne zocht de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, zegt zijn vertaler Hans van Pinxteren. ,,Hij heeft mij leren luisteren.''

Twaalf jaar werkte Hans van Pinxteren aan zijn vertaling van De Essays van Michel de Montaigne, de eerste en de beroemdste essayist uit de wereldliteratuur. Negen bundels, geselecteerd op thema, verschenen eerder als aparte boeken, waaronder Essays over liefde en wellust (1996), Essays over de ijdelheid (1997) en Essays over de wreedheid (1998). Nu zijn ze bijeengebracht in één band en in de oorspronkelijke, door de auteur bepaalde volgorde.

Michel Eyquem, seigneur de Montaigne (1533-1593), die vanaf zijn vierde jaar door zijn leraar in het Latijn werd toegesproken en vanaf zijn tiende ook het Grieks beheerste, noteerde zijn reflecties op de mens en de wereld waarin hij leefde, over een periode van ruim twintig jaar, vanaf 1571 tot aan zijn dood. ,,Frankrijk maakte toen een grote crisis door,'' vertelt Van Pinxteren, ,,de godsdienstoorlogen waren uitgebroken en de Bartholomeusnacht (24 augustus 1572), waarin op last van koning Karel IX 20.000 mensen over de kling waren gejaagd, had net plaatsgevonden. Montaigne spreekt er nooit rechtstreeks over, maar toch kom je het overal tegen. Neem deze passage uit Over de ijdelheid: `Ik ben niet van één, drie of honderd misdaden getuige, maar van een algemeen aanvaarde moraal, die door haar meedogenloosheid en haar kwade trouw zo mensonwaardig is dat ik er niet zonder afschuw over schrijven kan.' Dan is het toch duidelijk waaraan hij refereert.''

Hardop nadenken over wat hij ziet en meemaakt in het leven, dat is wat Montaigne doet in zijn beschouwingen. Hoe ga je om met je angsten, met je woede, met de liefde, de wellust? Welke houding moet je aannemen ten aanzien van de wereld waarin je leeft? Hoe kun je jezelf steeds weer toetsen en herzien? ,,Over al deze vaak heel existentiële vragen gaat Montaigne een dialogue intérieur aan met zichzelf en betrekt daar steeds weer de lezer in. Dit aspect van de dialoog heb ik in mijn vertaling benadrukt. Montaigne gaat vaak uit van uitspraken van schrijvers uit de Oudheid, zegt daar iets over en komt daar soms jaren later weer op terug, om er vervolgens weer iets nieuws aan toe te voegen. Het leuke is vooral dat hij er niet van uitgaat dat hij de wijsheid in pacht heeft. Hij onderzoekt, vraagt zich af wat wijsheid is, wat de waarheid zou kunnen zijn. Hij wil loskomen van de vooroordelen die hij om zich heen ziet en waar hij zelf ook niet vrij van is.''

Censor

Bij alles wat hij schrijft, zoekt Montaigne naar evenwicht, nuance en de juiste toon. `Ik wijd mij wel aan het algemeen belang,' schrijft hij in Wat nuttig en eerbaar is, `maar slechts met mate, zonder hartstocht. Ik voel er niets voor mijn hart en mijn ziel aan deze taken uit te leveren: woede en haat zijn niet te rijmen met de plicht tot rechtvaardigheid.'

Op zijn 37ste legt Montaigne zijn functie van rechter aan het gerechtshof van Bordeaux neer. Zijn vader, burgemeester van Bordeaux, is inmiddels gestorven evenals vier van zijn vijf kinderen. Van Pinxteren: ,,De heksenprocessen stonden voor de deur en vermoedelijk kon Montaigne zich daar niet mee verenigen. `Soms zag ik vonnissen die misdadiger waren dan de misdaad,' schrijft hij. Montaigne was rooms-katholiek opgevoed, maar zijn moeder was joods. Haar familie was in de eeuw daarvoor om die reden op de brandstapel beland. Hij kon geen al te grote risico's nemen: hij nam wel stelling, maar heel voorzichtig.''

Montaigne verkende de grenzen van de vrijheid van meningsuiting van zijn tijd. Hij formuleerde duidelijk en vrijmoedig, maar zonder beledigend te worden. Van Pinxteren: ,,Intussen werd hij wel, bij zijn bezoek aan Rome, door de pauselijke censor op het matje geroepen, onder andere omdat hij geschreven had dat de naaste medewerker van Calvijn goede gedichten had geschreven. Maar zijn door het Vaticaan gewraakte uitspraken heeft hij nooit herzien.''

Juist in een tijd van aanslagen, van terrorisme en van onverdraagzaamheid heeft Montaignes werk waarde, vindt Van Pinxteren. Montaigne daagt je uit zelf na te denken, om los van je vooroordelen te komen. ,,In een van zijn essays vertelt hij van een mislukte aanslag op graaf François de Guise, gepleegd op religieuze gronden. In plaats van de dader ter dood te veroordelen, gaat hij met hem in gesprek en overtuigt hij hem van de juistheid van zijn eigen standpunt. In datzelfde essay verhaalt Montaigne van keizer Augustus, op wie ook voortdurend aanslagen werden gepleegd. Ook hij ging een keer met zijn aanvaller in discussie, ook hij maakte van zijn vijand een medestander. Tegelijkertijd realiseert Montaigne zich terdege dat het niet altijd zo verloopt: keizer Augustus bleef daarna verschoond van aanslagen, maar François de Guise werd later toch vermoord.''

De ander confronteren met zijn vooringenomenheden en onderhandelen, dat is de enige manier om over wat dan ook tot een vergelijk te komen, meent Montaigne. Nadat hij zijn ambt van rechter had neergelegd, werd hij burgemeester van Bordeaux. In het openbare leven werd hij veelvuldig gevraagd als onderhandelaar bij allerhande netelige kwesties. ,,Daarvoor liet Montaigne zich nooit betalen, dan zou zijn onpartijdigheid zijn beïnvloed en dat is voor een intermediair een eerste vereiste. Zijn boodschap was altijd die van de redelijkheid. Waarom leest George W. Bush geen Montaigne, vraag ik mij soms af, dan leert hij wat genuanceerd denken is.''

Vier eeuwen overleefden de essays van Montaigne al, hoewel zijn werk in de zeventiende eeuw op de index werd gezet. ,,Zijn tijdgenoot Blaise Pascal vond het verwerpelijk dat Montaigne zijn eigen persoon zo op de voorgrond plaatste. De jansenisten waren daar fel op tegen en hebben zijn werk laten verbieden.'' In 1677 verscheen een eerste, onvolledige Nederlandse vertaling, dertien jaar later volgde een volledige uitgave. Daarna duurde het ruim drie eeuwen voor een nieuwe vertaling werd gepubliceerd, door Frank de Graaff in 1993. Van Pinxteren: ,,In het Engels en in het Duits zijn er altijd goede vertalingen voorhanden geweest. De dichter P.C. Hooft was een bewonderaar van Montaigne: in zijn bruiloftsliederen heeft hij het over de `goddelijke gascoen'. Dat er geen nieuwe vertalingen werden gemaakt zal ongetwijfeld met het calvinisme van de Lage Landen te maken hebben gehad.''

Montaigne is ook een Europese schrijver bij uitstek, volgens Van Pinxteren. ,,Zijn thematiek is universeel. Hij gaat over essentiële kwesties in dialoog met de klassieken. Socrates en Cato zijn de wetstenen voor zijn denken. Het klassieke ideaal `ken jezelf' is een van zijn stokpaardjes. Als je iets moet bereiken in dit leven, dan is het wel te weten wie je zelf bent. Voortdurend kijkt hij dan ook naar zichzelf, in verschillende omstandigheden en op verschillende momenten van zijn leven.''

Wat doet dat met je, als je twaalf jaar van je leven besteedt aan het vertalen van een dergelijk essayist? ,,Ik ben nader tot mijzelf gekomen. Als je Montaigne goed leest, confronteert hij je met jezelf. Wie hem oppervlakkig leest, doet zichzelf onrecht. Met andere schrijvers identificeer ik me, met Montaigne heb ik aan tafel zitten praten, als met een vriend.''

Moed

Van Pinxteren is trots op de prachtige, dikke uitgave, maar zwaar was het jarenlange vertalen wel. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zat hij te zwoegen en tegenwoordig staat zijn rug hem niet meer toe zo hard en lang te werken. In de periode dat de nieuwe vertalingen in de reeks weinig reacties meer opriepen, was de toekenning van de Dr Elly Jafféprijs 2001, voor de beste vertaling uit het Frans van dat jaar, een geschenk uit de hemel: ,,Dat gaf mij de moed om het werk af te maken.''

Ook de dichter Van Pinxteren – hij publiceerde een tiental bundels – is met Montaigne in dialoog getreden. Beïnvloed in de gebruikelijke zin des woords is hij niet, maar ,,Montaigne heeft mij, meer dan welke andere schrijver ook, leren luisteren naar het verhaal van de ander. Om goed te kunnen luisteren, moet je stil zijn. In mijn gedichten wil ik het woord uit de stilte op laten komen. Montaigne keert zich fel tegen de leugen. `Een verdraaier van het woord is een verraaier van de samenleving,' schrijft hij. De leugen levert niets dan zinloze herrie op. Door stilte rondom het woord te creëren, krijgt het woord weer betekenis. Die is het in onze wereld maar al te vaak kwijtgeraakt.''

Michel de Montaigne: De essays. Vertaald door Hans van Pinxteren. Athenaeum-Polak en Van Gennep, 1557 blz. €54,95