Ik las uw reclamebord

Actrice Geert de Jong maakt haar regiedebuut met de voorstelling `Dans', die is geïnspireerd door een Japanse filmhit. ,,Als speler ben je een marionet in de droom van een ander. Nu moet ik voor mijn acteurs een droom creëren.''

De afgelopen jaren las actrice Geert de Jong (Diest, België 1951) tientallen klassieke en moderne toneelstukken. Van Henrik Ibsen tot David Mamet, van de Griekse tragedies tot Pinter. Na meer dan dertig jaar toneelspelen in de grote, zware rollen van het wereldrepertoire wilde ze zelf gaan regisseren. Het werd geen reguliere voorstelling maar een stuk dat Dans heet, geïnspireerd door de Japanse film Shall We Dance? over een geslaagde zakenman die zich verliest in passie voor de ballroom.

Ondanks haar lange ervaring op de bühne viel het lezen van toneelstukken haar tegen: ,,Het is teleurstellend te ontdekken dat toneel zoveel uitlegt. Dat besefte ik vroeger niet. Binnen de kortste keren krijg je te horen dat een personage getrouwd is, ongelukkig getrouwd ook nog eens. En kinderen heeft, of juist niet. En in welke verhouding hij staat tot de andere personages. Al die verklaringen doen afbreuk aan een geheim dat een toneelstuk moet bezitten.''

Geert de Jong geeft als voorbeeld dat onbekenden elkaar ontmoeten op een verjaardagsfeest: ,,Ze kennen elkaar niet of nog niet. Langzaam komen de verhalen los en onthullen de mensen wie ze zijn. Dat kan lang duren. Zoiets vind ik intrigerend. Ik wil dat raadselachtige in menselijke relaties benadrukken.''

Met de voorstelling Dans maakt De Jong haar regiedebuut bij Toneelgroep De Appel in Den Haag. De titel maakt duidelijk dat de voorstelling niet tot het toneelrepertoire behoort. Ze heeft eerst aan David Mamet gedacht, die het schitterende stuk Het cryptogram schreef, waarin Geert de Jong als moeder een onvergetelijke rol vertolkte. Ze dacht aan Harold Pinter in wiens Bedrog ze onlangs speelde. En veel toneelbezoekers zullen zich haar herinneren als Martha in Albee's befaamde Who's Afraid of Virginia Woolf? Ze was hierin een nijdig grommende tijgerin die op flamboyante wijze een klauw kon uitslaan. Ook dacht ze opnieuw aan de theatermarathon Tantalus, waarin ze Klytaimnestra speelde, een in goud gehulde toneelgodin. Zou ze zich opnieuw wagen aan een Griekse tragediedichter?

,,Maar'', zegt ze, ,,ik ga niet nog een keer Martha spelen of voor de zoveelste keer Klytaimnestra. Ik zoek het kleine, het minimale. Ik ben altijd beschouwd als een actrice met een groot temperament, als een briesend roofdier, maar dat is slechts één aspect van mijn spelen. In Het cryptogram liet ik met verstilde middelen zien dat de moeder wanhopig is. Voor haar zoon moet ze het verschrikkelijke geheim van de overspelige, afwezige vader proberen te verbergen. Ik kies er dan voor zonder geluid te zitten huilen.''

Shall we dance?

Zij kwam op het idee van Dans dankzij een bevriende dichter en zijn vrouw. Zij waren onder de indruk van Shall We Dance? (1996) van de Japanse regisseur Masayuki Suo. In Japan en daarna Europa en Amerika werd de film een hit. De Engelse ballroom met `social dances' als Engelse of Weense wals, quick-step en slow-fox breekt met de Japanse etiquette dat man en vrouw elkaar in het openbaar niet mogen aanraken. Dus ook niet op de dansvloer. Hoofdrolspeler Koji Yakusho is niet alleen begeesterd door de intieme charme van de ballroom, bovendien begeeft hij zich in een gepassioneerde liefde voor een van de instructrices, al is hij ogenschijnlijk gelukkig getrouwd en geslaagd in zijn werk. De film verbindt Japans exotisme met westerse dansstijlen.

Geert de Jong ging ook kijken en was meteen gewonnen. Vooral een scène boeide haar: die waarin de zakenman gelukzalig glimlacht wanneer hij dansende paren aanschouwt. ,,Al lang zoek ik naar meer eenvoud in het theater dan ik vond in de voorstellingen die ik speelde'', zegt ze. ,,In het dagelijkse leven krijgen we zelden uitleg over wat er gebeurt. Er blijft van alles onuitgesproken. In het theater is mysterie een grote kracht. Onze versie van Shall We Dance? verschilt hemelsbreed van de film, je zou kunnen zeggen dat de film nauwelijks herkenbaar is. Wat bleef is de passie voor het onbereikbare, zoals de volmaakte schoonheid van de dans en de lerares.''

Geert de Jong volgde een tijdrovende en ingewikkelde werkwijze om tot Dans te komen. Het begon natuurlijk met de film die ze tientallen keren heeft gezien en waarvan ze alle dialogen heeft uitgeschreven en vertaald. Daarna noteerde ze de essentiële scènes op gele memoblaadjes die ze eindeloos bleef verschuiven en herschikken. Ze wist snel dat ze voldoende had aan drie personages: de man en twee leraressen van de dansschool. Hubert Fermin vertolkt de hoofdrol. Judith Linssen en Gaby Milder spelen de danseressen. Deze drie Appel-acteurs begonnen in maart met het nemen van danslessen bij de Haagse Dansstudio Ruby Dorany. Ondertussen zijn het volleerde dansers geworden die `gerust in een ballroomwedstrijd mee kunnen doen', aldus lerares Christine Ruygvoorn.

Alle lessen heeft Geert de Jong gefilmd. Uit dit materiaal heeft ze de technische instructies geput, maar ook het bijzondere taaleigen van de instructrice, zoals: ,,Niet naar de grond kijken, daar is niets te vinden.''

De eenvoud die De Jong nastreeft bepaalt de openingsscène. Dans speelt zich af in een theaterzaal gelegen achter het Appeltheater. Grote ramen kijken uit op een steeg met graffiti. De zaal oogt als een echte dansschool, met sanseveria's in houten bakken, een gladde parketvloer, spiegel tegen de wand en een simpele bar. Acteur Fermin loopt door de steeg en gluurt door het raam naar binnen. Zijn oog valt op Gaby Milder, die rechtop klaar staat om de eerste soepele passen te maken. Behoedzaam opent Fermin een deur, opeens staat hij voor haar. Hij zegt: ,,Ik las uw reclamebord. `Kom gerust binnen' staat er. Hier ben ik.''

De man besluit dansles te nemen. De leraressen vragen niet waarom, de al wat oudere leerling legt het niet uit, geheel volgens de Japanse code. Vervolgens ontwikkelt zich een spel met lange dansscènes en korte dialogen, veel onbeantwoorde vragen, prille liefde, sensualiteit en melancholie.

Toen Hubert Fermin de nagebouwde danszaal voor het eerst zag, herinnerde hij zich met schrik de dansschool van zijn jeugd: ,,Ik zag me weer staan als verlegen zestienjarige. De jongens aan de ene kant van de zaal, de meisjes naast elkaar op een bank tegen de andere kant. De jongens moesten oversteken en een meisje vragen. Ik weet niet waarom, maar soms gaf de dansleraar de opdracht om in een schuine lijn op het meisje van je keuze af te lopen. Maar dan kwam je te laat en was ze al door een ander weggekaapt.''

De vergelijking tussen Shall We Dance? en Dans maakt duidelijk wat het verschil kan zijn tussen film en toneel. De Japanse acteur kijkt door het metroraam naar buiten en ziet, hoog in een gebouw, de schimmen van dansende stellen. Die verre, zacht verlichte wereld lokt hem aan. Het lijkt of de dansers zich vlak bij de hemel bevinden. Als hij eenmaal de moed heeft verzameld de dansschool binnen te gaan, geeft hij de reden prijs: zijn leven is gelukkig maar er mist iets. Namelijk passie, spanning, noem het nieuwe liefde. Het zijn prachtige, realistische beelden in Suo's film: de overvolle metro, de langsflitsende gebouwen in het avondlijke duister en de hongerende ogen van de zakenman. En als dramatisch gegeven geldt zijn innerlijke conflict: gelukkig getrouwd zijn, een dochter van zestien hebben, en toch elders een groter geluk willen vinden.

Fermin in Dans legt niets uit. Het spel is abstract. Alleen uit de manier waarop hij zich laat leiden en lesgeven door Gaby Milder en Judith Linssen spreekt zijn verlangen naar de roes die ballroom kan geven. Geert de Jong heeft de echtgenote en de dochter uit het script geschrapt. Niets verklaren, geen vragen stellen en vooral geen vragen beantwoorden is haar devies. In tegenstelling tot de filmacteur keert de toneelacteur uiteindelijk niet terug in de veilige geborgenheid van het gezin.

Het Japanse scenario heeft een uitgesproken happy end. Zeker in de slotbeelden is de zoete slagroom van het doek te likken. Toch blijft de vraag hoe `happy' het slot is. Yakusho is een te goed acteur om niet in zijn oogopslag en mondhoeken de pijn om het verlies van zijn dansgeluk te tonen. Hij heeft geproefd van een paradijselijke maar in de Japanse wereld zondige vrucht. De man en zijn lerares dansen nog één keer samen en kijken elkaar met weemoed aan. Hij neemt afscheid van haar.

Dan fietst de man gelukkiger dan ooit naar huis, dat opeens geen somber en donker spookhol is, maar een woning badend in het licht. Hij gaat zijn auto wassen. Twee medecursisten proberen hem over te halen toch weer te gaan dansen. Hij weigert heldhaftig. Zijn vrouw, die alles vanachter de tuindeur heeft afgeluisterd, glimlacht verheugd.

Melancholie

Maar haar lach haalt het niet bij de eerste lach van de man, zowel in film als in voorstelling. Yakusho en ook Fermin tonen eerder een wanhopig vertrokken mond waaruit de pijn spreekt van een onvervuld verlangen. Voor Geert de Jong vertegenwoordigt de Engelse of ook wel de langzame wals de belangrijkste dansvorm. Deze vertelt met zijn ronde, vloeiende bewegingen en slepende muziek precies de melancholie die zij met Dans wil uitdrukken; ze zegt: ,,Ik heb uitgerekend dat er in de film zeven maanden verstrijken. Wij hebben alles teruggebracht tot een handeling die zich afspeelt op een avond in een en dezelfde ruimte. De man zoekt geluk bij de dans. Maar de twee vrouwen die zo volmaakt dansen blijven onbereikbaar. Aan het slot, wanneer hij in een zoete verstrengeling is verwikkeld, breekt de blonde instructrice opeens de dans af en barst ze uit in een korte, heftige lach. Dan sterft langzaam de muziek weg. Er is geen oplossing, geen antwoord gevonden, er is alleen die fade out van licht, handeling en muziek. Er is niets uitgelegd of verklaard. De flirt van de man met ballroom lijkt een kleine rimpeling in zijn leven, maar door het open slotbeeld suggereert de voorstelling dat hij zich die kortstondige liefde voor altijd zal herinneren.''

Net zoals Geert de Jong als actrice een brok dynamiet kan zijn, is ze dat ook tijdens de repetities. Al hebben de acteurs haar gesmeekt om zo onopvallend mogelijk hun verrichtingen gade te slaan, ze blijft een kluwen ongeduld, die telkens op de speelvloer verschijnt en meedoet. ,,Voor mij als toneelspeelster is het moeilijk een voorstelling uit handen te geven'', laat ze weten na een intensieve repetitie, waarin alle moeilijkheden en voetangels nog eens zijn doorgenomen. ,,Als speler ben je een marionet in de droom van een ander. Nu moet ik voor mijn acteurs een droom creëren. Ook wil ik hun alle vrijheid geven, want dat eiste ik vroeger ook. Hoe vaak is het niet gebeurd dat ik als speler een idee had, maar dat nog niet had uitgewerkt. Meteen kapte de regisseur dat af, zeggend dat het idee nog moest rijpen. Maar daarvoor heb je nu repetities. Op een gegeven moment zei Gaby, die de blonde lerares speelt, dat ze vroeger op balletles had gezeten. Ze kwam meteen daarop aan met haar spitzen. Die hebben natuurlijk een plaats gekregen in de voorstelling.''

In Dans wordt alleen met lichtstanden de kunstmatige wereld van het toneel geschapen. De Jong moet vaak denken aan een uitspraak van een collega vlak voordat de gordijnen opgaan: `Tot ziens in de andere wereld.'

,,Die andere wereld maken, dat is voor mij de droom van het theater'', zegt ze. ,,Als klein meisje ging ik vaak naar toneelvoorstellingen met zo'n ouderwets theatergordijn. Mijn moeder zei eens dat daarin een klein gaatje zat waar de spelers doorheen konden gluren voor aanvang, naar al die mensen in de zaal.''

Geert de Jong begon in 1973 haar carrière bij Toneelgroep De Appel, die toen nog in een kleine ruimte aan de Scheveningse haven was gevestigd: ,,Daar hingen geen toneelgordijnen. Ik wilde fluweel. Daarom ben ik in 1977 een seizoen naar de Haagse Comedie in de Koninklijke Schouwburg gegaan. Ik wilde het gevoel hebben dat die ruisend opengaande gordijnen mij in een andere wereld brachten. Bij de Comedie kon ik niet aarden, dat was zo'n hiërarchisch gezelschap, met acteurs van het eerste, tweede of derde plan. Ze werkten ook met `buswetten': de gevierde spelers zaten voorin en de beginnelingen mochten achterin plaatsnemen.''

Een beginneling was ze niet echt in die tijd: vijf jaar eerder, in 1972, studeerde ze af aan de Studio Herman Teirlinck in Antwerpen. Nu ze na al die tijd zelf regisseert, ontdekt ze hoe blind ze heeft gevaren op de koers van regisseurs. Abstractie op het toneel is een groot goed, dat ze in haar speljaren heeft gemist.

Met Dans is het filmverhaal van Shall we dance? weliswaar nieuw leven ingeblazen, de film krijgt nog een vervolg. Begin volgend jaar zal de Amerikaanse remake van de film in de bioscopen te zien zijn met Jennifer Lopez als de lerares en Richard Gere als haar leerling met volop grijzend haar. Volgens Geert de Jong zal deze ongetwijfeld meeslepende Hollywood-verfilming het genieten van Dans als theatervoorstelling niet in de weg staan: ,,Ballroom is een mathematische dans met de Engelse wals als de koningin onder die dansen. De driekwartsmaat van de muziek, het strakke patroon van stap-stap-sluit en daaropvolgend de intieme draaiing geven aan waar het in Dans om gaat: een man zoekt in de dans toenadering tot een vrouw, omdat hij ervan droomt in die beweging met haar één te zijn.''

Dans door De Appel. Première: 11/12 Appeltheater, Duinstraat, Den Haag. Tournee t/m 19/2. Inl.: 070-3502200; www.toneelgroepdeappel.nl

`Wat bleef

is de passie voor

het onbereikbare'

`Ik ga niet

nog een keer

Martha spelen'