Hulp in huis blijft een recht bij handicap

Het recht op huishoudelijke hulp blijft opeisbaar, ook als deze hulp na 2005 door de gemeenten wordt verzorgd. Staatssecretaris Ross (Welzijn, CDA) heeft gisteren de Tweede Kamer deze garanties gegeven.

In oktober had de Kamer al ingestemd met de gefaseerde overheveling van de bekostiging van een deel van de thuiszorg via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de gemeenten. Deze zorg zou dan met andere welzijnsvoorzieningen en de voorzieningen voor gehandicapten worden samengebracht in de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), onder regie van de gemeenten.

Maar gisteren lieten alle fracties weten dat ze welzijn en zorg niet zomaar aan de gemeenten willen overlaten. Ross zegde toe de kwaliteitseisen voor huishoudelijke hulp landelijk te blijven vaststellen en de gemeenten een zorgplicht op te leggen waaraan mensen rechten kunnen ontlenen.

De huishoudelijke hulp hoort tot de welzijnstaken in de AWBZ. Deze zijn, omdat de AWBZ een verzekering is, desnoods via de rechter opeisbaar. Om daar een einde aan te maken, en de AWBZ weer te beperken tot de oorspronkelijke doelstelling (een verzekering voor elders onverzekerbare risico's zoals (levens)lange opname in een inrichting), zouden die taken naar de gemeenten worden overgeheveld. Zij zouden de uitvoering ervan kunnen inpassen in het lokale welzijnsbeleid. Het wettelijk recht op onder meer huishoudelijke hulp vervalt dan.

Hiermee zou ook een andere doelstelling worden gehaald: het in de hand houden van de kosten. De AWBZ kost nu 23 miljard euro per jaar, en wordt betaald uit premies van werkgevers en werknemers.

Door Ross'toezeggingen vervallen de huidige rechten van zorgbehoevenden niet. Ze hevelde alle rechten uit de AWBZ over naar de WMO. Zo blijven de kwaliteitseisen die aan huishoudelijke hulp worden gesteld gelijk aan de eisen die in de AWBZ worden gesteld. Bij wijze van proef wordt de huishoudelijke hulp volgend jaar al overgeheveld naar gemeenten.

Maar ook als de rest volgt, zal de rijksoverheid de kosten die nu in de AWBZ worden gemaakt voor de zorgtaken ,,schoon aan de haak'' naar de gemeenten overhevelen. Dit betekent dat gemeenten het geld dat ze uit de AWBZ voor de zorgverlening krijgen daadwerkelijk aan zorg moeten besteden. Dit doorkruist het voorstel om gemeenten in de uitvoering meer vrijheid te geven.

Voor de huishoudelijke hulp krijgen gemeenten hetzelfde geld als er nu aan wordt uitgegeven uit de AWBZ-kas: 600 miljoen euro. Ross wil het bedrag ook tijdelijk ,,geoormerkt'' overgeven.

De Tweede Kamer eiste een streng toezicht op de manier waarop de gemeenten hun nieuwe taak gaan uitvoeren. Ross hoopt dat de verantwoordelijkheid van het rijk in volgende stappen wordt verminderd.