Hou toch op over die lap stof op mijn kop

Marokkaanse meisjes werken aan hun toekomst in Nederland, maar zonder te breken met hun geloof of familie. Sytze van der Zee doet verslag van een multiculturele spagaat.

Sytze van der Zee ontmoet op straat een oude kennis, Martin. Als ze op een terrasje wat bijpraten begint Martin zijn tirade over buitenlanders en de islam, om even later de drie Marokkaanse scholieres die na schooltijd in zijn cafetaria bijwerken, de hemel in te prijzen. Waarom zijn Martins Marokkanen nou zo anders en in hoeverre verschilt hun wereld van die van Martin, en van de auteur?

Een begin van een antwoord op die vraag biedt Dochters van Khadija, het op feiten gebaseerde boek van Sytze van der Zee, oud-hoofdredacteur van Het Parool. In zijn voorwoord schrijft Van der Zee dat het boek het resultaat is van een reeks lange gesprekken die hij met de drie meisjes en Martin gevoerd heeft. Op verzoek van de hoofdpersonen zijn hun namen gewijzigd en in enkele gevallen zijn situaties en gebeurtenissen aangepast om herkenning te voorkomen.

In het verhaal werken drie Marokkaanse meisjes van middelbare school-leeftijd: Hanane, Tamou en Dikra, in een Amsterdamse cafetaria. Hun Nederlandse baas, Martin, is een Fortuyn-aanhanger die zijn afkeer voor buitenlanders niet onder stoelen of banken steekt. Hij daagt Hanane, Tamou en Dikra dan ook voortdurend uit in discussies over onder meer de hoofddoek en het niet consumeren van alcohol en varkensvlees. De meisjes gaan in de aanval, al was het maar omdat ze hun umma, de islamitische gemeenschap, moeten verdedigen. Toch denken ze er vaak net zo over als Martin, al zullen ze dat niet zo snel toegeven.

Martin, op zijn beurt, heeft moeite om te erkennen dat niet alleen buitenlanders maar ook Nederlanders hem het leven zuur maken. In zijn zaak en op straat wordt hij bedreigd met een stanleymes en in elkaar geslagen door een Nederlands aso-gezin. De daders blijken familie te zijn van een Nederlands meisje dat hij ooit ontslagen heeft omdat ze geld uit zijn kas stal. Bloedend op de stoep helpt een grote `neger' hem overeind. Hij biedt aan om voor hem te getuigen. Martin wimpelt zijn aanbod af, bang als hij is voor de wraak van het Nederlandse aso-gezin. Bovendien kan hij hun klandizie niet missen.

Zwartgeldparadijs

Dezelfde Martin die buitenlanders ervan beschuldigt dat ze op de Nederlandse staatskas teren, heeft zowel de Nederlandse als de Belgische belastingdienst opgelicht. Na zijn faillissement in België is hij hem `als een dief in de nacht gesmeerd' om een nieuwe zaak te openen in Gran Canaria, volgens Martin een zwartgeldparadijs. Verder was Martin in zijn jeugd het evenbeeld van wat wij een vervelende hangjongere zouden noemen. Hij is van de mulo geschopt en zijn carrière als profvoetballer mislukte omdat hij te veel conflicten met de trainer had. Hoewel Martin een hekel heeft aan buitenlanders, vindt hij de meisjes `top'. Hij vertrouwt ze volledig en wil nooit meer Nederlandse meisjes, met wie hij slechte ervaringen heeft gehad, in dienst nemen.

Dochters van Khadija is niet alleen een aantrekkelijk boek omdat het inzicht biedt in de leefwereld van Marokkaanse meisjes. Het laat ook zien hoe de meisjes een verrassende mening hebben over multiculturele onderwerpen waarover nu veel gediscussieerd wordt. Zo vinden ze het `gekwaak' over de hoofddoek irritant. Tamou hierover: `Zoals de mensen uit mijn bledi (Marokko), geobsedeerd lijken door het maagdenvlies, zo staren ze zich hier blind op het lapje op mijn kop.' Als Martin er weer eens over begint, merkt ze op dat ze met de hoofddoek haar haar bedekt, niet haar hersenen.

Wat betreft de discussies over het spreidingsbeleid; de drie meisjes zouden maar al te graag in een gemengde wijk willen wonen waar de kinderen 's avonds op tijd naar bed gestuurd worden, waar ze geen last hebben van hangjongeren en waar ze niet zo bang hoeven te zijn voor de roddels die in hun gemeenschappen een voortdurende rem op de persoonlijke vrijheid vormen.

Ook de discussie over zwarte en islamitische scholen wordt in een ander licht geplaatst. Zo heeft Hanane een deel van de basisschool op een islamitische school doorgebracht. Deze verschilde nauwelijks van een openbare school. Zo waren bijna alle leraren Nederlanders en kregen ze maar één uur per week koranles. Ze heeft nog wel een tijdje een koranschool in de weekenden bezocht, maar haar ouders vonden het belangrijker dat ze zich op de Nederlandse taal concentreerde. Bovendien heeft haar vader, een Berber, een hekel aan Arabieren en noemt hij Arabisch de taal van de onderdrukker. Arabisch lezen kan ze tot haar grote verdriet dan nog steeds niet.

Ook Tamou en Dikra vinden het jammer dat ze geen Arabisch kunnen lezen. Hanane zit in de vijfde van het vwo, op een zwarte school. Dat vindt ze een rare benaming: niet alle leerlingen zijn Surinaams of Antilliaans, bovendien vindt ze haar huid blanker dan die van haar baas Martin die elke kans aangrijpt om zijn gezicht in de zon te laten bronzen. Ten slotte scoort hun school elk jaar heel goed bij de eindexamens, doordat de meeste leerlingen `stinkend' hun best doen, én doordat de rector strenge regels hanteert. Met jongens die zich niet gedragen, heeft de rector weinig geduld.

Ook de meisjes zelf hebben geen enkele waardering voor `kut-Marokkanen', of de `kut-mocro's', zoals ze hen afwisselend noemen. Volgens hen vergooien deze jongens hun toekomst en graag zouden ze zien dat de politie harder tegen hen optreedt in plaats van dat de goeden op een hoop met de slechten gegooid worden: `De politie hier zou een voorbeeld moeten nemen aan de politie in Marokko. Terwijl de politie hier geen enkel gezag uitstraalt, treden ze daar meteen keihard op.'

In dit opzicht nemen de meisjes hun broers ook niet in bescherming. Dikra bijvoorbeeld komt uit een gezin met acht kinderen. Haar oudste broer doet het erg goed. Hij heeft een goedbetaalde baan bij een bank en woont samen met een Nederlandse vrouw. Een jongere broer zit op het lyceum en wil medicijnen studeren. Er is één broer die het verkeerde pad is opgegaan en die zijn havo-diploma alleen maar heeft gehaald omdat hij in de gevangenis genoeg tijd had om zich op de examens voor te bereiden. Over deze broer zegt Dikra: `Opgeruimd staat netjes.' Zoals haar broer zijn toekomst vergooit, zo hard vecht Dikra voor haar toekomst: ze wil onder een schijnhuwelijk uitkomen met een laag opgeleide Berber die nauwelijks Arabisch spreekt en die zoveel lichaamsbeharing heeft dat ze hem `Aap' noemt. Ze is bang om haar vrijheid te verliezen en de kans op een goede opleiding.

Alle drie zijn de meisjes zich ervan bewust dat ze in Nederland veel meer mogelijkheden hebben dan in Marokko. Zo wil Tamou optimaal profiteren van de mogelijkheden die ze in Nederland kan krijgen. Na het mbo wil ze de pabo gaan doen. Ze begrijpt mensen niet die zitten te vitten op Nederland. Tegen hen zegt ze: `Ga lekker terug naar je eigen landje. Doei!' Ironisch genoeg worden deze klagers volgens Hanane `Hoelandien' genoemd als ze in Marokko op vakantie gaan.

Nog vreemder is dat deze mensen in Marokko opeens fan blijken te zijn van westerse popmuziek en Nederlands voetbal, iets wat ze uitdragen door zich in Ajax- en Feyenoordshirts te steken. En families die in Nederland onderling alleen Berbers of Arabisch spreken, converseren opeens luidkeels in het Nederlands. Hanane vindt dit `een gênante manier om zo je liefde te betuigen voor het land waarop de meesten continue zitten te kankeren.'

Tandartsenpraktijk

Hanane wil later graag de politiek in. Ze heeft grote bewondering voor Femke Halsema. Maar haar grote voorbeeld is Khadija, de eerste vrouw van de profeet Mohammed. Khadija was vijftien jaar ouder dan de profeet, leidde een bedrijf, ook nadat ze de profeet trouwde, en duldde geen tweede vrouw naast zich. Hanane ziet haar nicht Tahra als het evenbeeld van Khadija in de moderne tijd. Ze heeft gestudeerd, een eigen tandartsenpraktijk en een Nederlandse vriend, en wat Hanane heel erg in haar bewondert: Tahra heeft voor haar vrijheid gevochten zonder met haar geloof en haar ouders te breken.

Hanane, Tamou en Dikra zijn vastbesloten om hun idealen te verwezenlijken. Bin Laden en de `kut-mocro's' kunnen hen niet van hun pad afhouden. De Nederlanders met hun kortzichtige opvattingen ook niet. Zoals Hanane het uitdrukt: `Als Martin nou echt belangstelling had dan zou ze hem meer vertellen over de koran. Maar liever doet hij mee aan het naäpen van Pim Fortuyn die alle moslims in één hokje duwt. Van een hoog opgeleid volk als het Nederlandse zou je toch meer verstand van zaken verwachten', denkt ze dan. De drie meisjes zien hun toekomst in Nederland. Maar ze wensen gestalte te geven aan hun idealen zonder te breken met hun geloof of met hun familie, deze dochters van Khadija.

Sytze van der Zee: Dochters van Khadija. Verslag uit de samenleving. De Bezige Bij, 228 blz. €17,50