Het mobiele roofkartel

Stel: iemand gaat voor een talenstudie gedurende drie maanden naar Spanje. Om bereikbaar te blijven gaat de mobiele telefoon vanzelfsprekend mee. Als na verloop van tijd torenhoge belrekeningen binnenkomen, wordt duidelijk dat de reiziger een strategische fout heeft gemaakt. Bellen met een mobieltje in en vanuit het buitenland naar Nederlandse of buitenlandse nummers, is vrijwel onbetaalbaar en in ieder geval veel duurder dan mobiel bellen in eigen land. Wat slimmeriken doen die voor langere tijd naar het buitenland gaan, is gebruikmaken van kostenbesparende hulpmiddelen als speciale budget-telefoonkaarten of bellen via mobiele operators die gespecialiseerd zijn in internationaal mobiel telefoonverkeer. Het zijn handigheidjes die men moet kennen en die de moeite van het proberen waard zijn.

Toch wringt dit soort vindingrijkheid. Ze betekent een omweg die niet nodig zou moeten zijn. De pijn zit hem in wat in het jargon `roaming' wordt genoemd, een woord dat staat voor de overeenkomsten die nationale operators met elkaar sluiten voor het doorsturen van internationale gesprekken via hun eigen netwerken. Het zijn de kosten die hieraan verbonden zijn die het bellen van en naar een buitenlands mobieltje duur maken, en niet zozeer de verbelde minuten. Extra pijnlijk is het dat ook de ontvanger van gesprekken moet betalen.

De `roaming-kosten' zullen omlaag moeten, zodat uiteindelijk de tarieven kunnen dalen. De mobiele-telecomaanbieders houden die nu veelal kunstmatig hoog. Dit is al heel lang zo en het lijkt wel of daarin ondanks druk van consumentenorganisaties en de publieke opinie geen verandering komt. Bewijzen van onderlinge prijsafspraken zijn er niet, maar voor de consument maakt dat niet uit. Voor de mobiele-telefoongebruiker in het buitenland komt het erop neer dat hij slachtoffer wordt van een roofkartel dat munt slaat uit het feit dat reizigers ook bellers zijn.

Het is terecht, zij het laat, dat de nieuwe Europees commissaris voor Informatie en Media, de Luxemburgse Viviane Reding, in actie komt tegen de hoge tarieven voor het bellen van en naar een gsm in het buitenland. Het moge zo zijn dat deze misstand de Europese Commissie al langer een doorn in het oog was, ze heeft er nooit echt tegen opgetreden. Reding laat de Europese toezichthouders op de telecom – in Nederland is dat de Opta – nu een onderzoek doen naar de tarieven. Het zou goed zijn als ze haar inspanningen afstemt op die van haar collega voor Mededinging, de Nederlandse Neelie Kroes. Die onderzoekt het concurrentie- en vermeende kartelgedrag van een aantal grote Europese aanbieders van mobiele telefonie.

Mobiel bellen in het algemeen is de laatste jaren door de zegen van toenemende concurrentie goedkoper geworden. Mobiel bellen in het buitenland vormt daarop een treurige uitzondering. Ook dit bastion moet worden geslecht. Tempo is vereist; de consument wacht al veel te lang. De Europese onderzoeken naar beltarifering en mogelijke belkartels kunnen niet snel genoeg gaan.