Gered van de maaimachine

Begin jaren negentig daalde de graanprijs zo hard dat de akkerbouwers in Flevoland en Groningen in grote problemen kwamen. Het had geen zin meer om tarwe te zaaien, de kosten waren hoger dan de opbrengst. Faillissementen dreigden en de graanboeren reden met hun trekkers naar de Randstad. De EU moest ingrijpen in de graanprijs.

Maar dat deed de EU niet. Landbouwcommissaris MacSharry deed wel wat anders: hij stelde een braaklegpremie in van 850 gulden per hectare. Dat was een redelijke som geld. En wat voor de boeren nog mooier was: anders dan onder Karel de Grotes drieslagstelsel, waarbij het braakgelegde land ook werkelijk kaal moest zijn, mocht de boer van MacSharry wel iets met het land doen, als er maar geen voedingsgewas voor mensen op kwam. Door de braaklegregeling gingen Grongse boeren massaal over op het kweken van luzerne, een soort klaver dat ze als veevoer verkochten.

De braaklegregeling van MacSharry was het begin van de wonderbaarlijke terugkeer van de grauwe kiekendief, de sierlijkste roofvogel die Nederland rijk is. Aan deze grauwe kiekendief wijden de natuurtekenaar Erik van Ommen (1956) en de bioloog-dichter Koos Dijksterhuis (1962) De Kiekendieven van het Oldambt. Het Oldambt is de akkerbouwstreek ten zuiden van de Dollard.

In Nederland broeden drie soorten kiekendieven. Het zijn alledrie roofvogels die je in de vlucht er gelijk uitpikt: op zo'n twintig, dertig meter hoogte zoeken ze, hun vleugels in een V-vorm gehouden, het terrein af. Nu eens langzaam tegen de wind in, dan weer snel met de wind mee in een elegante glijvlucht. Alle kiekendieven houden van open terrein, maar de grauwe, de tengerste van de drie, nog wel het meest.

De eindeloze luzernevelden in Oost-Groningen brachten een hoop muizen met zich mee en het was dan ook niet geheel onverwacht dat de grauwe kiekendief er neerstreek. Eerder al had hij tijdelijk gebroed in Flevoland in jonge aanplant, maar bij het opschieten van de boompjes verdween hij weer.

De grauwe kiekendief zou uit het Oldambt verdwenen zijn, als daar toevallig niet de vogelonderzoeker Ben Koks verschenen was. Deze Koks zag onmiddellijk dat de grote maaimachines een slachting onder de broedende wijfjes zouden aanrichten: grauwe kiekendieven vertrouwen op hun schutkleur en vliegen bij verstoring niet op van het nest. Met toestemming van de boer markeerde Koks de nesten, zodat deze eromheen kon maaien. Bij onwillige boeren verplaatste hij het nest naar de buurman.

De kiekendieven van het Oldambt is niet alleen het succesverhaal van deze reddingsactie. Het is vooral een platenboek dat met illustraties de lange zwerftochten van de grauwe kiekendief door Europa en Afrika laat zien. Want al is de grauwe kiekendief een broedvogel van Nederland, hij brengt toch het grootste deel van zijn leven elders door. We zien de luchtcapriolen van het mannetje boven de sombere velden van het Oldambt, maar ook een jonge vogel eenzaam zwoegend in de Spaanse Extremadura en een wijfje jagend op Afrikaanse vlinders en sprinkhanen. Erik van Ommen, die eerder De dwergganzen van Anjum tekende, is een begenadigd natuurtekenaar, zo een waarvan er maar een enkele per generatie verschijnt.

Erik van Ommen en Koos Dijksterhuis: De kiekendieven van het Oldambt. KNNV uitgeverij, 112 blz. €27,95