Gekostumeerd bal voor Cole

De film `De-Lovely' vertelt het dubbelleven van Cole Porter, meester van het dubbelrijm – en laat diens geweldige muziek horen. ,,Als ik deze musical kan overleven, kan ik alles overleven.''

Verwar de schrijver niet met zijn personages, de situaties die hij neerzet niet met zijn biografie. Maar wat is het verleidelijk in het geval van Cole Porter (1891-1964). `Let's Do It, Let's Fall in Love', dachten de makers van de speelfilm De-Lovely, die volgende week in première gaat. En ze schiepen een gekostumeerd bal ter meerdere eer en glorie van de Amerikaanse componist en tekstdichter. Ze hadden de beschikking over zijn aanstekelijke muziek en zijn vernuftige light verse en ze kenden de saillante feiten van zijn leven. Het was een kwestie van kiezen en verdelen en de juiste rangschikking bepalen. De voorbereidingen moeten een feest zijn geweest. Ga maar na (en zing desgewenst mee):

Some get a kick from cocaine.

I'm sure that if I took even one sniff

That would bore me terrif'cly too

Yet, I Get A Kick Out Of You...

The world has gone mad today

And good's bad today,

And black's white today,

And day's night today,

When most guys today

That women prize today

Are just silly gigolos

(uit `Anything Goes')

It was just one of those nights,

Just one of those fabulous flights,

A trip to the moon on gossamer wings,

Just One Of Those Things...

Tal van mooie songs moesten natuurlijk sneuvelen. Daaronder het schalkse `Too Darn Hot': According to the Kinsey Report,/ Ev'ry average man you know/ Much prefers to play his favorite sport/ When the temperature is low. En `My Heart Belongs To Daddy', het suikeroompjesliedje waarmee Marilyn Monroe onsterfelijk werd.

Uit de catalogus van vele honderden Porter-liedjes bleven zo'n dertig stuks over met inbegrip van de waslijst van uitzinnige vergelijkingen in `You're the Top' en de overtreffende trap van uitroepen in de titelsong `It's De-Lovely'. Ze begeleiden in de film Porters levensloop, maar niet in de volgorde waarin hij ze schreef. Zijn oeuvre is namelijk, net als dat geldt voor iedere andere sterveling, royaal toepasbaar. Dus ook voor de meester zelf.

Cole Porters songs maken deel uit van een idioom, een zingbare spreektaal die ontstond in het gouden tijdperk van de Amerikaanse musical, toen populaire muziek geïntroduceerd werd in het theater. Waarna entertainers, jazzmusici en bands buiten de theaters de songs in hun repertoire opnamen en ze op die manier verspreidden onder een breder publiek. Grofweg tussen The Roaring Twenties tot aan de opkomst van de nieuwe popmuziek in de jaren vijftig zorgden Porter en zijn tijdgenoten voor de ene hitshow na de andere. Met Porter schreven Jerome Kern, Irving Berlin, de Gershwin-broers, Richard Rodgers en Lorenz Hart, Lerner en Loewe, Vincent Youmans, Vernon Duke, Burton Lane, Harold Arlen liedjes die een leven lang meegaan.

Gelukkig zijn daarom de Amerikanen, want ze kunnen `Day In, Day Out' (Bloom/ Mercer) ongemerkt putten uit het verzameld werk van de lichte muze. Liedjes die bij elke gelegenheid, voor iedere stemming een geschikt citaat bieden. Van `The Wee Small Hours Of The Morning' (Mann/ Hillard) tot `In The Still Of The Night' (Porter).

Een musical over het leven van Cole Porter lag voor de hand, maar op twee verrukkelijke productienummers na die met een knipoog verwijzen naar klassieke voorbeelden waarin de hoofdpersonen plotseling in zang en dans uitbarsten, zijn alle liedjes ingebed in het verhaal. De-Lovely neemt het genre op een elegante manier op de hak. Enigszins in de trant van Porter die over de hoofden van het publiek heen zijn teksten doorspekte met vleugjes van zijn belezenheid en plaagstootjes naar de beau monde van zijn tijd. Zoals in de intro van `Just One Of Those Things':

As Dorothy Parker once said to her boyfriend: `Fare thee well. [-] As Abélard said to Héloïse, `Don't forget to drop a line to me, please...'

Hij kon zich in al zijn oprechte werkdrift zulke plaisanterieën veroorloven.

Dubbel

Cole Albert Porter, geboren in een welgestelde familie in Peru, Indiana, en opgebloeid op Yale, bezat een magnifiek dubbeltalent, hij leidde een dubbelleven, beheerste het dubbelrijm met de swingende knip van zijn vingers en hij stopte zowel zijn melodieën als zijn teksten vol dubbele bodems. Een eenduidige film over zijn leven en werken is gedoemd te mislukken. Na de voorvertoning van Night and Day (Michael Curtiz, 1946) moet hij gezegd hebben: ,,Als ik deze musical kan overleven, kan ik alles overleven.''

De tweede verfilming van zijn biografie (script Jay Cocks, regie Irwin Winkler) maakt gretig gebruik van deze anekdote met een Droste-effect. Daar zit de acteur Kevin Kline in de rol van Cole Porter te kijken naar Night and Day met Cary Grant als Cole Porter en hij doet uiteraard de uitspraak die erbij hoort. Iedereen wilde destijds door Grant vertolkt worden. Inclusief Porter, snob die hij was, maar hij moest er desondanks om lachen toen hij het resultaat zag.

Wist hij van het geheime liefdesleven van de beroemde filmster? Mogelijk. Er wordt niet naar verwezen in De-Lovely, maar elke andere referentie aan Porters homoseksualiteit die hij camoufleerde door zijn society-huwelijk met de beeldschone, rijke divorcée Linda Lee Thomas (Ashley Judd) wordt breed uitgemeten. Vrijwel elk liedje krijgt er een extra lading door. Behoudens het nummer `True Love', waarmee in een huiselijke scène de spot wordt gedreven, schreef Porter geen recht door zee-liefdesliedjes. Zodra hij serieus dreigde te worden, het sentiment aan voelde komen, herstelde hij zich met een kwinkslag:

Should I order cyanide or champagne.

Of:

I said to myself, `This affair never will go so well'. En: `Always true to you darling in my fashion,/ always true to you darling in my way.'

Bij Porter geen four-leave clover time (klavertjesviertijd) maar betaalde liefde:

Appetizing young love for sale./ Love that's fresh and still unspoiled,/ Love that's only slightly soiled,/ Love for sale.

De cynische ballad `Love For Sale' wordt gesitueerd in een Parijse homoclub. Om de verstrijkende tijd en de onverzadigbare honger van Porter aan te geven, dragen Kevin Kline en de zangeres bij elke zwenking van de almaar ronddraaiende camera telkens een andere outfit. Het geeft nog meer dwang aan de regels:

Let the poets pipe of love/ In their childish way,/ I know ev'ry type of love/ Better far than they.

Het liedje dateert uit een veel latere periode, maar dat de zangeres, Vivian Green, zwart is, klopt historisch. `Love For Sale', een van Porters dierbaarste, werd destijds als ongeschikt voor een blanke zangeres in de ban gedaan. Het mocht niet op de radio worden gezongen, maar werd wel favoriet bij jazzmusici die het in instrumentale versies langdurig lieten doorklinken.

Luxury Tax

In de film wordt de chantage door de pooier die hem aan jongens helpt, door Porter afgedaan als: Luxury tax. Het schijnt een authentieke uitspraak te zijn. Het komt niet in een van zijn teksten voor. Zou hij het overwogen hebben? Zijn spitsvondige taalgrapjes zijn dubbelzinnig genoeg. Angst voor ontmaskering had Porter gemeen met Lorenz Hart, de eerste tekstdichter van Richard Rodgers en beslist ook met zijn Engelse rivaal Noel Coward.

Porter, die het nachtleven doorkruiste met zijn studievriend Monty Woolley (Allan Corduner, componist Arthur Sullivan in Topsy-Turvy van Mike Leigh) voelde zich veilig in zijn huwelijk. Linda wist van zijn minnaars, onder andere van de korte hevige verhouding met Boris Kochno, die in de film wordt opgevoerd als danser wat hij overigens niet was. Kochno was de secretaris en een van de erfgenamen van de roemruchte impresario Serge de Diaghilev, de artistiek leider van de Ballets Russes.

Ook Diaghilev komt voor in de scènes in Parijs en in Venetië. Het geeft nog meer cachet aan die periode waarin de groten uit de kunst en het entertainment elkaar ontmoetten, en hoe: in haar memoires R.S.V.P. (Boston 1954) vertelt de society-gastvrouwe en schrijfster Elsa Maxwell over de driehonderd invitaties voor een souper dat ze speciaal voor Cole Porters verjaardag in het Parijse Ritz Hotel organiseerde met een optreden van de Ballets Russes. Waarbij zij aangetekend dat Diaghilev niets van Porters muziek wilde weten. Hij vond zijn composities ordinair. Wat niet wegneemt dat zo'n optreden weer geld in het laatje bracht.

Het is een vervlogen wereld die De-Lovely laat zien. Decadent als de atmosfeer waarin de romans van F. Scott Fitzgerald zich afspelen. Lichtvoetig als de choreografieën van Fred Astaire. Fluwelig als de stem van Ella Fitzgerald. En inventief als... Cole Porter. Zo inventief waren zijn teksten, dat de keur van hedendaagse popsterren die in de film aantreedt er moeite mee hebben. Kevin Kline in de hoofdrol neemt een aantal songs voor zijn rekening. Hij doet dat, zijn beperkte zangkwaliteiten in aanmerking genomen, behoorlijk overtuigend net als Porter dat zelf deed, wat nog te horen is onder de aftiteling.

Zangers die lang na Ethel Merman (Porters favoriet), Frank Sinatra, Ella Fitzgerald en vele andere entertainers en jazzmusici naam maakten in de moderne popindustrie grijpen tegenwoordig terug naar de verzamelde werken van die generatie. Van oude rot Rod Stewart tot nieuwkomer Jamie Cullum. De een na de ander doet een greep uit het American Songbook, maar het blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan, ook voor de artiesten in De-Lovely. Elvis Costello kan het niet, hij zingt als altijd vals.

Slechts een enkeling heeft de juiste toon te pakken, voegt zich vanzelfsprekend in de stijl van Cole Porter, debonair en sensueel, met als absolute uitschieter Robbie Williams. Hij kan zich meten met de beste Porter-vertolkers van vroeger. Op de bruiloft van Cole en Linda Porter zingt hij de titelsong `It's De-Lovely' of het voor hem is geschreven. Porter, veeleisend als het om de uitvoering van zijn liedjes ging, zou vast tevreden zijn, om diverse redenen. Williams heeft het bereik van Sinatra inclusief de plooien langs zijn brutale mond en de aangeboren nonchalance van Dean Martin.

Het liefst doe je, net als in Everyone Says I Love You van Woody Allen, alle songs zelf. Wie aldus de bioscoop verlaat, zingt voortaan bij elk geschikt moment een paar regels van Cole Albert Porter.