Duitsland herontdekt vaderlandsliefde

Politici van rechts en links buigen zich in Duitsland over de vraag welke eisen ze moeten stellen aan nieuwkomers. Daarbij beleeft het beladen begrip `Leitkultur' een opmerkelijke comeback.

Liefde voor het vaderland is helemaal terug in de Duitse politiek. Angela Merkel (CDU) praat er over. ,,Zich tot Duitsland bekennen en hervormingen zijn voor mij zijden van dezelfde medaille.'' Edmund Stoiber (CSU) hield altijd al van zijn land, maar is dezer dagen niet meer te stuiten. ,,Patriottisme maakt ons land crisisbestendig, de mensen zelfbewuster.''

Bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) ziet niet zo veel in uitbundige uitingen van vaderlandsliefde en maakte dat duidelijk met de constatering: ,,Patriottisme, dat is wat ik elke dag doe''. Met deze nogal nuchtere definitie probeerde hij het onderwerp enigszins in het belachelijke te trekken.

De christen-democraten lijken evenwel vastbesloten om met meer vaderlandsliefde het verschil met de sociaal-democraten te onderstrepen. Beide kampen zijn immers al ,,sociaal'' en ,,rechtvaardig'', beide kampen weten dat de luxueuze verzorgingsstaat gesaneerd moet worden. En politiek kan nu eenmaal niet zonder verschillen.

Duitse politici, stelde Heribert Prantl in de Süddeutsche Zeitung, constateren dat ze Duitsland jarenlang hebben gedefinieerd als een economische standplaats. De belangrijkste waarde in het Duitse debat was de waarde van lagere belastingen en dalende loonkosten. ,,Nu ontdekt men dat men de [aandelenindex] DAX niet kan aaien en een kille standplaats niet kan liefhebben.''

Wat christen-democraten met vaderlandsliefde bedoelen blijft overigens vooralsnog vrij vaag. Partijleider Merkel ziet een verband tussen liefde voor het land en de noodzaak dat land te hervormen. Stoiber omhelst Duitse geschiedenis en cultuur. Hij houdt vooral van een door het christendom gevormd land dat deel uitmaakt van Europa.

De herontdekking van het vaderland is een bijproduct van een nieuwe fase in het Duitse integratiedebat, aangejaagd door de moord op de Nederlandse filmmaker Theo van Gogh. Ook in Duitsland wordt sinds enkele weken opnieuw de vraag gesteld welke eisen een democratie aan buitenlanders moet stellen. Wat te doen met nieuwe burgers die de nationale normen en waarden niet eerbiedigen? En – glad ijs – welke zijn die `Duitse' waarden eigenlijk?

De aanleiding voor het debat was een buitenlandse gebeurtenis, het debat zélf is puur Duits. Dat blijkt onder andere uit de comeback van het beladen begrip Leitkultur, een woord dat (nog?) niet in het woordenboek staat en zoiets als `voorbeeldcultuur' betekent.

Midden jaren negentig hield de islamoloog Bassam Tibi een pleidooi voor een Europese Leitkultur. Tibi, van Syrische komaf en hoogleraar in Göttingen, doelde op een normenstelsel waarin de ratio een belangrijkere plaats inneemt dan religie en waarvan mensenrechten en tolerantie belangrijke elementen vormen. Vier jaar geleden werd de term door de toenmalige fractievoorzitter van de CDU/CSU in de Bondsdag, Friedrich Merz, opnieuw geïntroduceerd in een discussie over immigratie. Buitenlanders, aldus Merz, moesten de ,,deutsche Leitkultur overnemen''.

Merz werd voor zijn opmerking verketterd. Het was, zei links, een populistische poging om over de rug van buitenlanders stemmen te winnen door te appelleren aan nationalistische sentimenten. Het was arrogant om de westerse cultuur op een voetstuk te plaatsen. Bovendien getuigde het van een pijnlijk gebrek aan historisch besef om uitgerekend de Duitse cultuur te verheffen boven andere culturen. De Centrale Joodse Raad deed destijds een beroep op de CDU om het begrip te verbannen – hetgeen ook gebeurde.

Dit najaar hebben CDU en CSU de term afgestoft en op hun partijcongressen weer officiële status gegeven. CDU-voorzitter Merkel sprak begin deze week over een ,,freiheitlich demokratische Leitkultur in Deutschland'', waarbij freiheitlich demokratisch verwijst naar de Duitse grondwet, waarin sprake is van een liberaal-democratisch staatsbestel.

Vergezeld van de term Leitkultur gaat meestal de constatering dat het multiculturele ideaal is mislukt én een eisenpakket aan buitenlanders. Immigranten moeten meer moeite doen om te integreren, de grondwet respecteren en inzien dat ze in een land wonen dat gevormd is door Verlichting en christendom. Het is niet voor niets, zei Merkel, dat Pinksteren in Saoedi-Arabië geen nationale feestdag is en in Duitsland wel. Opvallend is overigens dat de christen-democraten, ondanks hun retorische aanvallen op multi-kulti, er ook steeds weer op wijzen dat het gros van de in Duitsland levende buitenlanders de wet wel respecteert. Vergeleken met vier jaar geleden is de opwinding over het woord Leitkultur geringer. Toen ontnam de commotie over woordkeus volledig het zicht op de zaak. Nu ontwikkelt zich een debat tussen twee kampen.

Waar CDU en CSU de nadruk leggen op integratie, streven SPD en Groenen in eerste instantie naar een dialoog tussen culturen. ,,Mijn Leitbegriff is een multiculturele democratie'', zei bijvoorbeeld Reinhard Bütikhofer, voorzitter van de Groenen. Tolerantie kan, aldus de Groenen, ook betekenen dat men culturele kenmerken van anderen accepteert die men zelf niet kan waarderen.

De multiculturele samenleving is bovendien geen mislukking, maar een feit: één op vijf huwlijken is `binationaal'. Links gebruikt de term multi-kulti echter ook niet meer zonder voorbehoud. Jürgen Trittin, minister van Milieu van de Groenen, zei dat de problemen van multiculturele samenleving niet gebagatelliseerd mogen worden.

Bondskanselier Schröder waarschuwde naar aanleiding van de moord op Van Gogh dat men zich niet mag laten verleiden tot een strijd tussen culturen. Ook onderstreepte hij toen dat in Duitsland levende buitenlanders zich tot de Duitse rechtsstaat en de Duitse democratie moeten bekennen.

De kanselier zou het woord Leitkultur nooit en te nimmer in zijn mond nemen, maar door democratie en grondwet centraal te stellen komt hij in de buurt van Merkels zienswijze – afgezien van de nadruk op de christelijke erfenis.

Over vaderlandsliefde oreert de kanselier ook niet graag, maar als iemand heeft laten zien hoe je succesvol de patriottische kaart kunt spelen, dan was het Schröder wel. ,,Duits buitenlands beleid wordt in Berlijn gemaakt en nergens anders'', was zijn credo tijdens de Irak-controverse met de regering Bush in 2002. Het was de redding van zijn carrière.